Mens en Omgeving praktijkles

1 / 29
volgende
Slide 1: Tekstslide
Zorg en WelzijnMiddelbare schoolvmbo b, kLeerjaar 3,4

In deze les zitten 29 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Startklaar
  • Welkom Klas! 
  • Ga allemaal op je plek zitten. 
timer
3:00

Slide 2 - Tekstslide

1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

JdW-kijkwijzer
Lesopbouw:
  1. VOORAF: Startklaar, Voorkennis activeren, Formatief Handelen
  2. INSTRUCTIE: Leerdoelgericht werken, Inclusieve didactiek, Concrete en herkenbare voorbeelden, Formatief Handelen
  3. TOEPASSING: Actieve verwerking, Formatief handelen 
  4. EVALUATIE: Afsluiting

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

      Leerdoelen
Aan het einde van de les..
  • R: Je kunt verschillende stoffen herkennen en de juiste temperatuurinstellingen voor het strijkijzer instellen.
  • T1: Je kunt uitleggen waarom je voor verschillende kledingstukken andere strijktechnieken en temperaturen nodig hebt.
  • T2: Je kunt laten zien hoe je meubels en oppervlakken goed stofwist en kan de juiste volgorde benoemen.
  • T2: Je weet welke materialen je nodig hebt voor stofwissen en kunt een goed plan maken voor het schoonmaken.
  • I: Je kunt laten zien hoe je op de juiste manier stofwist en gebruikt daarbij de juiste materialen. 

Slide 5 - Tekstslide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.   
Verwachtingen
  1. Respecteer elkaar
  2. Actieve deelname tijdens de les.
  3. Netjes omgaan met de spullen.
  4. Houd het netjes en ruim je eigen spullen op.
  5. Geen telefoons

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Planning
Terugblik en nieuwe theorie
Praktijkopdracht/reader
Terugblik
Pauze
Aan de slag met opdrachten uit de reader of praktijk

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Terugblik
Wat weet je nog over de vorige les?

Slide 8 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Stofwissen, strijken & klamvochtig afnemen

Slide 9 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Strijken
Waarom strijken?
- Het doel is om rimpels of kreukels in stof te verwijderen, zodat het er netjes en verzorgd uitziet.

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waar moet je op letten bij het strijken?
Soort stof: Verschillende stoffen hebben verschillende strijkinstellingen. Lees altijd het etiket van de kleding om te weten welke temperatuur het beste is. Hieronder een overzicht van de gangbare stoffen en hun strijkinstellingen:

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Stoffen & temperaturen
  • Katoen: Hoge temperatuur (meestal 200°C)
  • Linnen: Hoge temperatuur, met stoom
  • Wol: Gemiddelde temperatuur (150°C)
  • Synthetische stoffen (polyester, nylon, etc.): Lage temperatuur (110°C)
  • Zijde: Zeer lage temperatuur (maximaal 110°C) en zonder stoom

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Strijktips voor verschillende stoffen
  1. Stoom gebruiken: Katoen en linnen worden soepeler door stoom. Pas op met synthetische stoffen, die kunnen smelten. Kies de juiste hoeveelheid stoom.
  2. Strijkplank: Zorg voor een stevige en stabiele plank met een hittebestendige hoes. Dit maakt strijken makkelijker en veiliger.
  3. Temperatuur: Controleer of het strijkijzer de juiste warmte heeft. Te heet kan de stof beschadigen, te koud verwijdert geen kreukels.

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 14 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Kijkvragen 
  1. Met welk onderdeel van het kledingstuk begin je met strijken?
  2. Waarom is het belangrijk om de juiste temperatuur (graden) in te stellen voor de stof die je strijkt?
  3. Waarom moet je de strijkplank op de juiste hoogte zetten?
  4. Wat moet je doen nadat je het kledingstuk helemaal hebt gestreken voordat je het opvouwt of ophangt?

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Stofwissen
Wat is stofwissen?
  • Het verwijderen van stof van meubels, vloeren en andere oppervlakken.
Waarom is het belangrijk?
  • Het zorgt voor een schone en nette ruimte.
  • Het voorkomt gezondheidsklachten zoals allergieën.
  • Het beschermt meubels en apparaten tegen stof.

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Materialen stofwissen
Benodigdheden voor stofwissen:
  • Stofwismop - een platte mop met een statisch doekje of microvezeldoek -
  • Een verstelbare steel voor ergonomisch werken, zodat je de juiste lengte kunt instellen.
  • Wegwerpdoeken die stof en vuil aantrekken door statische elektriciteit.
  • Stoffer en blik - Voor het opvegen van verzameld stof en vuil na het stofwissen.
  • Een milde spray voor licht vastzittend stof op oppervlakken.
  • Reserve doekjes of mopkoppen

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 18 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Klamvochtig afnemen 
Klamvochtig afnemen betekent dat je een doek een beetje nat maakt en hiermee stof of vuil weghaalt. De doek is niet kletsnat, maar alleen een beetje vochtig.

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waarom klamvochtig afnemen?
  • Voorkomt rondvliegend stof – Met een droge doek veeg je stof vaak alleen maar rond. Een vochtige doek houdt het stof beter vast.
  • Verwijdert licht vuil – Kleine vlekjes en vingerafdrukken op tafels, kasten of deuren gaan makkelijker weg met een vochtige doek.
  • Voorkomt strepen – Bij veel oppervlakken, zoals glas of spiegels, is een klamvochtige doek beter dan een natte doek, omdat het geen strepen achterlaat.

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Materialen
  1. Een schone doek – Het liefst een microvezeldoek, omdat die stof en vuil goed vasthoudt. Een katoenen doek of spons kan ook.
  2. Lauw water – Je maakt de doek hier een beetje vochtig mee.
  3. Eventueel een schoonmaakmiddel – Voor extra vuil, zoals vet of vlekken, kun je een beetje allesreiniger of een mild schoonmaakmiddel gebruiken.

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 22 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Aan de slag 
  • Kijk op het bord om te zien met welk praktijkonderdeel je aan de slag kunt.
  • Ben je nog niet aan de beurt? Werk dan verder in je reader.

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe verliep het eerste lesuur?
Wat ging goed en wat kan beter?

Slide 24 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Aan de slag
  • Kijk op het bord om te zien met welk praktijkonderdeel je aan de slag kunt.
  • Ben je nog niet aan de beurt? Werk dan verder in je reader.

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

    Begrippen uit deze les
  • Strijken
  • Klamvochtig afnemen
  • Stof
  • Strijkplank
  • Stoom
  • Temperatuurinstelling
  • Kreukels

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

      Leerdoelen
Aan het einde van de les..
R: Je kunt verschillende stoffen herkennen en de juiste temperatuurinstellingen voor het strijkijzer instellen.
T1: Je kunt uitleggen waarom je voor verschillende kledingstukken andere strijktechnieken en temperaturen nodig hebt.
T2: Je kunt laten zien hoe je meubels en oppervlakken goed stofwist en kan de juiste volgorde benoemen.
T2: Je weet welke materialen je nodig hebt voor stofwissen en kunt een goed plan maken voor het schoonmaken.
I: Je kunt laten zien hoe je op de juiste manier stofwist en gebruikt daarbij de juiste materialen. 

Slide 27 - Tekstslide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.   
Exit ticket

Slide 28 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Evalueren

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies