Lees goed! Zorg dat alle gevraagde punten terugkomen in je tekst.
Let op hoofdletters en leestekens.
Mail afsluiten? Vergeet niet je naam onderaan.
Consistentie: niet 'tu' en 'vous' door elkaar gebruiken
Slide 4 - Tekstslide
tips schrijfopdracht
Laat zien wat je hebt geleerd:
Varieer in je vocabulaire
Maak lange, samengestelde zinnen.
Je suis allé à une fête.
wanneer?
met wie?
waarom?
Slide 5 - Tekstslide
tips schrijfopdracht
Laat zien wat je hebt geleerd:
Varieer in je vocabulaire
Maak lange, samengestelde zinnen.
Je suis allé à une fête.
Je suis allé à une fête samedi soir.
wanneer?
met wie?
waarom?
Slide 6 - Tekstslide
tips schrijfopdracht
Laat zien wat je hebt geleerd:
Varieer in je vocabulaire
Maak lange, samengestelde zinnen.
Je suis allé à une fête.
Je suis allé à une fête samedi soir.
Je suis allé à une fête samedi soir avec mes amis.
wanneer?
met wie?
waarom?
Slide 7 - Tekstslide
tips schrijfopdracht
Laat zien wat je hebt geleerd:
Varieer in je vocabulaire
Maak lange, samengestelde zinnen.
Je suis allé à une fête samedi soir avec mes amis, parce que c'était l'anniversaire de Marie.
wanneer?
met wie?
waarom?
Slide 8 - Tekstslide
tips schrijfopdracht
Verschil être & avoir: je suis = ...... / j'ai = ..... tu es = ...... / tu as = .....
Werkwoorden vervoegen je faire du foot
Slide 9 - Tekstslide
tips schrijfopdracht
Verschil être & avoir: je suis = ...... / j'ai = ..... tu es = ...... / tu as = .....
Werkwoorden vervoegen je faire du foot je fais du foot
samedi
X
Slide 10 - Tekstslide
tips schrijfopdracht
Samedi, on a joué au foot. ---> afgelopen zaterdag
Le samedi, je joue au foot. ---> elke zaterdag
Slide 11 - Tekstslide
schrijfopdracht: beterschap
Schrijf een mail naar een zieke klasgenoot
Slide 12 - Tekstslide
schrijfopdracht: beterschap
AANHEF: hoe begin je een mail naar een vriend(in)?
AFSLUITING: hoe eindig je de mail?
VERLEDEN TIJD: hoe maak je de passé composé?
Slide 13 - Tekstslide
écris à ton ami(e)
• Vraag hoe het gaat • Vraag of hij/zij koorts heeft, of hoofdpijn • Vraag of hij/zij naar de dokter gaat • Vertel wat je zelf doet om gezond te blijven (sporten, slapen, gezond eten) • Vertel wat je dit weekend hebt gedaan • Wens hem/haar beterschap
Slide 14 - Tekstslide
écris à ton ami(e)
• Vraag hoe het gaat • Vraag of hij/zij koorts heeft, of hoofdpijn • Vraag of hij/zij naar de dokter gaat • Vertel wat je zelf doet om gezond te blijven (sporten, slapen, gezond eten) • Vertel wat je dit weekend hebt gedaan • Wens hem/haar beterschap
uitleg passé composé: page 162
voca Ch 5 Phrases-clés, page 42
timer
15:00
gebruik verschillende manieren om een vraag te stellen!
Slide 15 - Tekstslide
une exemple
Bonjour Marie,
Comment ça va? Tu as mal à la tête ou fièvre? Est-ce que tu vas voir le docteur? Je ne suis jamais malade. Je mange beaucoup de fruits en je fais du sport. J'ai gagné le weekend dernier. J'ai aussi mangé beaucoup de légumes. Repose-toi bien.