Week 14, les 1, 2e klas (Écouter, Partie 5D, Ontkenning)

1 / 35
volgende
Slide 1: Interactieve video met 1 slide
FransMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

In deze les zitten 35 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

Onderdelen in deze les

1

Slide 1 - Video

semaine 14, cours 2


1.Quel est le jour et la date    
2.Quel temps fait-il     
3. Quelle heure est-il    
  


      

Slide 2 - Tekstslide

  1. Début du cours
  2. Grammaire:  
    - NÉGATION

  3.  (ECOUTER)

  4.  Fin du cours
    - Réflection du cours
    -Blooket Partie A tm D


 (30m)

GRAMMAIRE: Négation
(ÉCOUTER )
(10m)

 (10m)

Slide 3 - Tekstslide

00:48
Wat betekent Ne me quitte pas?
A
Verlaat mij NIET
B
Verlaat mij GRAAG
C
Kietel mij NU
D
Kietel mij NOOIT

Slide 4 - Quizvraag

BUT
Je comprends (begrijp) 'LA NÉGATION' et je peux (kan) l'utiliser (gebruiken)

Slide 5 - Tekstslide

Négation
De ontkenning bestaat uit 2 delen:
  • de regel -> "ne (pv) pas "
  • de verschillende vormen 
    ( niet, .......niemand, niets, nooit, ...)

AVEC LA CLASSE
  • 1) Studiewijzer , Havo p.17 /Vwo p.18
    + Chap 5, D (16B)
  • 2) ....
timer
1:00

Slide 6 - Tekstslide

9

Slide 7 - Video

Maak de zin ontkennend. (sleep blauw naar rood)
timer
0:30
Je
n'
aime
pas
la viande
1
2
3
4
5

Slide 8 - Sleepvraag

Maak de zin ontkennend:
J'ai mangé du sushi.
let op: alleen de pv gaat tussen de ontkenning
timer
1:00

Slide 9 - Open vraag

Négation
De ontkenning bestaat uit 2 delen:
  • 1) de regel -> "ne (pv) pas "
  • 2) de verschillende vormen 
    ( niet, .......niemand, niets, nooit, ...)

AVEC LA CLASSE
  • 1) .....
  • 2) Studiewijzer, havo p. 18,19 / vwo p. 19, 20 + D (17B)
timer
1:00

Slide 10 - Tekstslide

00:03
Donnes (geef) un exemple
du négation(ontkenning)
en néerlandais....
timer
1:00

Slide 11 - Open vraag

00:19
Wat is de persoonsvorm in de zin:
Ik heb een hamburger gegeten.
A
Ik
B
heb
C
een hamburger
D
gegeten

Slide 12 - Quizvraag

00:25
Wat betekent 'ne ...pas'
A
nee
B
niet
C
nooit
D
niemand

Slide 13 - Quizvraag

01:00
Wat betekent:
'Ce n'est pas difficile.'
timer
0:30

Slide 14 - Open vraag

01:25
waarmee moet je de franse ontkenning mee vergelijken?
A
een frikandel
B
een hamburger
C
een kroket
D
een loempia

Slide 15 - Quizvraag

01:29
Wat is JOUE in de zin:
'Il joue dans le jardin'
A
onderwerp
B
persoonsvorm
C
ontkenning
D
lijdend voorwerp

Slide 16 - Quizvraag

01:39
Wat is 'joue' in:
'Il ne (1) joue (2) pas (3) dans le jardin'
A
onderkant broodje
B
hamburger
C
bovenkant broodje
D
sla

Slide 17 - Quizvraag

01:36
Wat is 'ne' in:
'Il ne (1) joue (2) pas (3) dans le jardin'
A
onderkant broodje
B
hamburger
C
bovenkant broodje
D
sla

Slide 18 - Quizvraag

01:41
Wat is 'pas' in:
'Il ne (1) joue (2) pas (3) dans le jardin'
A
onderkant broodje
B
hamburger
C
bovenkant broodje
D
sla

Slide 19 - Quizvraag

5

Slide 20 - Video

De ontkenning
  • Niet = ne ...pas /n' (kl/h) pas
  • ... = persoonsvorm
  • ne ...plus = niet meer
  • ne ...jamais = nooit
  • ne ...rien = niets
  • ne ...pas encore = nog niet
  • ne ...personne = niemand

Slide 21 - Tekstslide

Sleep de correcte Franse
vertaling naar de Nederlandse
timer
0:30
Niet meer
Nooit
Niets
Nog niet
Niet
Ne ...pas
Ne...pas encore
Ne...plus
Ne ...jamais
Ne ...rien

Slide 22 - Sleepvraag

Au travail



NÉGATION (ONTKENNING)
  • Grandes Lignes: Chapitre 5, D: 16 C, 17 C
  • Studiewijzer: havo p. 17 tm 19
                                vwo p. 18 tm 20

FINI?

timer
15:00

Slide 23 - Tekstslide

ÉCOUTER
fragment 1
fragment 2
fragment 3
fragment 4
antwoorden

Slide 24 - Tekstslide

Ga je de luistertoets halen?
havo A1 / vwo A1+
😒🙁😐🙂😃

Slide 25 - Poll

PROJET
TAALPLAZA
  1.  2-tal  + Kies 4 situaties
    Resto, Boutique, Police, Docteur, Interview
  2. Speel 2x speel je de linkerrol 
           en 2x speel je rechterrol
  3. Elke situatie neem je in 1 shot op 
  4. 4 lessen om hier op school aan te werken. 
  5. Bonuspunten 😉: creatieve aanpak
  6. Deadline: via TEAMSOPDRACHT week 24

  7. BUT DU JOUR: TOUT (alles) en FRANÇAIS 
    + Négation Resto & Docteur
timer
20:00

Slide 26 - Tekstslide

01:29
Wat betekent:
Je ne saute pas
timer
0:30

Slide 27 - Open vraag

01:48
Waar komt het werkwoord bij de Franse ontkenning?
A
voor NE
B
na NE
C
voor PAS
D
na PAS

Slide 28 - Quizvraag

02:30
Wat betekent: Elle ne fait rien
A
Ze speelt geen fluit
B
Ze doet niets
C
Ze eet alles
D
Ze is verdrietig

Slide 29 - Quizvraag

02:53
Wat betekent: Elle ne porte jamais de lunettes
A
Ze draagt graag een bril
B
Ze draagt vaak een bril
C
Ze draagt geen bril
D
Ze draagt nooit een bril

Slide 30 - Quizvraag

03:27
Wat betekent: Elle n'aime personne
A
Ze houdt van iemand
B
Ze houdt van iedereen
C
Ze houdt van niemand
D
Ze houdt van niets

Slide 31 - Quizvraag

Devoirs
  • Faire Chap 5: Partie D (16,17)
  • Vocabulaire A tm D
  • Taalplaza traduire

RÉFLECTION DU COURS (les)






Slide 32 - Tekstslide

Welke van deze zinnen is ontkennend?
A
Tu parles français?
B
Nous habitons à Lille
C
On aime beaucoup le chocolat
D
Je ne suis pas à l'école

Slide 33 - Quizvraag

Welke van deze zinnen is ontkennend?
A
Je ne parle pas français
B
J'habite à Bordeaux
C
Mon frère a 22 ans
D
Comment tu t'appelles?

Slide 34 - Quizvraag

Maak de zin ontkennend:
J'ai fait mes devoirs.

timer
1:00

Slide 35 - Open vraag