EHBO les 4-VES- 2025

EHBO
Introductie in de EHBO
Les 1
50 min
VES 2025
1 / 23
volgende
Slide 1: Tekstslide
EHBO en ReanimatieMBOStudiejaar 2

In deze les zitten 23 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

EHBO
Introductie in de EHBO
Les 1
50 min
VES 2025

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Onderwerpen

-herhaling les 3
-beroerte
-diabetes
-tekenbeet
-brandwonden
-bloedneus









Tip:
Download de EHBO-app van het rode kruis

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Les 4: theorie 
  • herhaling les 3 (reanimatie en AED)
  • beroerte
  • diabetes problemen
  • tekenbeet
  • brandwonden
  • bloedneus

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

In welke situatie moet je reanimatie starten?

A
Je leraar zegt dat hij plotseling een drukkend gevoel op zijn borst heeft en benauwd is. Hij voelt zich zwak, maar hij is nog aanspreekbaar en ademt normaal.
B
Je vindt een leerling op de grond die niet reageert als je hem aanspreekt en schudt. Wanneer je de kinlift toepast en de ademhaling controleert, hoor je een regelmatige ademhaling en zie je de borstkas normaal op en neer gaan.
C
Op straat zakt een man plotseling in elkaar. Hij reageert niet als je hem aanspreekt en schudt. Je kantelt zijn hoofd en controleert zijn ademhaling, maar je hoort niets en ziet de borstkas niet bewegen.
D
Een leerling op school valt hard met zijn hoofd op de grond en blijft een paar seconden roerloos liggen. Daarna opent hij zijn ogen en kan hij praten, al is hij wat verward.

Slide 4 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke is juist?
A
Bij een EHBO-cursus zegt een deelnemer dat een AED alles voor het hart doet en dat borstcompressies niet nodig zijn als je een AED gebruikt.
B
Je ziet in een winkelcentrum iemand instorten. Een omstander zegt: "We kunnen niets doen, want een AED mag alleen door een arts worden gebruikt."
C
Een vriend zegt dat hij zich duizelig voelt en denkt dat zijn hart te snel klopt. Hij vraagt of je een AED kunt gebruiken om zijn hart 'opnieuw te starten'.
D
Man van 55 zakt plotseling in elkaar en reageert niet meer. Hij ademt niet normaal. Je start reanimatie en een omstander haalt een AED. Wanneer je de elektroden plakt, analyseert de AED het hartritme en geeft het apparaat de instructie om een schok toe te dienen.

Slide 5 - Quizvraag

Bij een EHBO-cursus zegt een deelnemer dat een AED alles voor het hart doet en dat borstcompressies niet nodig zijn als je een AED gebruikt.
Welke is juist?
A
700 tot 800 slachtoffers worden per jaar gereanimeerd
B
dat er per dag 10 mensen een hartstilstand krijgen
C
de ambulance er gemiddeld 12 min over doet
D
als je binnen 8 min start met reanimatie verdubbeld de overlevingskans

Slide 6 - Quizvraag

er per dag 43 mensen een hartstilstand krijgen
als je binnen 6 min start met reanimatie
 7000 tot 8000 slachtoffers worden per jaar gereanimeerd
je burgerhulpverlener kunt worden als je kunt reanimeren
de ambulance er gemiddeld 12 min over doet
reanimatie verdubbeld de overlevingskans
na geslaagde reanimaties herstelt 90% volledig
Wat is een beroerte?

A
Een tijdelijke verstoring van de bloedtoevoer naar de hersenen, waardoor iemand even niet kan bewegen of spreken.
B
.Een infectie in de hersenen die leidt tot ontstekingen en blijvende schade aan het zenuwstelsel.
C
Een plotselinge samentrekking van de hartspier, waardoor de bloedtoevoer naar de hersenen tijdelijk wordt onderbroken.
D
Een beschadiging van de hersenen door een tekort aan zuurstof, veroorzaakt door een afsluiting of bloeding in een bloedvat

Slide 7 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe herken je een beroerte?


