Werkwoorden - geregeld spreken (gaan, kunnen, willen, moeten, mogen)

Werkwoorden - geregeld spreken (gaan, kunnen, willen, moeten, mogen)
1 / 7
volgende
Slide 1: Tekstslide
NT2Middelbare schoolvmbo kLeerjaar 1,2

In deze les zitten 7 slides, met interactieve quizzen en tekstslide.

Onderdelen in deze les

Werkwoorden - geregeld spreken (gaan, kunnen, willen, moeten, mogen)

Slide 1 - Tekstslide

Ik ... met de bus naar huis.
A
ga
B
gaat
C
gaan
D
gegaan

Slide 2 - Quizvraag

Drie leerlingen ... morgen met de trein naar Amsterdam.
A
ga
B
gaat
C
gaan
D
gegaan

Slide 3 - Quizvraag

Hij ... om 9 uur naar de les.
A
moet
B
moeten
C
gemoeten

Slide 4 - Quizvraag

Wij ... morgen om drie uur naar huis.
A
kan
B
kunt
C
kunnen
D
gekund

Slide 5 - Quizvraag

Jij ... naar huis omdat je ziek bent.
A
wil
B
wilt
C
willen
D
gewild

Slide 6 - Quizvraag

... hij naar de wc?
A
Mag
B
Mogen
C
Gemogen

Slide 7 - Quizvraag