Urinewegstelsel (deel 1)

1 / 34
volgende
Slide 1: Tekstslide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 2,3

In deze les zitten 34 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Video

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Video

Wat is de doorsnede van de nieren van buiten naar binnen?
A
nierbekken, nierschors, niermerg
B
nierschors, nierbekken, niermerg
C
nierschors, niermerg, nierbekken

Slide 19 - Quizvraag

Slide 20 - Tekstslide

Waar in de nier vindt ultrafiltratie plaats?
A
nierbekken
B
nierlichaampje
C
nierbuisje
D
urineblaas

Slide 21 - Quizvraag

Hoeveel voorurine wordt er per etmaal in de nieren gevormd?
A
1,8 liter
B
18 liter
C
180 liter

Slide 22 - Quizvraag

Slide 23 - Tekstslide

Slide 24 - Tekstslide

Slide 25 - Tekstslide

Slide 26 - Tekstslide

Slide 27 - Tekstslide

Slide 28 - Tekstslide

Welke verbinding zorgt voor de afvoer van urine vanuit de nieren naar de blaas?
A
urinebuis (urethra)
B
urineleiders (ureters)

Slide 29 - Quizvraag

Slide 30 - Tekstslide

Wat hoort er normaliter niet in de urine thuis?
A
ureum
B
urinezuur
C
glucose
D
water

Slide 31 - Quizvraag

Hoeveel kringspieren heeft de urineblaas en welke wordt bestuurd door het onwillekeurige zenuwstelsel?
A
twee, en de buitenste kringspier wordt bestuurd door het onwillekeurige ZS
B
twee, en de binnenste kringspier wordt bestuurd door het onwillekeurige ZS
C
een, en deze wordt bestuurd door het willekeurige ZS
D
een, deze wordt bestuurd door het onwillekeurige ZS

Slide 32 - Quizvraag

Slide 33 - Tekstslide

Slide 34 - Tekstslide