3.8 hedendaagse klimaatverandering en 3.9 het klimaatvraagstuk

Klimaatverandering
1 / 37
volgende
Slide 1: Tekstslide
AardrijkskundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

In deze les zitten 37 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Klimaatverandering

Slide 1 - Tekstslide

De vorige keer:

Slide 2 - Tekstslide

Een ijstijd kan ontstaan als....
A
Het ijs niet smelt op de zuidpool in de winter
B
Het ijs niet smelt op de noordpool in de winter
C
Het ijs niet smelt op de noordpool in de zomer
D
Het is niet smelt op de zuidpool in de zomer

Slide 3 - Quizvraag

Nu, in het Holoceen, zien we het voorkomen van ijstijden terug in...
A
Fossiele organismen
B
Sedimenten (löss, keileem)
C
Landschapsvormen (o.a. stuwwallen, meren en gletsjerkrassen)
D
Alle andere antwoorden zijn goed

Slide 4 - Quizvraag

Leerdoelen
  • je kan uitleggen wat de belangrijkste oorzaken van hedendaagse klimaatverandering zijn.
  • je kan uitleggen hoe terugkoppelingsmechanismen ervoor zorgen dat het moeilijk is om het klimaat van de toekomst te voorspellen.
  • je kan interpreteren hoe de belangen van deelnemers aan het debat over het klimaatvraagstuk hun standpunt kan beïnvloeden.

Slide 5 - Tekstslide

Schrijf een oorzaak op van hedendaagse klimaatverandering

Slide 6 - Woordweb

Oorzaken
  1. Versterkt broeikaseffect
  2. Veranderingen in landgebruik
  3. Externe variabiliteiten 

Slide 7 - Tekstslide

1. Versterkt broeikaseffect
Let op: het gaat om een versterkt effect

Voornamelijk door: 
  • Verbranding fossiele brandstoffen
  • Intensieve veehouderij

Slide 8 - Tekstslide

Broeikaseffect
Zonnestralen bereiken de aarde, aarde wordt warm
De aarde straalt warmte uit
Deze warmte kan er moeilijk uit doordat het wordt teruggekaatst door broeikasgassen (bijvoorbeeld CO2)

Slide 9 - Tekstslide

Versterkt broeikaseffect

         Natuurlijk broeikaseffect      Versterkt broeikaseffect 

Slide 10 - Tekstslide

Versterkt broeikaseffect
Veel meer broeikasgassen (links)
En stijging temperatuur (rechts)

--> uitstoot CO2 door de mens, dus dit wordt het versterkt broeikaseffect genoemd

Slide 11 - Tekstslide

2. Verandering in landgebruik
Bos kappen voor landbouw.
Gevolg: verarming van vegetatie en verdroging.
In droge gebieden verdwijnt vegetatie door grote veestapels.


Slide 12 - Tekstslide

Een afname van vegetatie leidt tot een afname van neerslag
A
Juist
B
Onjuist

Slide 13 - Quizvraag

2. Verandering in landgebruik
  • Verbranden regenwoud: bron CO2 uitstoot
  • Toename akkers en weilanden:    weerkaatsen zonlicht -> afkoeling houden minder vocht vast -> verdroging -> Toename aerosolen

Slide 14 - Tekstslide

Aerosolen
Losliggende bodemdeeltjes waaien op (stof) + fijnstof uit (lucht)verkeer en industrie

Weerkaatsen zonlicht (afkoelen)
Verstrooien zonlicht (opwarmen)
 

Slide 15 - Tekstslide

3. Externe variabiliteiten
  • Vulkaanuitbarstingen
  • Zonnevlekken

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Link

Slide 18 - Link

Terugkoppelingsmechanismen
Als alles in een stroomversnelling raakt: terugkoppelingsmechanismen. 
Elke klimaatwijziging kan een reeks mechanismen triggeren, die op hun beurt het klimaat kunnen beïnvloeden, een beetje zoals bij een kettingreactie. 
Positief of negatief

Slide 19 - Tekstslide

Terugkoppelingsmechanismen
Een negatief terugkoppelingsmechanisme is een reeks van processen die in gang gezet wordt door een verandering, maar uiteindelijk die verandering tegenwerkt.

Positief effect is als de verandering wordt versterkt. 


Slide 20 - Tekstslide

Oppervlaktetemperatuur
Versterkte broeikaseffect
Waterdamp in de atmosfeer
Absorptie van langgolvige straling
Verdamping
Absorptie van kortgolvige straling

Slide 21 - Sleepvraag

Oppervlaktetemperatuur
Versterkte broeikaseffect
Waterdamp in de atmosfeer
Absorptie van langgolvige straling
Verdamping
+
-
+
+
+
+
-
-
-
-

Slide 22 - Sleepvraag

Het IPCC probeert verandering in het klimaat te voorspellen: klimaatmodellen.

  • We begrijpen nog niet alle mechanismen
  • Voorspellen daarom moeilijk
  • 21e eeuw: tussen 0,3 en 4,3 graden celsius

Slide 23 - Tekstslide

Waarom willen we dit weten?
Het klimaat dat heerst in onze dampkring bepaalt waar ijs ligt, hoe hoog zeespiegel staat, waar we voedsel kunnen verbouwen

Kortom: hoe bewoonbaar verschillende regio's op aarde zijn.

Wetenschappers: snelle klimaatverandering kan catastrofaal uitpakken voor moderne samenlevingen en het web van leven waarmee ze verweven zijn.

Slide 24 - Tekstslide

Een stelling
Ik denk dat de rol van de mens op de huidige klimaatverandering overdreven wordt door de klimaatonderzoekers van de IPCC rapporten

Slide 25 - Tekstslide

Het klimaatvraagstuk
Stil debat! De regels:
  • Groepjes van 4
  • Je mag absoluut NIET praten. 
  • Schrijf argumenten op bij elke stellingen, mag vóór of tegen de stelling zijn. 
  • Loop rond de tafel en reageer op elkaar door te schrijven. 

Je mag ook kritisch reageren op andermans argumenten!
Je mag de advocaat van de duivel uithangen.

Slide 26 - Tekstslide

Nabespreking

  • Wat waren opvallende meningsverschillen in jullie debat?

  • Is je eigen standpunt verandert door reacties van anderen?

Slide 27 - Tekstslide

Slide 28 - Tekstslide

De ontdooiing van permafrost is een voorbeeld van:
A
een negatief terugkoppelingsmechanisme
B
een voorbeeld van externe variabiliteit
C
een voorbeeld van verandering in landgebruik
D
een positief terugkoppelingsmechanisme

Slide 29 - Quizvraag

Door het versterkte
broeikaseffect
wordt het op aarde:
A
Kouder
B
Warmer
C
Natter
D
Droger

Slide 30 - Quizvraag

Waarom is het verbranden van het regenwoud een bron van CO2 uitstoot?
A
Rook zorgt voor meer wolken en dus meer absorptie van warmte
B
Het verbranden zorgt voor hitte die bijdraagt aan het broeikaseffect
C
Bij het verbranden van bos komt CO2 vrij
D
De opname van CO2 stopt door de verbranding

Slide 31 - Quizvraag

Leerdoelen
  • je kan uitleggen wat de belangrijkste oorzaken van hedendaagse klimaatverandering zijn.
  • je kan uitleggen hoe terugkoppelingsmechanismen ervoor zorgen dat het moeilijk is om het klimaat van de toekomst te voorspellen.
  • je kan interpreteren hoe de belangen van deelnemers aan het debat over het klimaatvraagstuk hun standpunt kan beïnvloeden.

Slide 32 - Tekstslide

Slide 33 - Link

Slide 34 - Tekstslide

In bron 50 (in je boek) zie je dat er een jaarlijkse cyclus is in de ontwikkeling van CO2 concentratie. Waarom is er in september een dal?
A
De begroeiing op Hawaii in de zomer zorgt voor CO2 opname
B
De begroeiing ten N van de evenaar zorgt in de zomer voor CO2 opname
C
Door het ITCZ staat de zon dan loodrecht op Hawaii
D
De vulkaan Mauna Loa op Hawaii barst vaak in september uit.

Slide 35 - Quizvraag

Een positieve terugkoppeling .... klimaatverandering
A
versnelt
B
vertraagt

Slide 36 - Quizvraag

Welke woord past niet in het rijtje:
Waterdamp-Zuurstof-Methaan-Koolstofdioxide
A
Waterdamp
B
Zuurstof
C
Methaan
D
Koolstofdioxide

Slide 37 - Quizvraag