Les 4. Syndromen

1 / 47
volgende
Slide 1: Tekstslide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 2

In deze les zitten 47 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Noteer bij de volgende video
Welke kenmerken van het fragile x syndroom worden genoemd in de video?

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Video

Kenmerken
fragile x syndroom

Slide 7 - Woordweb

Kenmerken fragile x syndroom
gevoelig (sensitief)
angsten en snel overprikkeld
gericht op andere mensen/ relaties met anderen en dieren
Geen fysieke beperkingen
veel repetitief gedrag
aversie tegen oogcontact





Slide 8 - Tekstslide

Het fragile X syndroom is
A
Geslachtsgebonden overerfelijk
B
autosomaal overerfelijk
C
een trisomie

Slide 9 - Quizvraag

Mutatie bij fragile x syndroom is een
A
deletie
B
insertie
C
inversie
D
duplicatie

Slide 10 - Quizvraag

De oorzaak van fragile x syndroom is
A
prenataal
B
perinataal
C
postnataal
D
mutatie

Slide 11 - Quizvraag

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Tekstslide

Behandeling fragile x syndroom is
A
curatief
B
palliatief
C
symptomatisch
D
preventief

Slide 17 - Quizvraag

Noteer bij de volgende video
Welke verpleegkundige aandachtspunten bij de zorg voor mensen het het RETT syndroom worden in het volgende filmpjes genoemd? 

Slide 18 - Tekstslide

2

Slide 19 - Video

VPK aandachtsgebieden
bij RETT

Slide 20 - Woordweb

VPK aandachtsgebieden bij RETT
  • Communicatie
  • ADL
  • Welbevindenmobiliteit
  • Medicatie (b.v. tegen epilepsie, slapen)
  • Lichamelijke beperkingen (b.v. scoliose)
  • Verstandelijke beperking

Slide 21 - Tekstslide

00:04
Hoe kan het RETT syndroom alleen bij meisjes voorkomen?
A
ziek: 2 aangedane x chromosomen
B
x chromosomaal, voor jongens dodelijk
C
autosomaal dominant

Slide 22 - Quizvraag

00:14
Kan het RETT syndroom ontdekt worden bij de 20 weken echo?
A
Ja
B
Nee

Slide 23 - Quizvraag

Slide 24 - Tekstslide

Slide 25 - Tekstslide

Slide 26 - Tekstslide

Slide 27 - Tekstslide

Verband tussen scoliose en afname spiertonus?

Slide 28 - Open vraag

Slide 29 - Tekstslide

Fladderen met handen en op handen bijten is typerend gedrag voor
A
Downsyndroom
B
RETT syndroom
C
Fragile x syndroom

Slide 30 - Quizvraag

Slide 31 - Video

Heeft iedere persoon met Tubereuze sclerose een verstandelijke beperking?
A
Ja
B
Nee

Slide 32 - Quizvraag

Als er wel een VSB is bij TS, waardoor wordt dat dan veroorzaakt?
A
maligne tumoren hersenen
B
benigne tumoren hersenen

Slide 33 - Quizvraag

Overerving van TS is
A
x chromosomaal
B
y chromosomaal
C
autosomaal recessief
D
autosomaal dominant

Slide 34 - Quizvraag

wat is de functie van de eiwitten hamartine en tuberine?
A
regulatie van de celgroei
B
regulatie stofwisseling
C
ondersteuning immuunsysteem

Slide 35 - Quizvraag

Welke 3 huidaandoeningen kunnen voorkomen bij TS?

Slide 36 - Open vraag

Hoeveel % van de TS patiënten heeft epileptische aanvallen?
A
20%
B
50%
C
70%
D
90%

Slide 37 - Quizvraag

Hoeveel % van de TS patiënten heeft autisme?
A
20%
B
50%
C
70%
D
90%

Slide 38 - Quizvraag

Welke organen (naast hersenen en huid) kunnen ook aangetast worden door TS?
A
maag-darmkanaal
B
lever en milt
C
hart en nieren
D
schildklier en geslachtsorganen

Slide 39 - Quizvraag

Slide 40 - Tekstslide

Slide 41 - Tekstslide

Wat is de oorzaak van een eventuele VSB bij TS?
A
benigne hersentumor
B
maligne hersentumor
C
epileptische aanvallen
D
malformaties bloedvaten hersenen

Slide 42 - Quizvraag

Slide 43 - Tekstslide

Slide 44 - Tekstslide

De oorzaak van TS is
A
Een mutatie
B
Numerieke chromos. afwijking
C
Postnataal

Slide 45 - Quizvraag

Slide 46 - Tekstslide

Was deze les leerzaam?
😒🙁😐🙂😃

Slide 47 - Poll