4.5 Zuid-Amerika: Politieke ontwikkelingen na 1980

Hoofdstuk 4: Zuid-Amerika 
§4.5 Politieke ontwikkelingen na 1980
1 / 27
volgende
Slide 1: Tekstslide
AardrijkskundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

In deze les zitten 27 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Hoofdstuk 4: Zuid-Amerika 
§4.5 Politieke ontwikkelingen na 1980

Slide 1 - Tekstslide

Programma 
- Terugblik 
- Lesdoelen
- Uitleg 
- Opdrachten 
- Video?

Slide 2 - Tekstslide

WO II - 1980: veel rechtse dictaturen 
  • Veel regimes vervangen door meer democratische regeringen.
  • Bloedige dictaturen met directe of indirecte hulp van de V.S. (gemotiveerd vanuit angst voor communisme)

Slide 3 - Tekstslide

Dictuur 
Koloniaal
Meer democratisch maar instabiel
Oligarchie
Populistische

Slide 4 - Sleepvraag

Koloniale periode (1500-1800)
Cliëntelisme (op platteland) - 'voor wat hoort wat'.
Landarbeiders moeten loyaal zijn aan elite (rijke grootgrondbezitters).

Elite beschermt/helpt landarbeiders bij problemen.

Slide 5 - Tekstslide

Elite aan de macht (1800-1930)
Oligarchie
De macht is in handen van een kleine groep. 
Alles is erop gericht de belangen van de elite te dienen.
Grootschalige commerciële landbouw (voor export)
Moderne steden ontstaan
Buenos Aires - Rio de Janeiro
Grote ongelijkheid ontstaat.

Zorgt later voor onvrede.

Slide 6 - Tekstslide

Het volk aan de macht? (1930-1950)
Populisme
De leider gaat voor een sterke band met het volk en zet zich juist af tegen de elite.
Grote rol overheid
- industrialisering voor werk
- sociale programma's
- nationaliseren bedrijven
Nadelig gevolg
- Hoge staatsschuld
- Veel corruptie
- Vriendjespolitiek


Resultaat: onvrede bevolking nam weer toe

Slide 7 - Tekstslide

Het leger aan de macht (1950-1980)
Militaire dictatuur
Protesten met geweld neergeslagen. Geen democratie en de mensenrechten werden op grote schaal geschonden.
Dictatuur gesteund door Verenigde Staten.

Waarom?
Tijd van Koude Oorlog.
Socialistisch en communistisch gedachtegoed werd groot onder de bevolking. 
V.S. wilde zo dichtbij huis dit niet hebben, waren bang dat kapitalisme onder druk kwam te staan en deze landen met de Sovjet-Unie gingen samenwerken. Dus steunen de dictatuur, zodat de landen niet communistisch werden.

Slide 8 - Tekstslide

De dictatuur werd gesteund door de Verenigde Staten. Waarom?

Slide 9 - Open vraag

Koude Oorlog 
De V.S. waren bang dat het kapitalisme onder druk kwam te staan. Dit wilden ze niet dicht bij huis. Bang voor een samenwerking met de Sovjet-Unie (communistisch & socialistisch). 

Slide 10 - Tekstslide

Lesdoelen 
  • Als je deze paragraaf hebt bestudeerd, kun je beschrijven wat het neoliberale beleid inhoudt en verklaren waarom landen dit gingen voeren.
  • Als je deze paragraaf hebt bestudeerd, kun je uitleggen waardoor burgers na het jaar 2000 meer invloed kregen op de politiek in Zuid-Amerika.
  • Als je deze paragraaf hebt bestudeerd, kun je verklaren waarom politieke polarisatie en corruptie in veel Zuid-Amerikaanse landen nog steeds groot is.
  • Als je deze paragraaf hebt bestudeerd, kun je beschrijven hoe de buitenlandse relaties van Zuid-Amerika de laatste decennia zijn veranderd.

