Wat is LessonUp
Zoeken
Kanalen
Inloggen
Registreren
‹
Terug naar zoeken
ABR7 01.04.2025
Welkom
01.04.2025
1 / 38
volgende
Slide 1:
Tekstslide
Anders
MBO
Studiejaar 1
In deze les zitten
38 slides
, met
tekstslides
en
1 video
.
Lesduur is:
180 min
Start les
Bewaar
Deel
Printen
Onderdelen in deze les
Welkom
01.04.2025
Slide 1 - Tekstslide
Planning
Terugblik
2.7
Start 3.1
Afsluiting
Slide 2 - Tekstslide
Terugblik
Bespreken HW opdr. 105
Voorbeeldzinnen!?
Slide 3 - Tekstslide
2.7
En dan nog iets
Slide 4 - Tekstslide
Start thema 3
Wat is het onderwerp van thema 3?
Wat weet je al over het onderwerp?
Slide 5 - Tekstslide
3.1
Bekijk de afbeelding bij opdr. 1
Heb jij weleens zo'n bord gezien?
Hangt er in jouw buurt zo'n bord?
Wat betekent buurtpreventie, denk je?
Vind je buurtpreventie belangrijk? Waarom?
Ben je lid van een buurtapp? Waarom wel? Waarom niet?
Slide 6 - Tekstslide
3.1
Bekijk opdr. 2
Wat vind jij?
Beantwoord de vragen
Bespreken
Slide 7 - Tekstslide
3.1
Bekijk het blauwe blokje op blz. 86
Samen lezen
Slide 8 - Tekstslide
3.1
Lees zelfstandig de gesprekjes op blz. 87
Maak zelfstandig opdr. 3 + 4
Bespreken
Slide 9 - Tekstslide
3.1
Samen luisteren (opdr. 6)
Slide 10 - Tekstslide
3.1
Maak tweetallen
Praat samen (opdr. 7 + 8)
Slide 11 - Tekstslide
3.1
Bekijk het rode blokje op blz. 89
Met het woordje -kant kun je aangeven
waar iets is
.
Bijvoorbeeld: Aan de
rechterkant
van plein is het gemeentehuis.
Slide 12 - Tekstslide
3.1
Klassikaal: opdr. 9
Slide 13 - Tekstslide
3.1
Opdracht:
Maak een groepje van 3 cursisten
Loop door de school
Maak foto's van 4 dingen. Schrijf over elke foto 6 zinnen.
Gebruik de woorden voorkant, achterkant, rechterkant, linkerkant, onderkant en bovenkant
Tijd: 25/30 minuten
Slide 14 - Tekstslide
3.1
Bekijk opdr. 10
Luister naar de tekst
Zet het juiste cijfer bij het gebouw
Slide 15 - Tekstslide
3.1
Bekijk het rode blokje op blz. 91
Bijzondere meervoudsregels
twee --> tweeën
zee --> zeeën
idee --> ideeën
Regel: woorden op
-ee
krijgen bij meervoud +
ën
ë/ï --> twee puntjes heten een
trema
Slide 16 - Tekstslide
www.taal-oefenen.nl
Slide 17 - Link
3.1
vrijheid --> vrijheden
schoonheid --> schoonheden
snelheid --> snelheden
mensheid --> mensheden
Regel: woorden op
-heid
krijgen bij meervoud
-heden.
Slide 18 - Tekstslide
3.1
monteur
regisseur
conducteur
souffleur
ambassadeur
redacteur
Regel:
beroepen
op
-eur
krijgen bij meervoud een
-s
.
Slide 19 - Tekstslide
www.dutchgrammar.com
Slide 20 - Link
3.1
'Speciale woorden'
Bijvoorbeeld:
bedrag --> bedragen
slot --> sloten
blad --> bladen
weg --> wegen
Regel: Er zijn bepaalde woorden met een
korte klank
die in het
meervoud
een
lange klank
krijgen.
