Hst 5 bewegen

Hoofdstuk 5. Bewegen
1 / 26
volgende
Slide 1: Tekstslide
NaskMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

In deze les zitten 26 slides, met tekstslides en 4 videos.

Onderdelen in deze les

Hoofdstuk 5. Bewegen

Slide 1 - Tekstslide

Hoofdstuk 5. Bewegen
5.1 Bewegingen vastleggen
Doelen

Aan het einde van de les kan ik:
- vertellen op welke twee manieren je een beweging kunt vastleggen
- uitleggen hoe een stroboscopische foto gemaakt wordt en wat daar voor nodig is



Slide 2 - Tekstslide

Hoofdstuk 5. Bewegen
5.1 Bewegingen vastleggen
Bewegingen
Je kun een beweging vastleggen op twee manieren:





  1. Op welke manier kun je nauwkeuriger iets zeggen over de snelheid van het bewegende voorwerp?
Beweging vastleggen
Door het bewegende voorwerp te filmen met een videocamera/telefoon
Beweging vastleggen
2. Door een stroboscopische foto te maken

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Video

Hoofdstuk 5. Bewegen
5.1 Bewegingen vastleggen
Met stroboscopische foto's  kun je beweging nauwkeurig vastleggen

Slide 5 - Tekstslide

Een afstand-tijdtabel en plaats-tijddiagram maken
Met de stroboscopische foto kun je een  afstand-tijdtabel  maken.
  1.  Je moet dan wel weten hoeveel tijd er tussen de lichtflitsen zit én 
  2. hoe groot de afstanden op de foto in werkelijkheid zijn.
  3. noteer de gegevens in je  afstands-tijdtabel 
  4. maak daarna eventueel een plaats-tijddiagram, (x,t)-diagram.

Slide 6 - Tekstslide

Hoe teken je een grafiek/diagram?
  1.  Met potlood en geodriehoek.
  2. x-as = horizontaal (is bij Nask vaak de tijd )
  3. y-as = verticaal (de andere grootheid)
  4. Logische schaalverdeling op beide assen 
  5. Assen benoemen: grootheid MET eenheid!
  6. Plaats stipjes per meetpunt.
  7. Trek een vloeiende lijn door of langs de meetpunten.
  8. Punten die duidelijk afwijken zijn waarschijnlijk meetfouten en sla je over.

Slide 7 - Tekstslide

Grootheden en eenheden



  • Tijd: t in s
  • Afstand: s in m
  • Snelheid: v in m/s of km/h
Grootheid = wat je meet
Eenheid = waarin je de meting uitdrukt/geeft aan over welke grootheid het gaat

Slide 8 - Tekstslide

5.2 Constante snelheid en gemiddelde
Constante snelheid
  • Bij constante snelheid is de snelheid op elk moment even groot

Slide 9 - Tekstslide

Gemiddelde snelheid
Weinig dingen bewegen continu even snel  (zie deze  snelheid-tijd grafiek) 
 A = auto trekt op, de snelheid wordt
steeds groter.
 B = de auto rijdt op cruise control,
de snelheid blijft een tijdje constant
C = hij remt voor het stoplicht, de snelheid
wordt snel kleiner, totdat hij stilstaat.






Slide 10 - Tekstslide

Omrekenen per grootheid
afstand -->   1 km = 1000 m
tijd -->  1 uur = 3600 s   
snelheid -->  m/s x 3,6 = km/h

Slide 11 - Tekstslide

4.2 Snelheid berekenen
Eenheden voor snelheid
  • In verkeer eenheid km/h
  • In natuurkunde eenheid m/s
Blz. 170

Slide 12 - Tekstslide

4.2 Snelheid berekenen
Gemiddelde snelheid berekenen
  • In verkeer eenheid km/h
  • In natuurkunde eenheid m/s
Blz. 170

Slide 13 - Tekstslide

Rekenvoorbeeld
Een atleet loopt 100 meter in 10,8 seconden, bereken 
zijn gemiddelde snelheid

Slide 14 - Tekstslide

Rekenvoorbeeld
Een atleet loopt 100 meter in 10,8 seconden, bereken
zijn gemiddelde snelheid.

Gegeven:

Slide 15 - Tekstslide

Rekenvoorbeeld
Een atleet loopt 100 meter in 10,8 seconden, bereken zijn gemiddelde snelheid.

Gegeven: afstand = 100 mtijd = 10,8 s
 

Slide 16 - Tekstslide

Rekenvoorbeeld
Een atleet loopt 100 meter in 10,8 seconden, bereken zijn gemiddelde snelheid.

Gegeven: afstand = 100 mtijd = 10,8 s
Gevraagd: 

Slide 17 - Tekstslide

Rekenvoorbeeld
Een atleet loopt 100 meter in 10,8 seconden, bereken zijn gemiddelde snelheid.

Gegeven: afstand = 100 mtijd = 10,8 s
Gevraagd: gemiddelde snelheid = ?

Slide 18 - Tekstslide

Rekenvoorbeeld
Een atleet loopt 100 meter in 10,8 seconden, bereken zijn gemiddelde snelheid.

Gegeven: afstand = 100 mtijd = 10,8 s
Gevraagd: gemiddelde snelheid = ?
Formule: 

Slide 19 - Tekstslide

Rekenvoorbeeld
Een atleet loopt 100 meter in 10,8 seconden, bereken zijn gemiddelde snelheid.

Gegeven: afstand = 100 mtijd = 10,8 s
Gevraagd: gemiddelde snelheid = ?
Formule: gemiddelde snelheid = afstand : tijd

Slide 20 - Tekstslide

Rekenvoorbeeld
Een atleet loopt 100 meter in 10,8 seconden, bereken zijn gemiddelde snelheid.

Gegeven: afstand = 100 mtijd = 10,8 s
Gevraagd: gemiddelde snelheid = ?
Formule: gemiddelde snelheid = afstand : tijd
Berekening:

Slide 21 - Tekstslide

afstand - tijd grafiek
Deel A = snelheid wordt steeds groter. Object stond in het begin volledig stil

Deel B = snelheid blijft constant

Deel C = snelheid wordt steeds kleiner

Slide 22 - Tekstslide

Afstand-tijd tabel             en  
Afstand-tijd diagram
Tijd (s)
afstand (cm)
o
o
0,5
3
1,0
10
1,5
20
2,0
35
2,5
55
3,0
80

Slide 23 - Tekstslide

Slide 24 - Video

Slide 25 - Video

Slide 26 - Video