Slide 11 - Tekstslide

Na 1980:
Van top down naar bottom up
economische crisis
dictatoriale regiem onder druk
start
democrati-sering
politiek beleid
neoliberalisme

Slide 12 - Tekstslide

1985 > Economische crisis! 


Militaire regimes komen onder druk. 
Democratisch politiek systeem komt aan zet. 

Slide 13 - Tekstslide

Jaren '80: Neoliberalisme 
  • Privatisering (eigendom van een particulier)
  • Bezuinigen op overheidsuitgaven
  • Deregulering (bedrijfsleven krijgt minder regels opgelegd)
  • Vrijhandel
  • Rol van de overheid wordt kleiner, terwijl het bedrijfsleven juist méér macht krijgt.
Neoliberalisme?
Een ontwikkelingsbeleid gebaseerd op het privatiseren van staatsbedrijven, het verlagen van handelstarieven, het verkleinen/afschaffen van overheidssubsidies, het verlagen van winstbelasting en het afschaffen van regels voor het bedrijfsleven.

Slide 14 - Tekstslide

Verschil
Vanaf tijd populisme werd rol overheid groter.

Nationalisering bedrijven


Na 1985
neoliberalisme

- privatisering bedrijven

- minder regels voor bedrijven

- bezuinigen voor lagere staatsschuld

Slide 15 - Tekstslide

Gevolg van neoliberaal beleid
Toename sociale ongelijkheid.


Arme bevolking wordt ontevreden
Richten vakbonden op.

Verandering samenleving 'van onderaf' (=vanuit de bevolking zelf) 
->  bottom-up democratisering


armen armer, rijken rijker
-> bevolkingsparticipatie
Gewone burgers bemoeien zich actief met het bestuur van hun land

Slide 16 - Tekstslide

Vanaf 2000: Bevolkingsparticipatie
Door het neoliberalisme nam de sociale en regionale ongelijkheid enorm toe.

Reacties van burgers leidden tot:
  • Bottom-up democratisering
  • Sociale participatie

Slide 17 - Tekstslide

Door het neoliberalisme nam de sociale en regionale ongelijkheid enorm toe.

Reacties van burgers leidden tot:
  • Bottom-up democratisering
  • Sociale participatie

Slide 18 - Tekstslide

Corruptie 
- Politieke elite gebruikt nog steeds haar macht om zichzelf en haar achterban te bevoordelen.
- Burgers wantrouwen de overheid. Er is nog geen good governance. 
(Dan zou ze overheid transparant, 
doelmatig en minder corrupt moeten zijn)

Slide 19 - Tekstslide

Grote economische afhankelijkheid 

- Export van grondstoffen (Kwetsbaar op de wereldmarkt)
- Dalende prijzen van grondstoffen.. overheden bezuinigen en sociale programma's worden afgebouwd.
> Sociale onrust! > Corruptieschandalen! > Protesten!

Slide 20 - Tekstslide

Roze golf 
- Verkiezingen? 
Socialisten winnen van de neoliberalen! 
- Grote tegenstellingen 
- Politieke polarisatie 

Slide 21 - Tekstslide

Zuid-Amerika in de wereld 

- VS beschouwt Zuid-Amerika als achtertuin. 
- Contacten met China
- Onderdeel van de BRICS 

Slide 22 - Tekstslide

Wat? Waar? Waarom daar?

Slide 23 - Tekstslide

Video: Protesten in Chili

Slide 24 - Tekstslide

Slide 25 - Video

Aan de slag! 
Maak de opdrachten van §4.5!

Slide 26 - Tekstslide

Opdracht
Maak een tijdlijn van een gekozen land in Z-A (in groepjes van 4 (twee per paragraaf)
Verwerk de belangrijkste kenmerken de periode die in het boek worden beschreven en gebruik alle begrippen uit de paragrafen!




Slide 27 - Tekstslide