In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.
Lesduur is: 60 min
Onderdelen in deze les
Exameninstructie
Wat je moet weten vóór het CSE begint!
Slide 1 - Tekstslide
Wanneer moet de examenkandidaat voor een examen aanwezig zijn?
A
Op het tijdstip dat het
examen begint
B
Mag de kandidaat zelf weten.
C
15 minuten vóór de start
van het examen.
D
Maakt niet uit; tot 30 minuten na
de start kan de kandidaat binnenlopen.
Slide 2 - Quizvraag
Wat moet je doen als een lln. 25 minuten te laat binnenkomt?
A
Dan is het te laat en mag het examen niet meer gemaakt worden.
B
Dan begint de lln. meteen en krijgt 25 minuten extra tijd.
C
Dan mag de lln. zelf weten of het examen nog gemaakt wordt.
D
Dan begint de lln. meteen maar eindigt het examen op de reguliere tijd.
Slide 3 - Quizvraag
Wat moet een examenkandidaat doen als hij/zij niet aanwezig kan zijn bij een examen? Er zijn meerdere antwoorden mogelijk.
A
Hij/zij moet zich ziek/afwezig laten melden door ouders.
B
Het examensecretariaat op de hoogte brengen.
C
Hij/zij hoef niets te doen; bij controle zien we wel dat ik absenten zijn.
D
Hij/zij moet dat examen maken in TV 2 - tijdvak 2
Slide 4 - Quizvraag
Met welke kleur pen moet het examen gemaakt worden?
A
Blauw
B
Blauw/Zwart
C
Rood
D
Pen? Het mag ook met een potlood.
Slide 5 - Quizvraag
Bij de hulpmiddelen staat ook: blauw en rood kleurpotlood. Wanneer mogen die kleuren gebruikt worden?
A
Bij tekeningen of grafieken.
B
Voor vmbo examens mag je die niet gebruiken.
C
Je mag je examens maken met
een blauw of rood kleurpotlood.
D
Om antwoorden te onderstrepen.
Slide 6 - Quizvraag
Mag er Typex of ander correctiemateriaal gebruikt worden bij een examen?
A
JA
B
NEE
Slide 7 - Quizvraag
Wat doe je als je bij de correctie constateert dat een kandidaat toch correctiemateriaal gebruikt heeft?
A
Niets. Het is toch al gebeurd en ik kan dat niet veranderen.
B
Ik schrijf het antwoord van de kandidaat zelf over op het laatste blad.
C
Ik licht de examensecretaris in. Ik maak een kopie van het originele werk en ga de kopie beoordelen en opsturen naar de 2e corrector.
D
Het examen wordt ongeldig verklaard. De kandidaat moet hiervoor een herkansing gebruiken.
Slide 8 - Quizvraag
En wat als tijdens het inleveren blijkt dat de antwoorden met potlood zijn geschreven?
A
Dan laat je de kandidaat alle antwoorden met pen overschrijven.
B
Dan wordt het werk ongeldig verklaard.
Slide 9 - Quizvraag
Wat moeten kandidaten bij de CSE's inleveren?
A
De geschreven antwoorden op het examenpapier.
B
De uitwerkbijlage.
C
Het kladpapier.
D
Alles wat er uitgedeeld is en wat zij gemaakt hebben. Dus alles wat gecorrigeerd/beoordeeld moet worden.
Slide 10 - Quizvraag
Het examen (de opdrachten) en de antwoorden op kladpapier mag de kandidaat na afloop van het examen meenemen naar huis.
A
JA, na 16 uur
B
NEE
Slide 11 - Quizvraag
Kandidaten mogen eten en/of drinken meenemen in de examenzaal!
A
JA
B
NEE
Slide 12 - Quizvraag
De lln. is klaar met het examen. En wat doet de surveillant?
A
Je controleert het werk op naam vd lln. en of het werk compleet is (incl. bijlagen/kladpapier). .
B
Je neemt het werk in, legt het bij de juiste klas op alfabetische volgorde en noteert op het protocol het tijdstip van inname/vertrek.
C
Je laat de lln. wachten tot het tijdstip van vertrek en zorgt dat de werkplek netjes wordt achtergelaten.
D
Alle bovenstaande handelingen moeten worden gedaan.
Slide 13 - Quizvraag
De kandidaat is klaar met het examen. Wanneer mag hij/zij de examenzaal verlaten?
A
Wanneer hij/zij klaar is en na toestemming van een surveillant.
B
Het eerste uur mag een kandidaat de examenzaal nog niet verlaten. Daarna mag hij/zij weg na toestemming van een surveillant.
C
Na het eerste uur mag een kandidaat de examenzaal verlaten, met toestemming van een surveillant, maar het laatste kwartier moet hij/zij blijven zitten.
D
Als de kandidaat klaar is leg hij/zij alles op de hoek van je tafel en mag dan weg.
Slide 14 - Quizvraag
Wat doe je met het gemaakte werk als je klaar bent met de 1e correctie.
A
Ik zet de scores in Wolf en stuur het gemaakte werk dan naar de 2e corrector.
B
Ik zet alle scores in Wolf, maak kopieën (of scan) van het gemaakt werk en geef het dan aan Christianne zodat zij het kan opsturen naar de 2e corrector.
C
Ik zet alle scores in Wolf en geef dan het gemaakte werk aan Christianne zodat zij het
kan opsturen naar de 2e corrector.
D
Ik geef het gemaakte werk aan de Christianne; zij stuurt het naar de 2e corrector.