Hindoeïsme

Hindoeïsme
1 / 32
volgende
Slide 1: Tekstslide
LevensbeschouwingMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

In deze les zitten 32 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

time-iconLesduur is: 80 min

Onderdelen in deze les

Hindoeïsme

Slide 1 - Tekstslide


Hindoeïsme

Ontstaan: 5000 jaar geleden, In Pakistan, India
Geen stichter
Geloof heel divers
Doel: verlossing uit reïncarnatie

Slide 2 - Tekstslide

Het Hindoeïsme is behalve een godsdienst, vooral een manier van leven. Belangrijk zijn:

- Brahman = De oerziel / oorsprong. 
                         Hieruit is alles ontstaan. 

- Atman = Ziel, die ieder levend wezen bij zich draagt. 

Bij overlijden wordt het lichaam verbrand, 
zodat de ziel weer terug kan naar Brahman. 

Slide 3 - Tekstslide

De dood neemt een belangrijke plek in in het Hindoeïsme. Het wordt als iets positiefs ervaren! Na je overlijden word je geboren in een ander lichaam, met dezelfde ziel (atman). Dit noemen we reïncarnatie


De tijd heeft een cyclisch karakter


Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

JAYNA'S = dagelijkse plichten

1. Het opzeggen van gebeden, yoga, rituelen
2. Het leiden van een godsdienstig leven
3. De plicht tot gastvrijheid
4. De zorg voor ouders en ouderen
5. De zorg voor al wat groeit en bloeit

Slide 6 - Tekstslide

KARMA
Karma betekent letterlijk "handeling" of "actie". Alles wat we doen, denken, of zeggen, komt weer bij onszelf terug. 

Goede daden leiden tot goede gevolgen, kwade tot slechte gevolgen. 
Dit bepaalt ook je toekomst.

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Video

Kastenstelsel
Een kaste is een sociale laag of groepering van de bevolking. Je kunt tijdens je leven niet van kaste veranderen. 

1. Brahmanen (priesters, wetenschappers, ministers)
2. Ksahtriyas (soldaten en heersers)
3. Vaishiyas (boeren en handelaren)
4. Shudras (werkers en vaklieden)
(5). Dalits (kastelozen)

Slide 9 - Tekstslide

Moksha is de bevrijding uit de kringloop van reïncarnatie: 

Yoga
 komt voor uit de Hindoeïstische traditie. 
Beheersen van geest, gevoel en lichaam.

Doel: eenwording van de geest met het Goddelijke


Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide

Een Atman is hetzelfde als jouw karakter: ze kunnen niet los van elkaar.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 12 - Quizvraag

Het Hindoeïsme is de oudste, nog bestaande godsdienst ter wereld. Hoe oud?
A
500 jaar
B
5000 jaar
C
10.000 jaar
D
15.000 jaar

Slide 13 - Quizvraag

Het Hindoeïsme kent geen stichter of profeet.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 14 - Quizvraag

De Brahman is een soort van:
A
Oerknal
B
Oerend hart
C
Oerziel
D
Oever

Slide 15 - Quizvraag

Wie of wat hebben in wezen alle kwaliteiten van Brahman?
A
Planten, stenen, dieren
B
Mensen, stenen, planten
C
Stenen, dieren, mensen
D
Mensen, dieren, planten

Slide 16 - Quizvraag

Reïncarnatie is:
A
Wedergeboorte met een andere ziel
B
Wedergeboorte met dezelfde ziel
C
Wedergeboorte in hetzelfde lichaam
D
Niet opnieuw geboren worden

Slide 17 - Quizvraag

Het leven volgens het
Hindoeïsme heeft
een:
A
Lineair karakter
B
Tertiair karakter
C
Primair karakter
D
Cyclisch karakter

Slide 18 - Quizvraag

Voorbeelden van slecht karma:
A
Vergeving
B
Nederigheid
C
Manipulatie
D
Zelfdiscipline

Slide 19 - Quizvraag

Voorbeelden van goed karma:
A
Vergeving
B
Lafheid
C
Vechten
D
Opzettelijk schaden

Slide 20 - Quizvraag

De hoogste kast in het kastenstelsel is:
A
Vaishiyas (boeren)
B
Kshatriyas (soldaten)
C
Shudras (werkers)
D
Brahmanen (priesters)

Slide 21 - Quizvraag

Bevrijding uit de kringloop van reïncarnatie is:
A
Samsara
B
Atman
C
Moksha
D
Nirwana

Slide 22 - Quizvraag

BRAHMAN
Brahma = Oppergod / Schepper / ONTSTAAN
Vishunu = Beschermer / BESTAAN
Shiva = Verwoester en herschepper / AFSTAAN
Er zijn nog honderden andere godin en godinnen: mannelijk, vrouwelijk, onzijdig, dierlijk, etc.

Slide 23 - Tekstslide

Mandir = tempel, opgedragen aan een bepaalde god of godin. Levendige plaatsen; ontmoetingsplek voor ceremonies en puja                          (offeren aan de goden).

Slide 24 - Tekstslide

Heilige boeken / Rituelen 


De belangrijkste, oudste geschriften noemen we de Veda's. Ze zijn geschreven in het Sanskriet en mogen alleen door brahmanen gelezen worden. Ze bestaan uit
- lofzangen
- gebeden
- offers en spreuken
- regels voor rituelen

Slide 25 - Tekstslide

Geboorte en Huwelijk
Aum-teken op tong
Zegenwens uitspreken
Na 10 dagen officiële naam 
Baby komt dan voor het eerst buiten
Na 4 maanden kaalgeschoren 
Na 4 maanden gaatjes in oor (staat voor reinheid)

Huwelijk: steeds meer mensen trouwen buiten hun kaste om. Moeilijk, want heerst taboe omheen. Vaak moeten mensen dan vluchten (eermoord). 

Slide 26 - Tekstslide

Eten en vasten
De                  is een heilig dier            Mag niet gegeten of gestoord worden. Dit omdat de koe voor           producten zorgt. De urine van de wordt gedronken als           . . . De mest van de koe wordt gebruikt om het                            te bewerken en om                     op te warmen. 

Een hindoe kan vasten om religieuze of politieke redenen. 

Slide 27 - Tekstslide

Voor sommigen een religieus symbool, voor anderen een mode verschijnsel. Bij sommige groepen geeft de stip aan dat iemand getrouwd is (rood), bij anderen is het een oog dat naar je eigen gedrag kijkt. 
Tika of Tilaka

Slide 28 - Tekstslide

Slide 29 - Video

Ohm
Lotusbloem
Swastika
Mandala

Slide 30 - Sleepvraag

Slide 31 - Video

Mahatma Gandhi
De Britten zijn de baas in India (kolonie) als Gandhi in 1869 wordt geboren. Gandhi wil India onafhankelijk maken, door te protesteren zonder geweld te gebruiken, terwijl Engeland juist wel geweld gebruikt. India wordt onafhankelijk!

Gandhi wordt gezien als held. 

Slide 32 - Tekstslide