voorbereiden examen ( laatste officiële les)

voorbereiden examen ( laatste officiële les)
1 / 16
volgende
Slide 1: Tekstslide

In deze les zitten 16 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

voorbereiden examen ( laatste officiële les)

Slide 1 - Tekstslide

“Veel mensen kopen daar om het kopen”, zegt Renée. “Zo zijn wij niet.”
(regels 50-52)
 Citeer de zin uit alinea 5 die de bewering van Renée tegenspreekt.

Slide 2 - Open vraag

citeren (zin of zinsgedeelte)
Je schrijft of de hele zin op....

“En nu zitten ze hier met allebei twintig paar sokken, een shirtje, twee
shortjes, een olifantenpyjamabroek en een kaars.” (regels 47-50)

Of je schrijft de eerste twee woorden ... en de laatste twee woorden op 
En nu ... een kaars

Slide 3 - Tekstslide

“Maar ja, ik ben natuurlijk niet de doelgroep van Primark. Ik ben bovendien niet het type dat graag winkelt.” (regels 135-138)

Welk verband bestaat er tussen deze twee zinnen?

A
geeft een conclusie bij de eerste zin.
B
laat een gevolg zien bij de eerste zin.
C
noemt een voorbeeld bij de eerste zin.
D
vormt met de eerste zin een opsomming.

Slide 4 - Quizvraag

signaalwoorden


Signaalwoorden geven het verband aan tussen alinea’s en zinnen en zijn dus heel belangrijk voor de begrijpelijkheid van een tekst. Het geeft informatie over hoe een tekst is opgebouwd. Zonder signaalwoorden van tijd, bijvoorbeeld, weet je als lezer niet of een tekst chronologisch of niet-chronologisch is opgebouwd en dan wordt een tekst een stuk minder duidelijk. Als een tekst met weinig signaalwoorden is geschreven, lijken de zinnen los van elkaar te staan en is de tekst lastiger te volgen. Signaalwoorden maken de tekst dus een stuk duidelijker.

lees blz ... examenbundel 


Slide 5 - Tekstslide

Wat is het belangrijkste doel van deze advertentie?
De advertentie wil de lezer

A aansporen een bedrag van minimaal € 39,95 aan het WNF te geven.
B informeren dat Humberto Tan een boek met prachtige natuurfoto’s
heeft gemaakt.
C meedelen dat het boek Aarde op 1 slechts in beperkte oplage is
gedrukt.
D overtuigen dat we zuinig op de indrukwekkende natuur moeten zijn. 

Slide 6 - Tekstslide

Op welke doelgroep richt deze advertentie zich vooral?
A
op mensen die apen willen beschermen
B
op mensen die fan zijn van Humberto Tan
C
op mensen die gratis een boek willen ontvangen
D
op mensen die het WNF willen steunen

Slide 7 - Quizvraag

Schrijf het onderstaande punt:

De aanleiding om de e-mail te schrijven: klachten over je bezoek aan restaurant 'Heerlijk'

Slide 8 - Open vraag

Schrijf het onderstaande punt:

Een verzoek om een reactie binnen twee weken.

Slide 9 - Open vraag

Schrijf het onderstaande punt:

verzoek om een snelle reactie.

Slide 10 - Open vraag

Schrijf het volgende punt:

Voorstel voor datum en tijdstip van gesprek met de klas;

Slide 11 - Open vraag

Hoe noteer je een tijd in een brief?
A
14:30
B
14.30
C
14.30h
D
14:30 uur

Slide 12 - Quizvraag

Hoe noteer je de plaats en datum?
A
Heemskerk, 08-05-2025
B
Heemskerk, 8 mei 2025
C
Heemskerk 08 mei 2025
D
Heemskerk 8 mei 2025

Slide 13 - Quizvraag

Welk antwoord geeft de juiste volgorde van de conventies (opbouw) van een zakelijke brief aan:
1. plaats, datum
2. jouw adres
3. adres bedrijf
4. betreft
5. aanhef
A
23145
B
21345
C
31245
D
31254

Slide 14 - Quizvraag

Welke conventies gelden niet bij een artikel?

A
titel
B
indeling in alinea's
C
passend taalgebruik
D
aanhef en groet

Slide 15 - Quizvraag

Taak
maken tekst met ontbrekende signaalwoorden
spelling werkblad 
voorbereiden PTA schrijfvaardigheid 

Slide 16 - Tekstslide