Social Media gebruik

SOCIAL MEDIA
Let's talk
1 / 20
volgende
Slide 1: Tekstslide
Grafische VormgevingMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 20 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

SOCIAL MEDIA
Let's talk

Slide 1 - Tekstslide

Waar denk je aan
bij social media?

Slide 2 - Woordweb

Welke social media gebruik je het meeste?
Instagram
X (Twitter 😉)
TikTok
Facebook
Snapchat
Reddit
Tumblr
Iets anders

Slide 3 - Poll

Hoe vaak post je zelf op social media
Meerdere keren per dag
1x per dag
Paar keer per week
Paar keer per maand
Bijna nooit
Helemaal nooit

Slide 4 - Poll

Positieve effecten social media?

Slide 5 - Woordweb

Positieve effecten sociale media
  • rijker sociaal leven
  • makkelijk informatie delen
  • sociale steun
  • zelfvertrouwen vergroten
  • zorgt voor vermaak
  • kennis verrijken

Slide 6 - Tekstslide

Negatieve effecten sociale media?

Slide 7 - Woordweb

Negatieve effecten sociale media
  • verslaving
  • afleiding van andere taken
  • slechte schoolresultaten
  • slaaptekort
  • ongewenste berichten
  • vergelijken met anderen

Slide 8 - Tekstslide

Wat is de minimumleeftijd voor een account op Instagram, TikTok en Facebook?
A
9 jaar
B
11 jaar
C
13 jaar
D
16 jaar

Slide 9 - Quizvraag

Wat is een 'phishing'- bericht?
A
Een bericht waar iemand je op een link probeert te laten klikken
B
Een bericht met veel emoji’s
C
Een nieuw type sociale media post
D
Een bericht waarin iemand vraagt om een donatie

Slide 10 - Quizvraag

Slide 11 - Tekstslide

Je kind wil een TikTok-account aanmaken, wat doe je?

Slide 12 - Open vraag

Wat betekent de term 'ghosten'?
A
Iemand een SnapChat sturen
B
Een filter gebruiken
C
Uit het niets, niet meer op iemand reageren
D
Iemand veel berichten sturen

Slide 13 - Quizvraag

Wat doet het krijgen van een like met je?
A
Je hersenen maken het anti-stresshormoon laxatine aan
B
Je hersenen geven adrenalinestootjes die je een fijn gevoel geven
C
Een like zorgt voor extra zuurstof in het cerebellum, dat zijn de kleine hersenen
D
Het doet niets

Slide 14 - Quizvraag

Wat doet het krijgen van een like met je?


Volgens neurowetenschappers activeren likes op sociale media het genotscentrum in je hersenen. Er worden drie stofjes aangemaakt: adrenaline, endorfine en dopamine. Deze stofjes hebben een verslavende werking. Je wilt er meer van! Niet zo gek dus dat we steeds opnieuw naar de telefoon grijpen.

Slide 15 - Tekstslide

Wat houdt bij wat jij op internet allemaal doet?
A
Een cookie
B
Een virus
C
Een cloud
D
Een click

Slide 16 - Quizvraag

Welke stelling over cyberpesten is waar?
A
Het percentage mensen dat online wordt gepest, is vorig jaar verdubbeld
B
Jongeren onder de 18 worden online 4 keer zo vaak gepest als 65-plussers
C
Cyberpesten is minder schadelijk dan pesten in het echte leven, omdat je het gewoon kunt negeren.
D
Er wordt meer offline dan online gepest

Slide 17 - Quizvraag

Welke stelling over cyberpesten is waar?

Er wordt offline meer gepest dan online. 
Zo vindt bijvoorbeeld 80% van alle pesterijen in het voortgezet onderwijs offline plaatst. Verder blijkt uit diverse onderzoeken van het CBS dat het percentage dat online gepest wordt de afgelopen jaren ongeveer gelijk is gebleven en dat jongeren onder de 18 ongeveer 9 keer zo vaak worden gepest als 65-plussers.

Slide 18 - Tekstslide

Bij veel sociale media, zoals Instagram en Facebook, kun je je profiel openbaar maken of niet.

Hoe staat dit standaard ingesteld?
A
Alles wat je deelt is privé en alleen te zien door jouw vrienden of de mensen die je volgen
B
Alles wat je deelt is openbaar en door iedereen op internet te zien
C
Alles wat je deelt is te zien door alle mensen die ook op Facebook of Instagram zitten
D
Niets is te zien door niemand

Slide 19 - Quizvraag

Slide 20 - Tekstslide