DISK werkwoorden: zullen, willen, mogen, kunnen

Grammatica
1 / 53
volgende
Slide 1: Tekstslide
NT2Voortgezet speciaal onderwijsLeerroute 1

In deze les zitten 53 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Grammatica

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Pak een boek!





Natuurlijk, hier zijn de antwoorden:

Hij ging gisteren naar school.
Ze leest vaak interessante boeken.
Je houdt van klassieke muziek.
Zij speelt graag met haar vrienden.
We gaan morgen naar het museum.
Hij moet morgen niet werken.
Zij heeft een mooie collectie schilderijen.
Ik ga op de bank televisie kijken.



User

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Het verhaal gaat over...
Femmy, Sara en Alex

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Grammatica DISK
werkwoorden:
kunnen, mogen, willen, zullen

Slide 22 - Tekstslide

Uit: van A tot Zin --> 1.3

klassikale uitleg + 
Opdracht voor  leerlingen op weg naar A1
Opdracht  voor leerlingen op weg naar A2
Van A tot Zin 
Doel :
Je vervoegt de werkwoorden
kunnen, mogen, willen en zullen
in de tegenwoordige tijd correct.

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

kunnen

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

de regels

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

.........jij dit pakket meenemen?
A
Kun
B
Kunt

Slide 26 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

.......u even wachten?
A
Kunt
B
Kun

Slide 27 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Jij..........goed luisteren.
A
kan
B
kunt

Slide 28 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

mogen

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

de regels

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

.......wij ook een ijsje kopen?
A
Mag
B
Mogen

Slide 31 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Ja, hoor dat ......
A
mogen
B
mag

Slide 32 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

willen

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

de regels

Slide 34 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

.......jij koffie?
A
Wilt
B
Wil

Slide 35 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Peter...........niet naar school.
A
wil
B
wilt

Slide 36 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

zullen

Slide 37 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

de regels

Slide 38 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

......ik iets moois voor jou kopen?
A
Zal
B
Zul

Slide 39 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Je.......je vergist hebben.
A
zal
B
zult

Slide 40 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Vul de werkwoorden in:
zijn, hebben, willen, kunnen, zullen, mogen

Slide 41 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat...........ik voor je doen?
A
mag
B
ben
C
wil
D
kan

Slide 42 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

.......jij een kopje koffie?
A
heb
B
ben
C
mag
D
wil

Slide 43 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

.........ik met je meegaan?
A
wil
B
zal
C
mag
D
kan

Slide 44 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

......je morgen tijd?
A
ben
B
zal
C
heb
D
kan

Slide 45 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

........jij autorijden?
A
kun
B
mag
C
wil
D
heb

Slide 46 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Ik..........graag betalen.
A
kan
B
ben
C
wil
D
mag

Slide 47 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Ik.........nog geen brommer.
Ik............. nog niet 16 jaar.
A
heb/ben
B
ben/heb
C
wil/heb
D
mag/zal

Slide 48 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Ja, ik............bang voor de tandarts.
A
heb
B
mag
C
kan
D
ben

Slide 49 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Nee, ik..........morgen niet!
A
mag
B
kan
C
wil
D
zal

Slide 50 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Nee, ik.......nog geen rijbewijs.
A
ben
B
zal
C
mag
D
heb

Slide 51 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Ik kan de werkwoorden
kunnen, mogen, willen en zullen
in de tegenwoordige tijd correct vervoegen.
0100

Slide 52 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Huiswerk
Les 28,29,30 TT (check antwoorden)
Disk. 2.1 t/m 2.28 en 3.1  t/m 3.9
4.1 en 5.1 en 5.2
6.1 t/m 6.4 en 7.1 t/m 7.4

Slide 53 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies