7.4 Evolutietheorie in ontwikkeling 4V 2425

Paragraaf 1 Dierenwelzijn
Paragraaf 7.4 Evolutietheorie in ontwikkeling
1 / 17
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

In deze les zitten 17 slides, met tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Paragraaf 1 Dierenwelzijn
Paragraaf 7.4 Evolutietheorie in ontwikkeling

Slide 1 - Tekstslide

Lesdoel 
Paragraaf 7.4 leerdoelen 8, 9, 10

Welke theorie is er over de ontwikkeling van de eerste levende cellen?
Hoe zijn uit de eerste cellen planten en dieren ontstaan? 
Hoe maak/lees je evolutionaire stambomen?

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

Verschillende theorieën 
Generatio spontanea - Aristoteles

Oeratmosfeer + bliksem

Organische stoffen uit meteorieten

Slide 4 - Tekstslide

Oersoep
Energie uit geisers, UV straling van de zon leverden eerste vetzuren.
Deze vetzuren vormen vetbolletjes, een eerste primitieve vorm van een cel.

Nucleotiden kunnen vrij eenvoudig ontstaan en vormen dan RNA.

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

Ontwikkeling van cellen
Eerste cellen:
Anaerobe, heterotrofe prokaryoten
Anaeroob: kan overleven in een zuurstofarme/ zuurstofloze omgeving (de oeratmosfeer bevatte weinig zuurstof)
Heterotroof: leven van externe organische stoffen, in eerste instantie uit de oersoep.
Prokaryoot: bacterie

Slide 7 - Tekstslide

Ontwikkeling van cellen
Volgende stap:
Anaerobe, foto-autotrofe bacteriën (cyanobacteriën)

Foto-autotroof: met behulp van licht in staat zelf organische stoffen te maken. Hierbij komt zuurstof vrij.
-> atmosfeer wordt zuurstofrijker

Slide 8 - Tekstslide

Ontwikkeling van cellen
Volgende stap:
Aerobe, heterotrofe bacteriën

Aeroob: hebben zuurstof nodig om te overleven

Slide 9 - Tekstslide

Ontwikkeling van cellen
Volgende stap:
Eukaryoten (organismen met een celkern)

Ontstaan mitochondriën
Ontstaan chloroplasten - fotosynthese - planten/ algen

Endosymbiosetheorie


Slide 10 - Tekstslide

Endosymbiose theorie

Slide 11 - Tekstslide

Meercellig
Uiteindelijk ontstaan meercellige organismen.
Daarmee ook de noodzaak tot specialisatie van cellen - vorming van organen.

Er zijn modelorganismen die op de grens tussen eencellig en meercellig zitten: amoeben en sponzen.

Slide 12 - Tekstslide

Stamboom - cladogram
Elke clade is een groep
organismen met een
gemeenschappelijk
kenmerk en een gemeen-
schappelijke voorouder.

Slide 13 - Tekstslide

Stamboom                        




doodlopende paden
-> uitgestorven

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Video

Lesdoel 
  • Je beschrijft theorieën over het ontstaan van de bouwstenen voor leven (leerdoel 8)
  • Je beschrijft theorieën over het ontstaan van de eerste prokaryote en eukaryote cellen (leerdoel 9)
  • Je maakt en interpreteert clades (leerdoel 10)

Slide 16 - Tekstslide

HUISWERK
Maak opdrachten 7.4
Leerdoelen 8, 9, 10

Slide 17 - Tekstslide