Recap grammar unit 4+5 H2

Recap grammar unit 4+5 H2
1 / 35
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

In deze les zitten 35 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Recap grammar unit 4+5 H2

Slide 1 - Tekstslide

Aims
At the end of this lesson;
- you can form the past simple and the present perfect
- you know when to use the present perfect or past simple
- you can use the past continuous
- you can use some / any
- you can use the future forms

Slide 2 - Tekstslide

Zet het volgende woord in de past simple: study

Slide 3 - Open vraag

Zet het volgende woord in de past simple: grab

Slide 4 - Open vraag

Zet het volgende woord in de past simple: buy

Slide 5 - Open vraag

Zet het volgende woord in de past simple: walk

Slide 6 - Open vraag

Past simple
De past simple staat voor de verleden tijd in het Engels.

Hoe vorm je het ookal weer?
- ww + ed (of uitzonderingen)
- tweede rijtje onr. ww

Slide 7 - Tekstslide

Present perfect
Je gebruikt de present perfect wanneer:
- Iets in het verleden begonnen is en nu nog aan de gang is
- Om te praten over ervaringen
- Om te zeggen dat iets in het verleden is gebeurd en dat je daarvan nu het resultaat merkt

Slide 8 - Tekstslide

We went to school last week
A
Afgelopen
B
Gaat nog door

Slide 9 - Quizvraag

We have been living in London for a year now
A
Afgelopen
B
Gaat nog door

Slide 10 - Quizvraag

Present perfect
Je maakt de present perfect door have/has + voltooid deelwoord (ww + ed of 3de rijtje onregelmatige ww) te gebruiken. Has bij ‘shit’-rule 

She has lost her key.
We have been ill since yesterday.

Slide 11 - Tekstslide

Signaalwoorden
Signaalwoorden, woorden waaraan je ziet dat het ook nu nog van invloed is of nog steeds bezig is, zijn: for, since, already, ever en never.
- We have never been to that restaurant.
- I have seen this movie six times already.
- Robert has lost his keys.

Slide 12 - Tekstslide

Recap
Bij de past simple is het dus al afgelopen (verleden tijd) en bij de present perfect is de actie nog bezig – of heeft het nog invloed op het heden. (tt)
Past simple: Hele werkwoord + ed (uitzondering of 2de rijtje onregelmatige ww)
Present perfect: Have/has + ww + ed (uitzondering of 3de rijtje onregelmatige ww) 

Slide 13 - Tekstslide

She ... (LOOK) wonderful last night
A
looked
B
has looked
C
have looked
D
looks

Slide 14 - Quizvraag

She ... (PLAY) this game for years now.
A
played
B
has played
C
have played
D
plays

Slide 15 - Quizvraag

Past Continuous
When something was going on for a period of time in the past.

We were playing football yesterday

Slide 16 - Tekstslide

Past Continuous
Past tense of the verb 'to be' and verb + ing
I was playing
You were playing
He was playing
We were playing
You were playing
They were playing

Slide 17 - Tekstslide

Your father ... the car
A
will have been repairing
B
is repairing
C
repaired
D
was repairing

Slide 18 - Quizvraag

I ... a magazine
A
read
B
was reading
C
am reading
D
will read

Slide 19 - Quizvraag

You ... your bag
A
am packing
B
were packing
C
packed
D
will have packed

Slide 20 - Quizvraag

I have ___ apples left.
A
any
B
some

Slide 21 - Quizvraag

Are there ___ cakes left?
A
any
B
some

Slide 22 - Quizvraag

He hasn't got ___ time.
A
any
B
some

Slide 23 - Quizvraag

To sum up:
- Any gebruik je bij een vraagzin
- Any gebruik je bij een negatief (-) antwoord

- Some gebruik je bij een positief (+) antwoord

Some en any betekenen allebei wat / een enkele / een paar.



Slide 24 - Tekstslide

Slide 25 - Tekstslide

Slide 26 - Tekstslide

Slide 27 - Tekstslide

fill in the future tense:

I ______ my sister in December.
A
will see
B
am going to see
C
shall see
D
is going to see

Slide 28 - Quizvraag

Fill in the future tense:

Look at those clouds! it __________ rain
A
is going to
B
will

Slide 29 - Quizvraag

Fill in the future tense:
The train ... at 8o'clock
A
will leave
B
leaves
C
is going to leave
D
shall leave

Slide 30 - Quizvraag

future (hele zin overnemen)
+ (to buy) -> ... I new jeans this weekend?

Slide 31 - Open vraag

future (hele zin schrijven)
? (To go) -> .... he .... to school?

Slide 32 - Open vraag

future
+ The English lesson ....... at 8:45. (to start)

Slide 33 - Open vraag

Aims
At the end of this lesson;
- you can form the past simple and the present perfect
- you know when to use the present perfect or past simple
- you can use the past continuous
- you can use some / any
- you can use the future forms

Slide 34 - Tekstslide

En, snap je alles?
A
Ja
B
Nee
C
Na extra oefenen wel

Slide 35 - Quizvraag