Aanpassingen bij dieren en planten

Aanpassingen bij dieren en planten

Thema 6 
Ecologie 
Basisstof 5&6 
1 / 37
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 3

In deze les zitten 37 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Aanpassingen bij dieren en planten

Thema 6 
Ecologie 
Basisstof 5&6 

Slide 1 - Tekstslide

Lesdoel
  • Je leert hoe dieren en planten zijn aangepast aan hun         leefomgeving. 
  • Dieren: stroomlijn, schutkleur, lichaamsbouw, vacht ,poten, snavels.
  • Planten: huidmondjes, waslaagjes, bladoppervlak, wortels. 

Slide 2 - Tekstslide

Wat weet je al ? 
Waarom heeft een ijsbeer witte vacht ? 

Waarom heeft een cactus geen grote bladeren? 

Wat voor poten heeft een wilde eend? 

Slide 3 - Tekstslide

Aanpassingen bij Waterdieren
Alle waterdieren zijn altijd gestroomlijndEen lichaamsvorm waardoor ze weinig weerstand hebben in het water
*Gladde huid (schubben en slijm)
*Kop romp en staart gaan in elkaar over
* Vinnen voor voortbeweging

Daardoor kunnen zij sneller door het water bewegen.

Niet alleen vissen hebben dit maar ook sommige zoogdieren (dolfijnen).

Slide 4 - Tekstslide

Schutkleur, Donkere bovenkant en lichte onderkant 

Slide 5 - Tekstslide

Landzoogdieren
Bij verschillende landzoogdieren zijn de poten aangepast op de ondergrond
*Zoolgangers: zachte ondergrond
*Teengangers: katachtigen
*Hoefgangers: harde ondergrond

Slide 6 - Tekstslide

Meer aanpassingen
Dieren in koude omgeving, meer haar om warmte vast te houden

Dieren in warme omgeving, grote oren om warmte te verliezen


Poolvos
Woestijnvos

Slide 7 - Tekstslide

Vogels
Steltlopers, Roofvogels, Zangvogels en Watervogels

Slide 8 - Tekstslide

Steltlopers
Priemsnavel= lange snavel
Lange poten voor ondiep water

soms met zwemvliezen om
 niet door de bodem te zakken

Slide 9 - Tekstslide

Roofvogels
Haaksnavel= krom, 
naar beneden gebogen, 
scherpe punt.
Poten met klauwen.

Slide 10 - Tekstslide

Zangvogels
Kegelsnavel (zaden) of
Pincetsnavel (insecten)

Poten met 3 tenen voor 1 teen achter om zich aan takken te kunnen klemmen

Slide 11 - Tekstslide

Watervogels
Zeefsnavel
Zwemvliezen
Waterafstotende veren door speciale olie die ze produceren

Slide 12 - Tekstslide

Wat is een manier van aanpassen voor zeedieren?
A
Vleugels
B
Gladde huid
C
Streepjes vacht
D
Schubben

Slide 13 - Quizvraag

Wat is hoort hier niet bij?
A
Zoolganger
B
Hoefganger
C
Voetganger
D
Teenganger

Slide 14 - Quizvraag

Waarom hebben steltlopers lange benen en tenen?

Slide 15 - Open vraag

Waarom heeft een roofvogel scherpe nagels en snavel?

Slide 16 - Open vraag

Wat is de functie van een pincetsnavel van een zangvogel?

Slide 17 - Open vraag

Hoe zorgen watervogels ervoor dat hun veren niet nat worden?

Slide 18 - Open vraag

2.6 Aanpassingen van planten
Droge omgeving                & Licht
& vochtige omgeving

Slide 19 - Tekstslide

LESDOELEN
DE LEERLING KAN UITLEGGEN HOE PLANTEN ZIJN AANGEPAST AAN HUN LEEFOMGEVING.
  • Droge omgeving
  • Vochtige omgeving
  • Licht (zon en schaduwplanten
  • Speciale vormen 

Slide 20 - Tekstslide

Wat betekent dit 
Sommige mensen hebben groene vingers ? 

Slide 21 - Tekstslide

Aanpassingen aan een droge omgeving

  • Klein bladoppervlak
  • Dik waslaagje 
  • Weinig huidmondjes 
  • Behaarde bladeren en stengels 
  • Opslag van water in bladeren of stengels 

Slide 22 - Tekstslide

Cactus

Functie stekels:
  • Bescherming tegen dieren.
  • Minder verdamping 
  • Soms schaduw 

Slide 23 - Tekstslide

Huidmondjes diep in het blad
De wind kan zo niet de waterdamp afvoeren, plant houdt meer vocht vast


Beharing zorgt ook dat
de waterdamp beter 
wordt vastgehouden

Slide 24 - Tekstslide

Noem twee manieren waarop een woestijnplant zorgt voor voldoende vocht

  1.  Vetplanten en cactussen hebben een vetlaagje aan de buitenkant dat voorkomt dat water verdampt.
  2. De wortels van woestijnplanten zijn meestal lang en kunnen heel snel water opnemen.

Slide 25 - Tekstslide

Aanpassingen aan een vochtige omgeving

  • Veel huidmondjes
  • dun waslaagje
  • Waterplanten huidmondjes alleen aan bovenkant.
  • Waterplanten hebben luchtkanalen in stengel.
  • Ondergedoken waterplanten hebben geen huidmondjes

Slide 26 - Tekstslide

Waterplanten in vochtige omgeving
 Waterlelie:
  • Wortels zitten in modder, weinig  O2 .
  • Huidmondjes: Zitten alleen op de bovenkant.
  • Luchtkanalen in stengel om zuurstof op te nemen. 
  • Planten die volledig in het water leven hebben GEEN huidmondjes.

Slide 27 - Tekstslide

Aanpassingen aan het licht
3 soorten planten

  • zonplanten: veel licht
  • schaduwplanten: weinig licht 
  • klimplanten: hechtwortels of ranken 

Slide 28 - Tekstslide

Zonplanten: 
Veel zon nodig 

Slide 29 - Tekstslide

Schaduwplanten 
Weinig licht 
Bloeien in de lente = Voorjaarsbloeiers 

Vaak in het bos of andere plekken met veel schaduw

Grote dunne bladeren, vaak donkergroen, veel bladgroenkorrels

Slide 30 - Tekstslide

Klimplanten
  • Hechtwortels
  • Ranken
  • Slappe stengels
  • Hoe hoger hoe meer licht


Slide 31 - Tekstslide

Klimplanten

Slide 32 - Tekstslide

Rozetvormende planten 
  • Tweejarige planten
  • Bladeren valk boven de grond
  • Uit de rozet groeit een stengel
  • Kunnen de winter overleven

Slide 33 - Tekstslide

Waarom zijn cactussen behaard?
A
Het is te warm
B
Waterdamp minder snel afgevoerd.
C
Huidmondjes te beschermen
D
Door dik waslaagje

Slide 34 - Quizvraag

Waarom hebben schaduwplanten vaak grotere en dunnere bladeren dan zonplanten

Slide 35 - Open vraag

Teken 3 planten
1 Droge omgeving
2 Vochtige omgeving
3 Waterplant

Slide 36 - Open vraag

Wat heb je vandaag geleerd? 

Slide 37 - Tekstslide