A
Door een plotselinge pijn op de borst en kortademigheid.
B
Door een scheve mond, verwarde spraak en een verlamde arm.
C
Door het optreden van koorts, hoofdpijn en nekstijfheid.
D
Door duizeligheid en langzaam toenemende geheugenproblemen.

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een veelgebruikt ezelsbruggetje om een beroerte te herkennen?


A
ABC: Ademhaling, Bewustzijn, Coördinatie.
B
SOS: Spraak, Ogen, Stappen
C
FAST: Face, Arm, Speech, Time
D
BEP: Bloeddruk, Evenwicht, Polsslag

Slide 9 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Beroerte

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welk hormoon is er niet of te weinig bij diabetes 2?


A
Insuline
B
Glucagon
C
Glycogeen
D
Adrenaline

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe herken je problemen bij diabetes?


A
De persoon heeft vaak dorst, moet veel plassen en heeft een warme, rode huid.
B
De persoon heeft last van hevige hoofdpijn, misselijkheid en een stijve nek.
C
De persoon is verward, zweterig, bleek en kan mogelijk trillen of flauwvallen.
D
De persoon heeft moeite met ademhalen en klaagt over pijn op de borst.

Slide 12 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat moet je als EHBO’er doen als iemand met diabetes verward en zweterig is?

A
De persoon laten liggen en afwachten of het vanzelf beter wordt.
B
De persoon laten drinken en insuline spuiten
C
Direct 112 bellen
D
De persoon zoet eten of drinken geven en controleren of hij/zij reageert.

Slide 13 - Quizvraag

als slachtoffer buiten bewustzijn wordt, stabiele zijligging en 112
Tekenbeet

Slide 14 - Tekstslide

1 op de 5 teken draagt een bacterie borrelia, langer dan 24 uur vast =ha
Wat doe je bij een brandwond?

Slide 15 - Open vraag

De leerlingen vullen het antwoord in, dit verschijnt op het bord.
Hoe herken je een eerstegraads oftewel oppervlakkige verbranding?

A
een rode, pijnlijke, soms glanzende huid met blaren.
B
rode, licht gezwollen, droge en pijnlijke huid. De huid is niet stuk.
C
een droge, wit perkamentachtige huid of juist een zwarte kleur. Het doet nauwelijks pijn.

Slide 16 - Quizvraag

als slachtoffer buiten bewustzijn wordt, stabiele zijligging en 112
Hoe herken je een tweedegraads oftewel ondiepe verbranding?

A
een rode, pijnlijke, soms glanzende huid met blaren.
B
rode, licht gezwollen, droge en pijnlijke huid. De huid is niet stuk.
C
een droge, wit perkamentachtige huid of juist een zwarte kleur. Het doet nauwelijks pijn.

Slide 17 - Quizvraag

als slachtoffer buiten bewustzijn wordt, stabiele zijligging en 112
Hoe herken je een derdegraads oftewel volledige verbranding?

A
een rode, pijnlijke, soms glanzende huid met blaren.
B
rode, licht gezwollen, droge en pijnlijke huid. De huid is niet stuk.
C
een droge, wit perkamentachtige huid of juist een zwarte kleur. Het doet nauwelijks pijn.

Slide 18 - Quizvraag

als slachtoffer buiten bewustzijn wordt, stabiele zijligging en 112
Brandwonden

Slide 19 - Tekstslide

1 op de 5 teken draagt een bacterie borrelia, langer dan 24 uur vast =ha
Wat doe je bij een bloedneus?

Slide 20 - Open vraag

De leerlingen vullen het antwoord in, dit verschijnt op het bord.
Bloedneus

Slide 21 - Tekstslide

1 op de 5 teken draagt een bacterie borrelia, langer dan 24 uur vast =ha
Hoe herken je een nicotinevergiftiging?

Slide 22 - Open vraag

De leerlingen vullen het antwoord in, dit verschijnt op het bord.
Wat doe je bij een nicotinevergiftiging?

Slide 23 - Open vraag

De leerlingen vullen het antwoord in, dit verschijnt op het bord.