Jullie hebben in TB 7A kennisgemaakt met het werkwoord ir.
Een belangrijk werkwoord m.b.t. tot de weg vragen.
Ook leer je hier iets over de combinatie van ir met voorzetsels:
ir + a = gaan naar. Vamos a Bogotá = We gaan naar Bogotá.
ir + en = gaan met. ¿Vais en avión? = Gaan jullie met het vliegtuig?
ir + a = gaan te. Voy a pie. = Ik ga te voet.