4.1 Een land om trots op te zijn

Welkom bij GS!
  1. Telefoon in de tas!
  2. Pak je laptop, schrift erbij en zorg dat je schema klaarligt!
  3. Kom in de LessonUp
  4. Afbeelding: Wat gebeurt er?

Franz-Ferdinand
1 / 42
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisMiddelbare schoolmavoLeerjaar 2

In deze les zitten 42 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 4 videos.

time-iconLesduur is: 90 min

Onderdelen in deze les

Welkom bij GS!
  1. Telefoon in de tas!
  2. Pak je laptop, schrift erbij en zorg dat je schema klaarligt!
  3. Kom in de LessonUp
  4. Afbeelding: Wat gebeurt er?

Franz-Ferdinand

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat gaan we doen vandaag?
  1. Leerdoelen
  2. Schema + video
  3. Start 4.1 Een land om trots op te zijn.
  4. Oorzaken Eerste Wereldoorlog.
  5. Militarisme & nationalisme
  6. Wapenwedloop & imperialisme
  7. Aan de slag!

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen
Aan het eind van deze les weet je:
  1. Welke 5 oorzaken de Eerste wereldoorlog had. Deze oorzaken heb je ingevuld in het schema.
  2. Ook ken je de betekenis van de volgende begrippen: Militarisme, nationalisme, imperialisme & wapenwedloop.
  3. En weet je waarom Duitsland een dreiging werd binnen Europa in 1871.

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

4.1 Een land om trots op te zijn
Kleine soldaten
Deze kleine kinderen spelen soldaatje en zijn trots op hun land; Frankrijk!

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 6 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Oorzaken WO I
  1. Imperialisme 
  2. Bondgenootschappen
  3. Wapenwedloop
  4. Militarisme
  5. Nationalisme

!Spanning!

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Militarisme en Nationalisme
  • Nationalisme was groot rond 1900. (?)
  • Nationalisme - Trots op land, volk en cultuur!
  • Militarisme - Trots zijn op het leger: soldaten, wapens en medailles.
  • Ouders waren trots op hun zoon in het leger.
  • Oorlog? geen slecht idee!
  • Elk groot Europees land wilde een oorlog voeren en dacht te kunnen winnen.
Militaire parades
Trots marcheren deze militairen door destand. Deze mannen zijn trots om voor hun land te vechten.
De Engelse vloot
De Engelse marine was een van s'werelds beste marines ter wereld. Dit wilden ze graag aan iedereen laten zien.

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waar is deze afbeelding een voorbeeld van?
Nationalisme of militarisme?

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

LD: Wat is nationalisme?
A
Een eigen staat voor je land willen.
B
Een grote liefde hebben voor je eigen volk.
C
Een leger hebben om je eigen volk te verdedigen.
D
Niet zwakker willen zijn dan andere volken.

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

LD: Wat is militarisme?
A
Trots zijn op alles dat met het leger te maken heeft.
B
Trots zijn op je eigen land en volk.
C
Trots zijn op je ouders.
D
Zoveel mogelijk koloniën veroveren.

Slide 12 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Duitsland
  • 1815, geen oorlog EU > machtsevenwicht. 
  • Machtsevenwicht - De macht is zo verdeeld dat er geen land zwakker/sterker is.
  • 1871: alle staten in 1 groot land > Duitsland!
  • Gevolg (?)
  • Machtsevenwicht werd verstoord!
  • Duitsland was imperialistisch (?) en wilde net als Eng en Fra een wereldrijk worden (?)
  • Imperialisme - Macht en aanzien van een land vergroten door gebieden te veroveren.
  • Koloniën veroveren! 
Pruisen 1871
Vanaf 1871 gaan alle saten (kleine landjes) in Pruisen samen en vormen ze 1 groot machtig land; Duitsland.

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Afrika tussen 1880 - 1914
In 1900 hadden de grote Europese landen vrijwel heel Afrika onder elkaar verdeeld in koloniën. Ook in Azië waren nog nauwelijks gebieden waar je een nieuwe kolonie kon veroveren.

