Repaso Unidad 7 C2

¡Repasamos!
1 / 45
volgende
Slide 1: Tekstslide
SpaansMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 3

In deze les zitten 45 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

¡Repasamos!

Slide 1 - Tekstslide

Responde en español:
¿A qué hora te has levantado esta mañana?

Slide 2 - Open vraag

Responde en español:
¿Qué has hecho hoy?

Slide 3 - Open vraag

Vertaal de woorden naar het SP

Slide 4 - Tekstslide

bezorgd

Slide 5 - Open vraag

verliefd

Slide 6 - Open vraag

koorts hebben

Slide 7 - Open vraag

goed gehumeurd

Slide 8 - Open vraag

uitrusten

Slide 9 - Open vraag

Vertaal de zinnen naar het SP

Slide 10 - Tekstslide

Ik heb dorst

Slide 11 - Open vraag

ik voel me niet goed

Slide 12 - Open vraag

ik voel me goed

Slide 13 - Open vraag

ik heb hoofdpijn

Slide 14 - Open vraag

Werkwoord doler

Slide 15 - Tekstslide

A ellos...... ........... mucho la cabeza.

Slide 16 - Open vraag

¿A ti __________ los pies?

Slide 17 - Open vraag

A vosotros..... ...............
la rodilla

Slide 18 - Open vraag

A ti...... ................los ojos

Slide 19 - Open vraag


A Isabel ___ _________ las muelas

Slide 20 - Open vraag

A mi _________ la mano.

Slide 21 - Open vraag

Pretérito Perfecto. Gramática U7 C2

Slide 22 - Tekstslide

Wat is een voorbeeld van de pretérito perfecto?
A
trabajo
B
he trabajado
C
trabajé
D
estoy trabajando

Slide 23 - Quizvraag

 Herhaling Gramática C2 
Pretérito perfecto
- Gebeurtenissen in het verleden die een verband hebben met het heden.
 "Elena ha venido ahora mismo" "Elena is net gekomen"
"Hoy he comido sopa de verduras." "Vandaag heb ik groentesoep gegeten"

- Voor dingen die iemand tijdens  zijn leven gedaan heeft.
"Mi tía Rosa ha viajado mucho" Mijn tante Rosa heeft veel gereisd"
"Mi padre ha estado muchas veces de vacaciones en Indonesia"


                              

Slide 24 - Tekstslide

Presente perfecto

Slide 25 - Tekstslide

Onregelmatige voltooid deelwoord
decir  -----          dicho           (zeggen)
hacer -----          hecho         (doen/maken)
abrir -----            abierto        (openen)
volver  -----         vuelto          (teruggaan)
escribir----        escrito        (schrijven)
ver     ----             visto             (zien)
poner    ---         puesto        (plaatsen/neerzetten)
romper ----         roto               (breken)
freír ----                frito              (gebakken)

Slide 26 - Tekstslide

Wederkerende werkwoorden
Yo                                           me     he
Tú                                           te       has                                               ducharse
Él/ella/ usted                    se       ha
Nosotros/-as                    nos   hemos        + duchado
Vosotros/-as                     os     habéis
Ellos/ellas/ustedes         se     han

Slide 27 - Tekstslide

Welk signaalwoord hoort niet bij de pretérito perfecto
A
esta mañana
B
ayer
C
este mes
D
hoy

Slide 28 - Quizvraag

Pretérito Perfecto: Hacer (tú)
A
He hacido
B
Ha hizo
C
Has hecho
D
Has hago

Slide 29 - Quizvraag

Pretérito perfecto: Poner (nosotros)
A
Hemos ponido
B
Habéis puesto
C
Hemos puesto
D
Han puesto

Slide 30 - Quizvraag

Pretérito perfecto:
ellos-ver

Slide 31 - Open vraag

Pretérito perfecto:
Vosotros-hacer

Slide 32 - Open vraag

PRETÉRITO PERFECTO:
LEVANTARSE (NOSOTROS)

Slide 33 - Open vraag

Pretérito perfecto:
tú - abrir

Slide 34 - Open vraag

Pretérito perfecto:
Esta mañana ..... ...............un vaso de leche con galletas. (desayunar-mi hermano pequeño)

Slide 35 - Open vraag

Pretérito perfecto
¿......... ............ de tus padres antes de irte de vacaciones? (tú- despedirse)

Slide 36 - Open vraag

Pretérito perfecto:
nosotros-volver

Slide 37 - Open vraag

Pretérito perfecto:
ellos - escribir

Slide 38 - Open vraag

Pretérito perfecto:
yo-romper

Slide 39 - Open vraag

Pretérito perfecto:
ustedes (dormirse)

Slide 40 - Open vraag

Pretérito perfecto:
estar - nosotros

Slide 41 - Open vraag

Pretérito perfecto:
Hoy Juan...... ...............en casa de su tía. (comer)

Slide 42 - Open vraag

Pretérito perfecto:
Esta semana ....... ..................a la fiesta de cumpleaños de Felipe. (ir-nosotros)

Slide 43 - Open vraag

Pretérito perfecto:
Esta noche....... ..............la música muy alta.(vosotros-poner)

Slide 44 - Open vraag

Pretérito perfecto:
Juan y María.......... ................ este verano en Ibiza. (casarse)

Slide 45 - Open vraag