Module 3.2: De ogen

4.5 : Zien
1 / 24
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvmbo b, k, g, mavoLeerjaar 1-4

In deze les zitten 24 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 5 videos.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

4.5 : Zien

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Video

Deze les leer je:
Aan het eind van deze les kun je benoemen waaruit het oog is opgebouwd en wat de functies zijn. ​

Slide 3 - Tekstslide

Bescherming ​
De oogkassen beschermen de ogen. ​


Wenkbrauwen zorgen ervoor dat het zweet niet in je ogen loopt. ​

Wimpers en oogleden.​
De wimpers beschermen de ogen tegen fel licht. ​

Traanklieren maken traanvocht.
Traanvocht zorgt dat je ogen niet uitdrogen en het spoelt stofjes weg die in je oog zijn gekomen. ​

Traanvocht komt in de traanbuizen.
Via de traanbuizen gaat het vocht naar de neusholte. 










Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Video

De buitenkant van de ogen ​
Harde oogvlies. ​

Het harde oogvlies beschermt het oog.​

De iris. ​
De iris kan verschillende kleuren hebben. ​

De pupil. ​
De pupil is een opening in de iris. ​

Het hoornvlies. ​
Het hoornvlies is doorzichtig. ​









Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Video

De bouw van de ogen​
Door de oogspieren kan het oog bewegen. ​


De wand van het oog bestaat uit drie lagen:​
1. Harde oogvlies.​

2. Vaatvlies. ​
Het vaatvlies bevat bloedvaten. ​

3. Netvlies. ​
In het netvlies liggen de zintuigcellen. ​

Als er licht op de zintuigen valt, gaan impulsen vanaf het oog door de oogzenuw naar de hersenen. ​








Slide 8 - Tekstslide

De weg van het licht​
  1. Licht gaat door het hoornvlies.​
  2. Dan gaat het door de pupil.
  3. Achter de pupil licht de lens.
  4. De lens zorgt dat je scherp kunt zien. ​
  5. Licht gaat door het glasachtige lichaam.​
  6. Daarna bereikt het licht de zintuigcellen in het netvlies.​
  7. In de zintuigcellen ontstaan impulsen. ​
  8. De impulsen gaan via de oogzenuw naar de hersenen








Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Video

De gele vlek en de blinde vlek​
In het centrum van het netvlies ligt de gele vlek. ​

Hier komt het licht als je naar iets kijkt. ​
Op de gele vlek liggen er veel zintuigcellen. ​

Op de plaats waar de oogzenuw het oog uit gaat, liggen geen zintuigcellen. ​
Deze plek heet de blinde vlek. ​
Met de blinde vlek kun je niets zien. 





Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Video

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

Het 3e vlies in je oog is... In dit vlies liggen allemaal zicht-zintuigen
A
Glasachtig lichaam
B
Harde oogvlies
C
Vaatvlies
D
Netvlies

Slide 15 - Quizvraag

Hoe heten de signalen die je zintuigen, bijv. je oog, doorsturen naar je hersenen?
A
Prikkels
B
Impulsen

Slide 16 - Quizvraag

Welke prikkel hoort bij het zintuig oog?
A
licht
B
geluid
C
warmte
D
tast

Slide 17 - Quizvraag

Welke prikkel kun je opvangen met de zintuigen in je oog?
A
netvlies
B
kijken
C
licht
D
oogbol

Slide 18 - Quizvraag

Hoe wordt het zintuig oog ook genoemd?
A
zichtzintuig
B
oogzintuig
C
gezichtszintuig
D
zienzintuig

Slide 19 - Quizvraag

Welk zintuig hoort bij het oog?
A
gezichtszintuig
B
evenwichtszintuig
C
gehoorzintuig
D
reukzintuig

Slide 20 - Quizvraag

Het oog is het zintuig om licht op te vangen. In welke laag van het oog bevinden zich de zintuigencellen voor opvangen van licht?
A
vaatvlies
B
netvlies
C
harde oogvlies
D
hoornvlies

Slide 21 - Quizvraag

In welke laag van het oog bevinden zich de zintuigen voor het licht?
A
Vaatvlies
B
Netvlies
C
Harde oogvlies
D
Hoornvlies

Slide 22 - Quizvraag

Zintuig zoals het oog
A
ander woord voor elektrisch stroompje
B
bestaat uit cellichaam met kern en uitlopers
C
vangt prikkels op
D
een snelle reactie zonder dat je nadenkt

Slide 23 - Quizvraag

Welke prikkel kun je opvangen met de zintuigen in je oog?
A
geluid
B
smaak
C
licht
D
mond

Slide 24 - Quizvraag