Slide 14 - Tekstslide

Afrika tussen 1880 - 1914
In 1900 hadden de grote Europese landen vrijwel heel Afrika onder elkaar verdeeld in koloniën. Ook in Azië waren nog nauwelijks gebieden waar je een nieuwe kolonie kon veroveren.
Wapenwedloop
  • Elk groot Europees landen wilde een oorlog en dacht deze te kunnen winnen.
  • Het werd een soort wedstrijdje tussen de Europese landen. (?)
  • Wapenwedloop - Strijd tussen landen wie de meeste en krachtigste wapens heeft.
  • Engeland bleef de baas op zee.
  • Gevolg (?)
  • Duitsland bouwde ook een vloot.
  • Gevolg (?)
  • Spanningen in Europa nemen toe!
Dikke Bertha
In fabrieken werden steeds krachtiger wapens gemaakt. Dit is ‘Dikke Bertha’, een Duits kanon uit 1893. Het vuurde granaten af van ruim 1100 kilo, die elk even groot waren als een volwassen man.
Engelse marine
Vlak voor de Eerste Wereldoorlog had Engeland de sterkste marine, met moderne Dreadnoughts, kruisers en torpedobootjagers. Ze wedijverden met Duitsland en beheersten de Noordzee.

Slide 15 - Tekstslide

In fabrieken werden steeds krachtiger wapens gemaakt. Dit is ‘Dikke Bertha’, een Duits kanon uit 1893. Het vuurde granaten af van ruim 1100 kilo, die elk even groot waren als een volwassen man.

Video wapenwedloop: https://www.youtube.com/watch?v=e7k4Ch80k1o

Slide 16 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen
Aan het eind van deze les weet je:
  1. Welke 5 oorzaken de Eerste wereldoorlog had. Deze oorzaken heb je ingevuld in het schema.
  2. Ook ken je de betekenis van de volgende begrippen: Militarisme, nationalisme, imperialisme & wapenwedloop.
  3. En weet je waarom Duitsland een dreiging werd binnen Europa in 1871.

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

LD: Wat zijn de 5 oorzaken van de Eerste Wereldoorlog?

Slide 18 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

LD: Waarom werd Duitsland een dreiging binnen Europa in 1871? En wat is het gevolg?

Slide 19 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Ik kan antwoord geven op de leerdoelen:
LD1: Welke 5 oorzaken de Eerste wereldoorlog had.
LD2: Ook ken je de betekenis van de volgende begrippen: Militarisme, nationalisme, imperialisme & wapenwedloop.
LD3: En weet je waarom Duitsland een dreiging werd binnen Europa in 1871.
Ja!
Nee
Een beetje, wel bijna!

Slide 20 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Aan de slag!

Boek 2 vmbo-t/havo
Paragraaf 4.1 Een land om trots op te zijn
Opdrachten 1, 2, 3, 4 & 5 



Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welkom bij GS!
  1. Telefoon in de tas!
  2. Pak je laptop en schrift erbij
  3. Kom in de LessonUp
  4. Google: Wie was Gavrilo Princip?

Gavrilo Princip

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat gaan we doen vandaag?
  1. Herhaling vorige les
  2. Leerdoelen
  3. Afmaken 4.1 Een land om trots op te zijn
  4. Bondgenootschappen tijdens WO1
  5. Aanleiding uitbreken oorlog
  6. Aan de slag!

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Herhaling: Wat zijn de 5 oorzaken van de Eerste Wereldoorlog?

Slide 25 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Herhaling: Waarom werd Duitsland een bedreiging binnen Europa in 1871? En wat is het gevolg?

Slide 26 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen
Aan het eind van deze les weet je:
  1. Welke 5 oorzaken de Eerste Wereldoorlog had en is het schema ingevuld.
  2. Wat de bondgenootschappen waren tijdens de Eerste Wereldoorlog.
  3. Je weet wat een aanleiding is.
  4. En weet je wat er gebeurde op 28 juni 1914.

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Bondgenoten
  • Bondgenoten - Afspraken van landen om elkaar militair te helpen.
  • Sommige landen bleven neutraal - Geen partij kiezen. 
  • Nederland was neutraal > niet makkelijk. (?)
  • Triple Entente: Fra, G-B & Rus (Geallieerden)
  • Centrale Entente: Du, O-H & Tur (Centralen)
  • Italië liep in 1915 over naar triple entente.
  • DU lag ingesloten. (?)
  • Plan om veiliger te voelen.
  • Eerste FR binnen 6 weken en daarna RUS. 
Nadeel bondgenoten
Deze landen vochten tegen elkaar. Bondgenootschappen zorgden ervoor dat een conflict tussen twee landen uitgroeide tot een wereldwijde oorlog.
Italië naar de triple entente
Italië sloot zich in 1915 aan bij de Triple Entente omdat het in ruil daarvoor gebieden kreeg beloofd, zoals Zuid-Tirol en Istrië (Verdrag van Londen). Het was ook ontevreden over Oostenrijk-Hongarije, zijn oude bondgenoot.

Slide 28 - Tekstslide

Waarom was Nederland neutraal? 

