In deze les zitten 41 slides, met interactieve quizzen en tekstslide.
Lesduur is: 45 min
Onderdelen in deze les
Herhaling H 3
Slide 1 - Tekstslide
Gemengde rivier
Gletsjerrivier
Regenrivier
Rivier met regenwater
Rivier met smeltwater
Rivier met regen- en smeltwater
Slide 2 - Sleepvraag
Sleep de begrippen naar de juiste grafiek.
Onregel-matig regiem
Regel-matig regiem
Slide 3 - Sleepvraag
Sleep de kenmerken naar de juiste aardrijkskunde dimensies.
Natuurlijke reden
politieke reden
demografische dimensie
Godsdienstige reden
economische dimensie
religie
geboortecijfer
vulkanen
arm en rijk
democratie
Slide 4 - Sleepvraag
Voordelen bouw stuwdam
Nadelen bouw stuwdam
Stroom opwekken met behulp van waterkracht.
Achter de stuwdam komt minder water, dus meer droogte.
Met een stuwdam kun je het waterpeil regelen.
Het bijbehorende stuwmeer kan worden gebruikt voor visserij.
Achter de stuwdam vindt geen afzetting meer plaats van vruchtbaar slib;
Slide 5 - Sleepvraag
Maak de juiste combinaties
Gletsjerrivier
Regenrivier
Gemengde rivier
Slide 6 - Sleepvraag
Regiem =
A
een land met een strenge regering
B
schommelingen in de waterafvoer
C
een woestijnrivier
D
gebied wat afwatert op een rivier.
Slide 7 - Quizvraag
Huang He
Jangtsekiang
gele rivier
blauwe rivier
bodemerosie
ontbossing
noorden
zuiden
verdamping
löss
gele zee
aquifer
natte zuiden
droge noorden
stuwdam
verontreiniging
verdamping
Slide 8 - Sleepvraag
Wat is een aquifer?
A
Een laag met (fossiel)water in de ondergrond
B
Een manier om landbouwgrond mee te kunnen besproeien
C
Het hergebruiken van water
D
Een manier van duurzaam water beheer.
Slide 9 - Quizvraag
Het lössplateau is een hoogvlakte in China
A
Waar
B
Niet waar
Slide 10 - Quizvraag
Water stroomt altijd van....
A
Links naar rechts
B
Rechts naar links
C
Hoog naar laag
D
Laag naar hoog
Slide 11 - Quizvraag
Een rivier krijgt vaker te maken met een piekafvoer als in haar stroomgebied...
A
het een gemengde rivier is
B
veel naaldbossen staan
C
veel aan landbouw wordt gedaan
D
veel verstening plaatsvindt
Slide 12 - Quizvraag
Het hele gebied waar een rivier zijn water vandaan haalt noemen we:
A
stroomgebied
B
stroomstelsel
C
waterscheiding
Slide 13 - Quizvraag
Wat is ontbossing?
A
Dat bomen dood gaan
B
Dat bomen gekapt worden
C
Dat bomen niet goed kunnen groeien
D
Dat bomen te veel water krijgen
Slide 14 - Quizvraag
ontbossing kan zorgen voor meer overstromingen?
A
waar
B
niet waar
Slide 15 - Quizvraag
In de middenloop van de Yangtze heeft veel ontbossing plaatsgevonden. Wat zijn nadelen van ontbossing?
A
modderstromen
B
Water stroomt direct helling af
C
veel modder komt in de rivier
D
zand komt uiteindelijk in de benedenloop terecht
Slide 16 - Quizvraag
Is ontbossing een natuurlijke of menselijke oorzaak voor overstromingen?
A
Natuurlijk
B
Menselijk
Slide 17 - Quizvraag
Het proces van ontbossing zal de komende tijd in China....
A
toenemen
B
afnemen
Slide 18 - Quizvraag
Waardoor is het risico op overstromingen groter geworden?
A
Bodemerosie
B
Ontbossing
C
Natuurramp
D
Aardverschuiving
Slide 19 - Quizvraag
Waardoor ontstaat deze bruin/gele kleur in de rivier?
A
Door een stuwdam
B
Door bodemerosie
C
Doordat een fabriek vies water dumpt
D
Omdat iemand een pot bruin/gele verf heeft laten vallen
Slide 20 - Quizvraag
Wat is geen oorzaak van bodemerosie?
A
Ontbossing
B
Overbegrazing
C
Herbebossing
Slide 21 - Quizvraag
Bekijk de kaart in de afbeelding
→ Wat is de volgorde van deze plaatsen, van veel naar weinig neerslag?
A
1, 2, 3
B
3, 2, 1
C
2, 3, 1
D
1, 3, 2
Slide 22 - Quizvraag
De Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever verbouwen vooral olijven. Israëlische boeren verbouwen ook sinaasappels. De opbrengst van sinaasappels is hoger dan die van olijven.
Bekijk de afbeelding.
→ Waarom verbouwen Palestijnse boeren geen sinaasappels?
A
Omdat de vraag naar olijven heel groot is.
B
Omdat voor sinaasappels meer water nodig is, en Palestijnse boeren geen dure pompen kunnen betalen om dat op te pompen.
C
De voorwaarden waaronder Palestijnen van de Israëlische regering in het gebied mogen wonen, bepalen dat ze geen sinaasappels mogen verbouwen.
D
De Palestijnse boeren wonen vooral bovenop de heuvels, daar is het te koud voor sinaasappels.
