H5.3 De gravitatiewet van Newton



H5.3 De gravitatiewet van Newton
1 / 16
volgende
Slide 1: Tekstslide
NatuurkundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

In deze les zitten 16 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les



H5.3 De gravitatiewet van Newton

Slide 1 - Tekstslide

Gravitatie

Slide 2 - Woordweb

Een zware (grote massa) planeet heeft een grote gravitatiekracht.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 3 - Quizvraag

Een grote planeet heeft een grote gravitatiekracht
A
Waar
B
Niet waar

Slide 4 - Quizvraag

Gravitatiewet van Newton

Slide 5 - Tekstslide

Gravitatiewet van Newton
Twee massa's oefenen een gravitatiekracht op elkaar uit. 







De gravitatieconstante G is te vinden in BiNaS tabel 7. 
G = 6,67384 * 10-11 Nm2kg-2.
F​g​​=G⋅​r​2​​​​m​1​​⋅m​2​​​​
Fg: Gravitatiekracht (N)
G: Gravitatieconstante (Nm2kg-2)
m1 en m2: Massa's van de twee voorwerpen (kg)
r: Afstand tussen de zwaartepunten van de voorwerpen (m)

Slide 6 - Tekstslide

De afstand tussen 2 massa's wordt 3 keer zo groot. Wat kan je dan zeggen over de grootte van de gravitatiekracht?
A
Wordt 3 keer zo klein.
B
Wordt 6 keer zo klein.
C
Wordt 9 keer zo klein.
D
Blijft even groot.

Slide 7 - Quizvraag

Zwaartekracht en gravitatiekracht
Voor voorwerpen op of dicht bij het aardoppervlak is de gravitatiekracht gelijk aan de zwaartekracht. 


F​z​​=F​g​​

Slide 8 - Tekstslide

Zwaartekracht en gravitatiekracht
F​z​​=m⋅g
F​g​​=G⋅​r​2​​​​m​1​​⋅m​2​​​​
F​z​​=F​g​​

Slide 9 - Tekstslide

Zwaartekracht en gravitatiekracht
F​z​​=m⋅g
F​g​​=G⋅​r​2​​​​m​1​​⋅m​2​​​​
F​z​​=F​g​​
m⋅g=G⋅​(R​aarde​​)​2​​​​m​aarde​​⋅m​​

Slide 10 - Tekstslide

m⋅g=G⋅​(R​aarde​​)​2​​​​m​aarde​​⋅m​​
Zwaartekracht en gravitatiekracht
F​z​​=m⋅g
F​g​​=G⋅​r​2​​​​m​1​​⋅m​2​​​​
F​z​​=F​g​​

Slide 11 - Tekstslide

Zwaartekracht en gravitatiekracht
F​z​​=m⋅g
F​g​​=G⋅​r​2​​​​m​1​​⋅m​2​​​​
F​z​​=F​g​​
m⋅g=G⋅​(R​aarde​​)​2​​​​m​aarde​​⋅m​​
g=​(R​aarde​​)​2​​​​G⋅m​aarde​​​​

Slide 12 - Tekstslide

Zwaartekracht en gravitatiekracht







Dit geldt ook voor andere planeten. Je moet de massa en de straal dan aanpassen. 
g=​(R​aarde​​)​2​​​​G⋅m​aarde​​​​
g: Gravitatieversnelling (ms-2)
G: Gravitatieconstante (Nm2kg-2)
maarde: Massa aarde (kg)
Raarde: Straal aarde (m)

Slide 13 - Tekstslide

Let op!!!
Het symbool r staat voor de afstand tussen de zwaartepunten van 2 massa's. 
R staat voor de straal van een planeet. 
r=R​aarde​​+R​bol​​
r=R​aarde​​+h

Slide 14 - Tekstslide

Zoek op en reken uit:
Het ISS-ruimtestation staat op 408 km hoogte.
Wat is de r? (Aarde - ISS)

Slide 15 - Open vraag

Maak opgave 17 en 18. 

Slide 16 - Tekstslide