le premier avril 2025

Aujourd'hui,  c'est le mardi 1er avril  
Bienvenue au cours de français!

1 / 49
volgende
Slide 1: Tekstslide
FransMiddelbare schoolvmbo lwoo, havoLeerjaar 5

In deze les zitten 49 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 4 videos.

time-iconLesduur is: 140 min

Onderdelen in deze les

Aujourd'hui,  c'est le mardi 1er avril  
Bienvenue au cours de français!

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Programma:
13:35-14:05 uitleg poëzie en proza
14:05-14:35 lezen dans le métro
14:35-15:20 verder werken aan Dans le métro/ Portfolio literatuur
Lesdoelen:
1. Ik ken de kenmerken van poëzie
2. Ik weet wat een calligramme is.
3. Ik weet waar het gedicht pour faire un portrait d'un oiseau over gaat.
4. Ik ken de kenmerken van proza
5. Ik weet waar Candide van Voltaire over gaat.
6. Ik weet waar het verhaal Dans le métro over gaat.

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Belangrijk!!!
Vandaag informatie over de poëzie en proza.
In juni hebben jullie een literatuur- en schrijftoets.
Het is handig om goed mee te typen/te schrijven met mijn uitleg.


Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

5H Literatuur SE IV
Poëzie

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 6 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

- Het doel van poëzie is niet het overbrengen van een verhaal zoals bijvoorbeeld bij proza

- Emoties oproepen bij de lezer 
- Visie op de wereld overbrengen (soms ook kritiek)

- Poëzie karakteriseert zich door een creatief gebruik van taal

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

1. Vergelijk de theorie van de poëzie met de fabels. 
Welke overeenkomsten zijn er?

2. Vergelijk de theorie van de poëzie met het genre muziek.
Welke overeenkomsten zijn er? 

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

2 werken
1. Jacques Prévert, Pour faire le portrait d'un oiseau
2. Guillaume Apollinaire, Les calligrammes

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Jacques Prévert
Né en 1900
Mort en 1977
Nationalité: française
Profession: poète
Humor
Alledaagse onderwerpen
Eenvoud

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 13 - Link

Deze slide heeft geen instructies

et vous écrivez votre nom dans un coin du tableau

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 15 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Waar gaat dit gedicht over denk je?

Slide 16 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

timer
10:00
Au Travail! 
 
- Tweetallen / Groepjes
- Vertaal jouw toegewezen stukje tekst (alinea 1, 2, 3, 4, 5 of 6) 
1
2
3
4
5
6

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Questions
1. Wanneer is het schilderij een succes?
2. Waar moet je opletten als je de tralies wegveegt?
3. Wordt het succes van het schilderij mede bepaald door de snelheid waarmee de vogel aankomt? 
4. Wanneer mag je het schilderij signeren?
5. Waarmee mag je het schilderij signeren?
6. Geef een voorbeeld van beeldspraak in dit gedicht.
7. Waarom behoort dit werk tot het genre poëzie?
8. Waarom is dit een surrealistisch werk?

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Guillaume Apollinaire
Né en 1880
Mort en 1917
Nationalité: polonaise/ italienne
Profession: poète
L'art moderne
surréalisme
Calligrammes

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

CALLIGRAMMES

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

- Typografisch gedicht
- Genre bestond al in de Middeleeuwen

- "Calligraphie" + "Idéogramme" = calligrammes 
    Dit woord heeft Apollinaire bedacht 
   
- De vorm van het gedicht beeldt de inhoud uit, benadrukt het of legt het nader uit. 
- Poëzie om naar te kijken en niet per se om te lezen

- Een calligramme lees je zowel horizontaal als verticaal
- Les calligrammes

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

À qui Apollinaire pense-t-il dans ce calligramme ?

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

C'est quoi, une cravate?

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Quelle est la fonction de ses lunettes?

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

5H Literatuur SE IV
Proza

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

1. Vergelijk de theorie van proza met de theorie van de fabels, muziek en poëzie. Welke verschillen zijn er?


Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voltaire, Candide

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

François- Marie Arouet 
Né en 1694
Mort en 1778
Nationalité: française
Profession: homme de lettres
Kritiek
Voltaire = pseudoniem
Verlichting

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wie is Voltaire?
Voltaire (1694-1778) is een van de grootste schrijvers en filosofen uit de geschiedenis van Frankrijk. Hij richtte zich met name op het humanisme en het rationalisme, wat zich onder andere uitte in een felle kritiek op de kerk en onrecht in het algemeen. Voltaire betoogde dat de burger het gezond verstand moest gebruiken en zo sociale misstanden als kolonialisme en slavernij aan de kaak moest stellen.


Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voltaire
- Franse schrijver en filosoof
- deïsme (= God als Schepper, maar bemoeit zich niet met het leven op aarde)
- vooruitstrevend rationalist
- felle kritiek op kerk en onrecht
- boeken werden verboden
- diverse keren verbannen uit Frankrijk en enkele keren gevangen gezet
- Candide (1751)

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Motivatie van de schrijver
De roman Candide of het optimisme plaatst de situatie in Suriname in een internationaal kader en geeft veel mogelijkheden om slavernij te verbinden aan de inzichten uit de Verlichting.

Candide is een satire op de optimistisch levensopvatting van sommige tijdgenoten. In zijn verhaal bekritiseerd Voltaire religie, monarchie en slavernij. Daarom publiceert hij zijn werk eerst onder een pseudoniem. 



