Chap 5 Bron D + schrijfvaardigheid 2 /4

schrijfvaardigheid
Aantekeningen?

Kan handig zijn....
1 / 23
volgende
Slide 1: Tekstslide
FransMiddelbare schoolmavoLeerjaar 3

In deze les zitten 23 slides, met tekstslides.

Onderdelen in deze les

schrijfvaardigheid
Aantekeningen?

Kan handig zijn....

Slide 1 - Tekstslide

opdracht 17
Je bent journalist voor een jongerentijdschrift en staat bij de uitgang van een bioscoop of een concertgebouw. Bereid vijf vragen voor die je aan iemand uit het publiek gaat stellen.

Slide 2 - Tekstslide

Vous avez vu le film ...? | Vous avez été au concert de ...?
Le film était où? | Le concert était où?    
C’était comment?
Il y avait beaucoup de monde?
Tu y étais avec qui?

Slide 3 - Tekstslide

Opdracht 18
Je bent bij een sportwedstrijd, concert of ander evenement geweest. Schrijf hierover een verslag van ongeveer 40 woorden op je blog. Gebruik de phrases-clés en verwerk in ieder geval onderstaande punten.

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Vertel:
– waar je bent geweest.
– waar dit heeft plaatsgevonden.
– hoe het was.
– of er veel belangstelling voor was.
– met wie je er was.
– welke speler de beste was / hoe de zanger(es) zong / of bedenk zelf iets.

Slide 6 - Tekstslide

Vertel:
– waar je bent geweest.
J'ai été à ...

à + le --> au
le film
le stade
le concert
l'Arena

Slide 7 - Tekstslide

Vertel:
– waar dit heeft plaats gevonden.
C'était à ...
+ stad / dorp [182]

 C'était en
C'était au
C'était aux
+ land [182]

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

Vertel:
– hoe het was.
C'était ...
spectaculaire
super
intéressant
un beau film
nul

Slide 10 - Tekstslide

Vertel:
– of er veel belangstelling voor was.
Il y avait .... personnes

Le concert était complet.


Slide 11 - Tekstslide

Vertel:
– met wie je er was.
J'y étais avec ...


Slide 12 - Tekstslide

Vertel:
- welke speler de beste was
- hoe de zanger(es) zong
- of bedenk zelf iets...
Mon joueur préféré, c’est …

La chanteuse chantait très bien...

Slide 13 - Tekstslide

Heb je alles gehad?
– waar je bent geweest.
– waar dit heeft plaatsgevonden.
– hoe het was.
– of er veel belangstelling voor was.
– met wie je er was.
– welke speler de beste was / hoe de zanger(es) zong / of bedenk zelf iets.

Slide 14 - Tekstslide

Opdracht 2: schrijfvaardigheid

Slide 15 - Tekstslide

Regarde les images.

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Tekstslide

Beschrijf jezelf en je beste vriend(in) aan de hand van de plaatjes.

-    Naam/ achternaam
-    Leeftijd
-    Hoe zie je/ziet hij/zij  eruit?


Slide 18 - Tekstslide

Voici moi et mon ami[e]
Je m'appelle ....
ma copine / mon copain
mon ami[e] s'appelle ...

J'ai ... ans
il  / elle a ... ans

-    Hoe zie je/ziet hij/zij  eruit?


Slide 19 - Tekstslide

-    Hoe zie je / ziet hij  eruit?

j'ai les cheveux longs et noirs
il a les cheveux courts et noirs
Moi, j'ai les yeux marron...
Et mon ami a les yeux bleus...

Je porte un t-shirt et une jupe.
Alex porte aussi un t-shirt et un jean.


Slide 20 - Tekstslide

Fais des phrases entières en français. Utilise les phrases-clés. [203]

-    Waar hebben jullie elkaar ontmoet? Hoe hebben jullie elkaar leren kennen.
-    Wonen jullie bij elkaar in de buurt?
-    Zijn jullie vaak samen?
-    Noem twee dingen die jullie leuk vinden om samen te doen.

Slide 21 - Tekstslide

Slide 22 - Tekstslide

Nu werk je zelf verder!
Opdracht 2 afmaken.
Verder met opdracht 4... evt. verbeteren!

Slide 23 - Tekstslide