Slide 21 - Tekstslide
www.dutchgrammar.com
Slide 22 - Link
3.1
blad --> bladeren
ei --> eieren
kind --> kinderen
lied --> liederen
rund --> runderen
rad --> raderen
Sommige woorden hebben bij meervoud
-eren
Slide 23 - Tekstslide
educatie-en-school.infonu.nl
Slide 24 - Link
3.1
Bij sommige woorden moet je het meervoud uit je hoofd leren.
Bijvoorbeeld:
broer --> broers
e-mail --> e-mails
oom --> ooms
stad --> steden
Slide 25 - Tekstslide
www.goedverwoord.nl
Slide 26 - Link
3.1
Bekijk opdracht 13
Welke woorden zijn meervoud?
Zet een rondje om de woorden in het meervoud.
Schrijf het meervoud van de woorden op die nog niet in het meervoud staan.
Bespreken
Slide 27 - Tekstslide
3.1
Pak werkblad 3.1a
Je gaat oefenen met het schrijven van enkelvoud/meervoud.
Let goed op de juiste vorm!!
Bespreken
Slide 28 - Tekstslide
3.1
Klassikaal: opdr. 15
Slide 29 - Tekstslide
3.1
Maak tweetallen
Pak werkblad 3.1b
Praat samen
Wat zie je? Maak minimaal
2 zinnen
.
Slide 30 - Tekstslide
3.1
Pak een stuk (lijntjes)papier
Draai het rad
Schrijf op je papier het meervoud van het woord.
Bespreken
Slide 31 - Tekstslide
3.1
Dictee
Luister naar de zinnen
Schrijf de zinnen op
Bespreken
Slide 32 - Tekstslide
3.1
Maak tweetallen
Pak werkblad 3.1c
Cursist A zegt welke foto's hij/zij heeft.
Kies één van de foto's en leg uit waarom.
Vraag cursist B naar zijn/haar keuze.
Vertel daarna wat er op de foto's staat.
Slide 33 - Tekstslide
3.1
Bekijk opdracht 18.
Je maakt de berichten af.
Gebruik daarvoor de woorden die tussen haakjes staan.
Klaar?
Bespreek jouw antwoorden met een medecursist.
Klassikaal bespreken.
Slide 34 - Tekstslide
3.1
Pak werkblad 3.1d
Schrijf een bericht.
Je bent aan het werk in huis of in de tuin. Je wilt iets van iemand anders lenen. Je schrijft een bericht in de buurtapp. Bedenk
zelf een situatie of kies uit de voorbeelden hieronder. Schrijf op 1) wat je nodig hebt, 2) waarom je het nodig hebt en 3) vraag of
iemand je kan helpen.
Klaar? Lees het bericht van een medecursist. Schrijf een antwoord onder het bericht. Lees daarna een ander bericht van een
medecursist en het antwoord eronder. Schrijf daaronder nog een antwoord op het bericht
Slide 35 - Tekstslide
Slide 36 - Tekstslide
Slide 37 - Video
Afsluiting
Slide 38 - Tekstslide
Meer lessen zoals deze
ABR6 02.12.2024
November 2024
- Les met
35 slides
Anders
MBO
Studiejaar 1
ABT3 04.10.24
October 2024
- Les met
26 slides
Anders
MBO
Studiejaar 1
ABR6 06.01.2025
January 2025
- Les met
19 slides
Anders
MBO
Studiejaar 1
ABR7 17.03.2025
20 days ago
- Les met
28 slides
Anders
MBO
Studiejaar 1
ABT3 06.12.2024
December 2024
- Les met
19 slides
Anders
MBO
Studiejaar 1
ABT3 15.11.2024
November 2024
- Les met
16 slides
Anders
MBO
Studiejaar 1
ABR6 20.01.2025
January 2025
- Les met
17 slides
Anders
MBO
Studiejaar 1
ABR7 03.09.2024
September 2024
- Les met
15 slides
Anders
MBO
Studiejaar 1