Slide 34 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 35 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Kijk of je de antwoorden op de volgende vragen in de video begrijpt.
 
1 Waarom ging Voltaire in 1726 naar Londen?
2 Wat trok hem zo aan in Engeland dat hij er ruim twee jaar bleef?
3 Welk boek van Voltaire was een onmiddellijke bestseller?
4. Wat vond jij het belangrijkste in dit filmpje? 
 

Slide 36 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Verhaal
 In dit boek probeert een naïeve jongeman genaamd Candide te leven volgens de optimistische regels van zijn leraar Pangloss. Deze stelt dat we het beste van alle werelden leven, omdat alles een doel heeft. 

Candide groeit op in het kasteel van de baron Thunder-ten-tronckh, hij wordt betrapt wanneer hij de dochter van de baron zoent en wordt vervolgens verbannen. 

Candide reist de wereld rond en krijgt te maken met rampen en onrecht. Toch blijft hij geloven in wat Pangloss hem ooit leerde. Maar als hij in Suriname ziet hoe slaven behandeld worden gaat hij toch twijfelen. Uiteindelijk ziet hij in dat je de wereld kunt verbeteren als je bij jezelf begint “Il faut cultiver notre jardin”.

Slide 37 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Candide is een …
A
Jongetje
B
Bastaard
C
Tovenaar

Slide 38 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

De leraar van Candide heet
A
Cunégonde
B
Pangloss
C
Tovenaar

Slide 39 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Pourquoi Candide a-t-il été chassé du château ?
A
Il a volé du baron
B
Il est amoureux de la fille du baron
C
Il a insulté la fille du baron

Slide 40 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

0.57 - 3.41

Slide 41 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 42 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Les questions sur l'extrait de Candide:

1. Beschrijf het uiterlijk van de slaaf
2. Wat is volgens de slaaf de prijs die betaald moet worden zodat de Europeanen suiker kunnen eten?
3. Waarom hebben de ouders van de slaaf hem verkocht?
4. Waaruit blijkt dat de slaaf het optimisme van zijn ouders niet deelt en welk vb geeft hij om dit te illustreren?
5. De keuze van de namen van de personages is heel belangrijk voor Voltaire. Maitre Vanderdendur (de meester) is ook zorgvuldig gekozen. Fonetisch is het vendeur (à la ) dent dure.
Zoek in een Frans woordenboek wat de uitdrukking à la dent dure betekent. Noteer en leg uit waarom Voltaire deze naam gekozen heeft.
6. Welk maatschappelijk fenomeen bekritiseert Voltaire in dit extrait(= stuk tekst)?
7. Hoe rijk zijn Candide en Cacambo als zij Suriname bereiken? (regel 1-7)

timer
10:00

Slide 43 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Les questions sur l'extrait de Candide:

8. In Candide stelt Voltaire een aantal misstanden aan de kaak, maar nooit direct. Hij gebruikt vooral ironie, een stijlfiguur waarbij je het tegendeel zegt van wat je bedoelt. 
 
De slaaf vertelt dat zijn moeder hem verkocht aan de blanken. Dat is erg onwaarschijnlijk. Slaven werden gemaakt in stammenoorlogen, waarna ze verkocht werden aan de blanken. Leg de ironie uit in de zin 'tu as l'honneur d'être esclave de nos seigneurs les blancs.' 

9. 'C'est à ce prix que vous mangez du sucre en Europe.' (Voor deze prijs eten jullie suiker in Europa, zegt de slaaf.) Een uitspraak die nu misschien nog steeds geldt. Niet voor suiker, maar voor andere artikelen. Denk aan kinderarbeid, hongerlonen, te lange werkdagen, gevaarlijke arbeidsomstandigheden. Bedenk drie artikelen die je in Europa kunt kopen en die niet 'eerlijk' geproduceerd zijn.
timer
5:00

Slide 44 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Quelle est la conclusion de Candide après avoir rencontré l’esclave ?

Slide 45 - Open vraag

Dat de bewering van Pangloss niet klopt en dat hij helemaal niet leeft in de beste van alle mogelijke
werelden.
Lees het volgende fragment uit Candide:

Toen ze dichterbij kwamen, zagen ze een neger op de grond liggen, die maar de helft van zijn kleren aanhad, namelijk een blauw linnen onderbroek. De arme man miste zijn linkerbeen en rechterhand. ‘Ach God! Wat doe je hier in deze ellendige toestand, vriend?’ ‘Ik wacht op mijn meester meneer Vanderdendur(…)’ ‘Heeft je meester je zo toegetakeld’, vroeg Candide. ‘Ja meneer, dat is hier de gewoonte.’


Wat zegt dit fragment over de behandeling van de tot slaafgemaakten en hoe verklaar je de reactie van de slaafgemaakte?

Question

Slide 46 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Noord-Korea wordt over het algemeen gezien als een totalitair systeem dat geen enkele denkvrijheid toestaat en zijn burgers ziet als pionnen die naar willekeur kunnen worden ingezet. Naast dit actuele voorbeeld van totale controle zou je kolonialisme en slavernij als een voorbeeld kunnen zien van een totalitair systeem uit het verleden. Zie jij overeenkomsten en verschillen? En hoe zou Voltaire hebben geoordeeld over de manier waarop je met deze systemen moet omgaan?
Question

Slide 47 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 48 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 49 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies