1. We lezen samen het verhaal van de steenhouwer.
2. We bespreken dingen die jullie niet begrijpen.
3. Jullie denken na over hoe het verhaal zal aflopen.
4. Je overlegt met degene naast je wat het ontbrekende woord is.
5. Je denkt ook na over waarom je denkt dat jullie oplossing het ontbrekende woord is. (Gebruik informatie uit het gedicht).