De Nederlandse krijgsmacht was te zwak om een van die mogendheden in een conflict te kunnen weerstaan. Daarom hechtte Nederland sterk aan neutraliteit en aan het internationaal recht, om de status quo te behouden. In die jaren bezat Nederland nog zijn koloniën, waaronder Suriname en het uitgestrekte Nederlands-Indië.
LD: Koppel het goede land aan het juiste bondgenootschap!
Triple Entente
Centrale Entente
Duitsland
Groot-Brittannië
Italië
Oostenrijk-Hongarije
Rusland
Frankrijk
Turkije

Slide 29 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Oorzaken & aanleiding
  • De 5 oorzaken van de Eerste Wereldoorlog kennen we nu.
  • Er moet nog iets gebeuren.
  • Dit noem je de aanleiding. (?)
  • Aanleiding - De directe oorzaak of reden waarom iets gebeurt. 

  • Voorbeeld:
  • Oorzaak: Veel regen.
  • Aanleiding: Zware bui.
  • Gevolg: Overstroming.

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 31 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Moord in Bosnië
  • Oorlog? - Ja tuurlijk! - Startschot?
  • O-H was de baas over Bosnië. 
  • Bosnië wilde dit niet en wilde graag bij Servië horen. De mensen waren boos.
  • Gavrilo Princip - Zwarte hand > Nationalist.
  • Franz-Ferdinand bezoekt Sarajevo
  • Met een stoet door de feestelijke stad.
  • Knullig en toeval.....
  • Aanleiding: 28 juni 1914 Moord op Franz-Ferdinand
  • Servië was schuldig > oorlog!
Gavrilo Princip boos?
Gavrilo Princip was boos op Franz Ferdinand omdat Bosnië, waar Princip vandaan kwam, door Oostenrijk-Hongarije was bezet. Veel Serviërs en Bosniërs wilden dat Bosnië bij Servië hoorde, niet bij Oostenrijk-Hongarije. Toen Franz Ferdinand, de troonopvolger van Oostenrijk-Hongarije, Bosnië bezocht, zag Princip hem als een vijand. Hij schoot hem dood op 28 juni 1914 in Sarajevo. Dit leidde tot een grote ruzie tussen Oostenrijk-Hongarije en Servië, wat uiteindelijk de Eerste Wereldoorlog begon.
Bezoek Sarajevo
Franz Ferdinand bezocht Sarajevo op 28 juni 1914 om het leger te inspecteren en laten zien dat Bosnië bij Oostenrijk-Hongarije hoorde. Dit maakte Serviërs en Bosnische nationalisten boos.

Slide 33 - Tekstslide

De aanslag was knullig opgezet en het slagen van de moord was eigenlijk vooral te danken aan toeval. Door het toeval dat Frans Ferdinand besloot de officieren in het ziekenhuis te bezoeken, dat de chauffeur de verkeerde afslag nam en stilstond, en dat Princip toevallig door de voordeur van de delicatessenzaak naar buiten stapte, kon Princip de kroonprins van zijn leven beroven. Hierdoor werd een keten van gebeurtenissen in gang gezet die leidde tot de Eerste Wereldoorlog.
Oorzaak
Oorzaak
Oorzaak
Oorzaak
Oorzaak
Aanleiding

Slide 34 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 36 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen
Aan het eind van deze les weet je:
  1. Welke 5 oorzaken de Eerste Wereldoorlog had en is het schema ingevuld.
  2. Wat de bondgenootschappen waren tijdens de Eerste Wereldoorlog.
  3. Je weet wat een aanleiding is.
  4. En weet je wat er gebeurde op 28 juni 1914.

Slide 37 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

LD: Hoort Duitsland bij de Triple- of Centrale Entente?
A
Triple Entente
B
Centrale Entente

Slide 38 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wie was Franz Ferdinand?
A
Troonopvolger Oostenrijk-Hongarije.
B
Een belangrijke generaal van Duitsland.
C
De koning van het Verenigd Koninkrijk.
D
De koning van Italië.

Slide 39 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

LD: Waarom was de moord op Franz-Ferdinand de aanleiding van de Eerste Wereldoorlog?

Slide 40 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Ik kan antwoord geven op de leerdoelen:
LD1: Welke 5 oorzaken de Eerste Wereldoorlog had en is het schema ingevuld.
LD2: Wat de bondgenootschappen waren tijdens de Eerste Wereldoorlog.
LD3: Je weet wat een aanleiding is.
LD4: En weet je wat er gebeurde op 28 juni 1914.
Ja!
Nee
Een beetje, wel bijna!

Slide 41 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Aan de slag!

Boek 2 vmbo-t/havo
Paragraaf 4.1 Een land om trots op te zijn
Opdracht 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9 & 10 
Extra 11

Slide 42 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies