De top van de parabool

De top van een parabool
1 / 19
volgende
Slide 1: Tekstslide
WiskundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

In deze les zitten 19 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

De top van een parabool

Slide 1 - Tekstslide

Kwadraatafsplitsen

Slide 2 - Tekstslide


Gegeven de parabool
y=3(x−6)​2​​+3
Geef de coördinaten van de top van de parabool

Slide 3 - Open vraag


Gegeven de parabool
y=−3(x+4)​2​​−8
Geef de coördinaten van de top van de parabool

Slide 4 - Open vraag


Splits het kwadraat af bij 
y=x​2​​+14x+50
A
y=(x+7)​2​​
B
y=(x−7)​2​​+1
C
y=(x+7)​2​​−49
D
y=(x+7)​2​​+1

Slide 5 - Quizvraag

y=x​2​​+14x+50
y=(x+7)​2​​−49+50=(x+7)​2​​+1
kwadraatafsplitsen:

Slide 6 - Tekstslide


Splits het kwadraat af bij 
y=x​2​​−8x+13
A
y=(x−4)​2​​−3
B
y=(x−4)​2​​+29
C
y=(x−4)​2​​−51
D
y=(x−4)​2​​

Slide 7 - Quizvraag

y=x​2​​−8x+13
y=(x−4)​2​​−16+13=(x−4)​2​​−3
kwadraatafsplitsen:

Slide 8 - Tekstslide


Bereken de coördinaten van de top van de parabool via kwadraatafsplitsen:
y=x​2​​−6x+10

Slide 9 - Open vraag

y=x​2​​−6x+10
y=(x−3)​2​​−9+10=(x−3)​2​​+1
kwadraatafsplitsen:
Top van de parabool: 
(3,1)

Slide 10 - Tekstslide

Wiskunde B:

Slide 11 - Tekstslide


Bereken de coördinaten van de top van de parabool via kwadraatafsplitsen:
y=2x​2​​−4x+6
WB:

Slide 12 - Open vraag

y=2x​2​​−4x+6
kwadraatafsplitsen:
y=2(x​2​​−2x)+6=2((x−1)​2​​−1)+6=
2(x−1)​2​​−2+6=2(x−1)​2​​+4
Top van de parabool: 
(1,4)

Slide 13 - Tekstslide

Verschuiven (WA en WB)

Slide 14 - Tekstslide


De grafiek van 
y=(x−4)​2​​+3
wordt 2 omlaag verschoven. Welke formule hoort bij de beeldgrafiek?
A
y=(x−2)​2​​+3
B
y=(x−4)​2​​+5
C
y=(x−4)​2​​+1
D
y=(x−6)​2​​+3

Slide 15 - Quizvraag

Slide 16 - Tekstslide


De grafiek van 
y=(x+3)​2​​−2
wordt 2 naar rechts verschoven. Welke formule hoort bij de beeldgrafiek?
A
y=(x+1)​2​​−2
B
y=(x+5)​2​​−2
C
y=(x+3)​2​​
D
y=(x+3)​2​​−4

Slide 17 - Quizvraag


De grafiek van 
y=(x+1)​2​​−3
wordt 2 naar links en 6 omhoog verschoven. Welke formule hoort bij de beeldgrafiek?
A
y=(x+3)​2​​+3
B
y=(x−1)​2​​−9
C
y=(x−1)​2​​+3
D
y=(x+3)​2​​−9

Slide 18 - Quizvraag

EINDE

Slide 19 - Tekstslide