Slide 23 - Quizvraag
In de tabel in bron 5 zie je het BNP per inwoner van de landen op het Arabisch Schiereiland. Uit het BNP kun je voorspellen hoe het huishoudelijk watergebruik van deze landen is.
→ Welk land gebruikt het minste water voor huishoudelijk watergebruik en welk land het meeste?
A
Jemen gebruikt het meeste huishoudelijk water en de Verenigde Arabische Emiraten het minste.
B
De Verenigde Arabische Emiraten gebruiken het meeste huishoudelijk water en Jemen het minste.
C
Saudi Arabië gebruikt het meeste huishoudelijk water en Jemen het minste.
D
Jemen gebruikt het meeste huishoudelijk water en Saudi Arabië het minste.
Slide 24 - Quizvraag
Het water op aarde bestaat uit zoet en zout water. Hoeveel procent is zoet?
A
25 %
B
15 %
C
2,5 %
D
1,5 %
Slide 25 - Quizvraag
Welke twee onderdelen van de waterkringloop behoren tot de KORTE waterkringloop
A
Afstroming en condensatie
B
Afstroming en
infiltratie
C
Condensatie en verdamping
D
Verdamping en infiltratie
Slide 26 - Quizvraag
Tot 1990 steeg de totale productie van drinkwater in Nederland. Vanaf 1990 daalde de productie van drinkwater in Nederland weer.
Wat is de reden voor deze daling vanaf 1990?
A
De landbouw ging ontzilt zeewater gebruiken
B
De welvaart in Nederland nam af
C
Het aantal inwoners van Nederland daalde.
D
Het gebruik van drinkwater door huishoudens werd duurzamer
Slide 27 - Quizvraag
Winterdijk
Zomerdijk
Uiterwaard
Kribben
Komgronden
Oeverwal
Slide 28 - Sleepvraag
Welke maatregel zie je hier?
A
Uiterwaardvergraving
B
Kribverlaging
C
Zomerbedverlaging
D
Obstakelverwijdering
Slide 29 - Quizvraag
Welke maatregel zie je hier?
A
Uiterwaardvergraving
B
Kribverlaging
C
Dijkverlegging
D
Nevengeul/
Hoogwatergeul
Slide 30 - Quizvraag
Door wie wordt het waterbeheer in Nederland uitgevoerd?
A
De gemeente
B
De Provincie
C
Rijkswaterstaat
D
Waterschappen & Rijkswaterstaat
Slide 31 - Quizvraag
Zorgen voor een juiste waterkwantiteit betekent:
A
(te) veel water
B
Schoon water
C
niet teveel en niet te weinig water
D
(te) weinig water
Slide 32 - Quizvraag
Wat gebeurt het met het water van een rioolwaterzuiveringsinstallatie?
A
Hier wordt drinkwater van gemaakt
B
Het water wordt geloosd op het oppervlaktewater
C
Het wordt gebruikt als koelwater
D
Het wordt gebruikt als proceswater
Slide 33 - Quizvraag
Behoort het gebied in de bron tot hoog- of laag-Nederland
A
Hoog Nederland
B
Laag Nederland
Slide 34 - Quizvraag
Bekijk de bron. Wat voor soort water vind je bij de cijfers 1 tm 3?
A
1= zout water
2= zoet water
3= brak water
B
1 = zoet water
2= zout water
3= brak water
C
1= brak water
2= zoet water
3= zout water
D
1= zoet water
2= brak water
3= zout water
Slide 35 - Quizvraag
Welke vorm van irrigatie zie je op de foto?
A
Beregening
B
Druppelirrigatie
C
Oppervlakte-irrigatie
D
Kanaalirrigatie
Slide 36 - Quizvraag
Welke vorm van irrigatie zie je op de foto?
A
Beregening
B
Druppelirrigatie
C
Oppervlakte-irrigatie
D
Kanaalirrigatie
Slide 37 - Quizvraag
In welke plaats is het minste water per persoon beschikbaar en wat is daarvoor de juiste verklaring?
Klik op de afbeelding om te vergroten.
A
In plaats A is het minste water per persoon beschikbaar, doordat hier veel irrigatielandbouw is.
B
In plaats A is het minste water per persoon beschikbaar, doordat hier weinig neerslag valt.
C
In plaats B is het minste water per persoon beschikbaar, doordat hier veel grote steden liggen.
D
In plaats B is het minste water per persoon beschikbaar, doordat hier veel water verdampt.
Slide 38 - Quizvraag
Op de kaart staan de Eufraat en de Tigris.
Wat is juist?
A
De X staat in de benedenloop van de Eufraat en de Tigris
B
De X staat in de bovenloop van de Eufraat en deTigris
C
De X staat in de middenloop van de Eufraat en de Tigris
D
De X staat op de waterscheiding van de Eufraat en de Tigris
Slide 39 - Quizvraag
Waarom kan het bouwen van stuwdammen in de Nijl soms tot ruzie over het water tussen landen leiden?
A
De aanleg van stuwdammen is duur waardoor de belastingen omhoog moeten.
B
De aanleg van stuwdammen vraagt veel ruimte waardoor veel mensen moeten verhuizen. Verzet is groot.
C
Het land stroomafwaarts krijgt minder water van de rivier.
D
Het milieu in het rivierdal wordt door de aanleg van het stuwmeer ernstig aangetast.