Examentraining 3

Examentraining 3
Les 3: 
Leesstrategieën
Soort examen teksten 

Les 4: 
Signaalwoorden


1 / 28
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolvmbo g, tLeerjaar 4

In deze les zitten 28 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Examentraining 3
Les 3: 
Leesstrategieën
Soort examen teksten 

Les 4: 
Signaalwoorden


Slide 1 - Tekstslide

Leesstrategieën:
  1. Aan het einde van de les weet je welke leesstrategieën er zijn.
  2. Aan het eind van de les begrijp je wanneer je welke leesstrategie moet gebruiken.
  3. Aan het eind van de les kun je de leesstrategieën gebruiken.

Slide 2 - Tekstslide

Manieren van lezen - wat weet je al?

Slide 3 - Woordweb

Vraag:

Is het handig om tijdens het examen bij iedere vraag de hele tekst te lezen?

Slide 4 - Tekstslide

Antwoord op de vraag:
Nee, dat is niet handig en soms niet eens nodig!
Wat wel belangrijk is: 
begrijp de vraag goed en
weet wat er gevraagd wordt!!

Slide 5 - Tekstslide

Leesstrategieen
  • Zijn verschillende manieren hoe je een tekst leest
  • Je gebruikt niet dezelfde leesstrategie bij iedere vraag

  1. Voorspellen
  2. Skimmen
  3. Scannen
  4. Voorkennis gebruiken
  5. Structuur ontdekken en gebruiken
  6. Gedetailleerd lezen
  7. Context gebruiken

Slide 6 - Tekstslide

1: Voorspellen
  • Je kijkt naar de de titel, tussenkopjes en plaatjes
  • Je weet dan al iets van de tekst zonder echt te lezen
  • Dit doe je eigenlijk al bij iedere tekst
  • Activeert je voorkennis over het onderwerp

Slide 7 - Tekstslide

2. Skimmen
De tekst lezen om ongeveer te weten waar deze over gaat. Je leest de tekst dus niet woord voor woord. Sla onbekende woorden over, let op opvallend ...

Slide 8 - Tekstslide

3: Scannen

  • Ook wel zoekend lezen (scannen) 
  • Antwoorden op vragen of specifieke informatie vinden.
  • Dwaal met je ogen over de tekst op zoek naar de info die je zoekt.
  • Lees nauwkeurig dat gedeelte van de tekst die de informatie bevat die je zoekt.

Slide 9 - Tekstslide

4: Voorkennis gebruiken
  • Als je al iets weet over een onderwerp, hoef je niet alle woorden te kennen om toch een vraag te beantwoorden
  • Let op: gebruik dit niet bij vragen over wat iemand ergens van vindt of over denkt (meningen)
  • Als je jouw voorkennis activeert dan zorgt dat ervoor dat je de tekst makkelijker kan begrijpen. 

Slide 10 - Tekstslide

5: Structuur ontdekken en gebruiken

  • Bij veel vragen moet je verbanden tussen tekstdelen herkennen
  • Zorg dat je signaalwoorden herkent en begrijpt
  • Conclusie, herhaling, verwijzing, voorbeeld

Slide 11 - Tekstslide

6: Gedetailleerd lezen

  • Bij sommige vragen moet je een korte tekst of een deel van een tekst gedetailleerd lezen
  • Bij dit soort vragen moet je het tekstgedeelte uitbreid lezen en verbanden proberen te leggen
  • Dit doe je dus lang niet bij elke tekst!

Slide 12 - Tekstslide

7: Context gebruiken

  • Je kunt niet alle woorden altijd in het woordenboek vinden (omdat het te nieuw is, of zelfbedacht), bijvoorbeeld een woord over Corona
  • De betekenis kun je vaak raden uit de woorden er omheen 

Slide 13 - Tekstslide

In de volgende slide staat een link naar Examenbundel.nl

Bekijk de website en zie wat ze allemaal kunnen bieden.

  • Open eens een inkijkexemplaar
  • Kijk naar het examenidioom
  • Check out de examenbundel Engels
  • Het is misschien een goed idee om examenbundels aan te schaffen

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Link

Wat voor andere teksten krijg je NIET op het CE?
A
teksten uit folders / reisgidsen
B
formulieren of advertenties
C
sprookjes of verhalen
D
teksten uit tijdschriften

Slide 16 - Quizvraag

Waar komen de teksten uit het CE vandaan?
A
van het internet
B
uit kranten en tijdschriften
C
speciaal geschreven voor het examen

Slide 17 - Quizvraag

Wat is een tabloid krant?
A
serieuze krant
B
roddelkrant

Slide 18 - Quizvraag

Wat is een broadsheet krant?
A
serieuze krant
B
roddelkrant

Slide 19 - Quizvraag

Sorteer de kranten in het juiste vak
Tekst
Tabloid
Broadsheet
the Guardian
Daily Star
The Independent
The Guardian
The Sun
Daily Record
The Times

Slide 20 - Sleepvraag

Op de volgende slide staat een link
naar een Broadsheet Newspaper

  • klik op de link
  • kijk wat de krant heeft te bieden 
  • lees het laatste nieuws

Vraag: 
1. Welke Tabloids ken je?
2. Welke Broadsheets ken je?

Slide 21 - Tekstslide

Slide 22 - Link

Signaalwoorden
Een signaalwoord of  verbindingswoord is een woord of woordgroep waarmee een verband wordt aangegeven tussen twee alinea's, zinnen of deelzinnen. 

Slide 23 - Tekstslide

Kan je zelf in het Nederlands een signaalwoord bedenken?

Slide 24 - Woordweb

Welk woord past het best in het zwarte blokje?
A
but
B
if
C
and
D
like

Slide 25 - Quizvraag

'like' wordt gebruikt om een voorbeeld te geven. Het betekent zoals. 

Slide 26 - Tekstslide

I like coffee, .... my friend prefers tea.
A
and
B
but
C
so
D
for

Slide 27 - Quizvraag

I like coffee, but my friend prefers tea.
Dit is een..................
A
opsomming
B
voorbeeld
C
tegenstelling
D
conclusie

Slide 28 - Quizvraag