In deze les zitten 23 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.
Lesduur is: 50 min
Onderdelen in deze les
Slide 1 - Tekstslide
Slide 2 - Tekstslide
Slide 3 - Tekstslide
Welcome back class!
Prep lesson test-week 3
Slide 4 - Tekstslide
Schedule!
- Lesson aims
- Test questions
- Work time & Recap
-Study time :)
All our dreams can come true, if we have the courage to pursue them.
Slide 5 - Tekstslide
Write down two lesson goals from your notes. And do you agree?
Slide 6 - Open vraag
What is the past simple rule?
A
to be + WW + ing
B
Stam + ed
C
Yesterday, in 1989, two weeks ago.
D
Facts, habits, and routines.
Slide 7 - Quizvraag
What should the ending be of a word that ends in -y? Example: to marry.
A
take away the -y
add- cked
B
keep the -y
add -ing
C
keep the -y
add -ed
D
take away the -y
add -ied
Slide 8 - Quizvraag
Is the sentence correct? 'Yesterday my friend eated lasagna for dinner.' CORRECT THE ERROR.
Slide 9 - Open vraag
The verb 'to be' is what kind of verb?
A
a regular verb
(past simple)
B
a regular verb
(infinitive)
C
an irregular verb
(past simple)
D
an irregular verb
(infinitve)
Slide 10 - Quizvraag
Write down three linking words (singaalwoorden) from the past simple.
Slide 11 - Open vraag
Write down two sentences using the past simple!
Slide 12 - Open vraag
Step 1:
Q: Tomorrow I'm checking homework, what should be done?
A: WB p. 80, 82, 87, 88, 89.
Step 2:
Make practice test 3 (ask!)
Step 4:
StudyGo; Link in teams
Step 5:
Study for the test.
- Wordlists
- Irregular verbs
- Repeat the grammar
Spend your time wisely....
Slide 13 - Tekstslide
Practical information
Wordlists from Unit 6 + 7 (zie in teams).
The irregular verbs list (Students' book, p. 127).
The Past Simple, the Positive (+), the Negative (-), questions (?) and short answers. (Zie je aantekeningen)
Slide 14 - Tekstslide
Are you ready for the test?
A
I still have to study the words.
B
I still have to study the grammar.
C
I still have to study the irregular verbs.
D
I am super ready!!
Slide 15 - Quizvraag
See you tomorrow!!
:)
Slide 16 - Tekstslide
Wanneer gebruiken we de past simple?
- I play hockey - Present Simple
Maar hoe zeggen we dit in de verleden tijd?
- I played hockey last week. - Past Simple
Signaalwoorden:
yesterday, last week, last year,
three days ago, a long time ago, in 1989, etc.
I played football three days ago.
- A long time ago, I visited my grandmother.
- I wanted to meet him yesterday.
Slide 17 - Tekstslide
Hoe maak je de Past Simple?
Regel: Schrijf -ed achter de stam.
- I talk..... to Jimmy yesterday.
- We watch... the match this morning.
- Last week, they walk... towards the forest.
Het maakt niet uit of je het over I, you, we of they hebt: je schrijft altijd -ed achter de stam.
Slide 18 - Tekstslide
Uitzonderingen!
Werkwoorden die eindigen op -e, krijgen alleen -d erachter:
- to bake: We baked a delicious cake yesterday.
Werkwoorden die eindigen op -c, krijgen -ked erachter:
- to panic: She panicked when she heard the bad news.
Slide 19 - Tekstslide
Uitzonderingen!
Werkwoorden die eindigen op een l, met één klinker ervoor krijgen een extra l:
- to travel: We travelled to Africa last summer.
Werkwoorden die eindigen op -y, met een medeklinker ervoor, krijgen -ied:
- to marry: She married him when she was 18 years old.
Werkwoorden die kort zijn, één klinker in zich hebben en waarbij maar één klemtoon mogelijk is, schrijf je met een extra laatste medeklinker voor -ed:
- to swap: They swapped their Ipods to listen to each others music.
Slide 20 - Tekstslide
The irregular verbs
Irregular verbs = Onregelmatige werkwoorden
Regelmatig - I walk -> I walked.
Onregelmatig - I eat -> I ate.
Students' book page 127 (You need to know this for TEST week.)
Slide 21 - Tekstslide
Take notes: Ontkenningen maken in de verleden tijd.
Als je een hulpwerkwoord hebt: could, was/ were: dan zet je deze vooraan bij vraagzinnen en zet je NOT erachter bij ontkenningen.
Bijvoorbeeld:
We were at school yesterday. (positive + )
Were we at school yesterday? (Question ? )
We weren’t at school yesterday. (negative - )
Slide 22 - Tekstslide
Take notes: Vraagzinnen in de verleden tijd.
Bij alle andere werkwoorden begin je de vraag met DID + helewerkwoord en maak je de ontkenning met DIDN’T + hele werkwoord. Let op! Het werkwoord verandert dan weer in de tegenwoordige tijd!
Bijv: I saw her yesterday > Did I see her yesterday?
I walked to school yesterday > I didn’t walk to school yesterda