In deze les zitten 31 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.
Lesduur is: 30 min
Onderdelen in deze les
Het afweersysteem
Slide 1 - Tekstslide
Wat gaan we doen vandaag ???
Herhaling nieren (vorige week).
Uitleg afweer
Opdrachten maken
Slide 2 - Tekstslide
Leerdoelen
Je kunt beschrijven hoe antistoffen bescherming bieden tegen infecties.
Je kunt omschrijven wat er aan de hand is bij een allergie.
Slide 3 - Tekstslide
Lichaamsvreemd
Lichaamsvreemde stoffen horen niet thuis in je lichaam.
Je lichaam kan op 3 manieren lichaamsvreemde stoffen tegenhouden.
Met de huid.
Met de slijmvliezen in de luchtwegen.
Met zoutzuur in maagsap.
Slide 4 - Tekstslide
Infectie
Ziekteverwekkers komen toch in je lichaam terecht.
Afweersysteem treedt in actie.
Slide 5 - Tekstslide
Afweer door Witte Bloed Cellen
Slide 6 - Tekstslide
Antistoffen
Sommige Witte Bloed Cellen maken antistoffen aan.
Deze antistoffen binden met ziekteverwekkers.
Op deze manier worden deze uitgeschakeld.
Slide 7 - Tekstslide
Immuun
Als je ziek wordt, maken de WBC antilichamen aan tegen de indringer. Na een tijdje wordt je dan ook weer beter.
Word je later weer ziek door dezelfde ziekteverwekker, dan maken je WBC direct de goede antistof aan, ze hebben het onthouden. Je bent nu immuun geworden.
Slide 8 - Tekstslide
Vaccinatie
= kunstmatige immuniteit
Vaccin = dode of verzwakte ziekteverwekkers
Je voelt je verzwakt of je bent een beetje ziek
Slide 9 - Tekstslide
Wie is er allergisch?
Slide 10 - Tekstslide
Allergie
Afweerreactie van het lichaam op een onschuldige trigger
Loopneus: om de stof uit je neus te verwijderen
Rode huid: goed doorbloed om afweersysteem de kans te geven te reageren
Slide 11 - Tekstslide
Wat ben je als je niet (meer) ziek wordt van een ziekteverwekker?
Slide 12 - Open vraag
Welke bloedcellen zijn belangrijk voor de afweer?
A
rode bloedcellen
B
witte bloedcellen
C
bloedplaatjes
D
hemoglobine
Slide 13 - Quizvraag
Antistoffen
Sommige Witte Bloed Cellen maken antistoffen aan.
Deze antistoffen binden met ziekteverwekkers.
Op deze manier worden deze uitgeschakeld.
Slide 14 - Tekstslide
Vaccinatie
= kunstmatige immuniteit
Vaccin = dode of verzwakte ziekteverwekkers
Je voelt je verzwakt of je bent een beetje ziek
Slide 15 - Tekstslide
Wat wordt er in het lichaam gespoten bij een vaccinatie?
A
ziekteverwekker
B
bacterie
C
verzwakte ziekteverwekker
D
antistof
Slide 16 - Quizvraag
Vaccinatie tegen corona is een voorbeeld van:
A
Natuurlijk immuniteit
B
Kunstmatige immuniteit
Slide 17 - Quizvraag
Bij een allergie..
A
reageer je sterk op een stof
B
reageer je normaal op een stof
C
reageer je niet op een stof
Slide 18 - Quizvraag
Hoe noem je een allergie voor stuifmeel?
A
Astma
B
Longemfyseem
C
COPD
D
Hooikoorts
Slide 19 - Quizvraag
Wie ben ik: 'Ik zorg dat lichaamsvreemde stoffen opgeruimd worden'
A
witte bloedcel
B
rode bloedcel
C
bloedplaatjes
D
bloedplasma
Slide 20 - Quizvraag
Een voorbeeld van een infectie met schimmels is ..
A
oorontsteking
B
zwemmerseczeem
C
keelontsteking
D
griep
Slide 21 - Quizvraag
Wat is een infectie?
A
Als ziekmakers in je lijf binnen dringen
B
Als ziekmakers op je huid terecht komen
Slide 22 - Quizvraag
Slide 23 - Video
Slide 24 - Video
Opdrachten
Maak de opdrachten
vanaf blz 106 vr 1-6
Kader: ook vr 7
Slide 25 - Tekstslide
Wat doen je nieren?
A
Je nieren filteren je bloed. Ze halen de schadelijke stoffen eruit en de goede stoffen houden ze in je lichaam.
B
Je nieren filteren je bloed. Ze halen de goede stoffen uit je bloed en verwijderen die via de urine.
Slide 26 - Quizvraag
Wat bewaart de urine?
A
De nierleiders
B
De nierslagader
C
De nierblaas
D
De nieraders
Slide 27 - Quizvraag
Dit vervoert urine vanaf de urineblaas tot buiten het lichaam
A
nieraders
B
nierslagaders
C
nierleiders
D
nierblaas
Slide 28 - Quizvraag
Hoe komt het dat je urine overdag vaak lichter is dan in de ochtend?
A
Je drinkt te weinig
B
Je drinkt overdag meer
Slide 29 - Quizvraag
Hoe vaak stroomt het bloed door je hart bij de grote bloedsomloop?
A
1 x: je hebt maar 1 hart
B
2x: eerst door de rechterkant, dan longen en daarna linkerkant van het hart.