extra uitleg gram H 4 plus Aufg. K5

Zukunft
1 / 16
volgende
Slide 1: Tekstslide
DuitsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

In deze les zitten 16 slides, met tekstslides.

Onderdelen in deze les

Zukunft

Slide 1 - Tekstslide

Mittwoch, den 26. märz 2025
  • Willkommen
  • Ziele
  • Grammatik Kapitel 4
  • Hören Berufsberatungscamp
  • Lesen: die Zukunft von damals
  • Hausaufgaben 
  • Zum Schluss

Slide 2 - Tekstslide

Ziele
  • Du kannst eine Reportage über Berufsberatung verstehen.
  • Du kannst Wörter aus der Lernliste anwenden.
  • Du verstehst den Kern eines Textes.

Slide 3 - Tekstslide

Grammatik Kapitel 4
der Gruppe
Näher erklären + verteilen Informationen 



Slide 4 - Tekstslide

Stappenplan Kapitel der- en ein-Gruppe
  1. Wat is het lidwoord? (regels der die das, Lernliste Kapitel 4)
  2. Heb ik te maken met de der- of met de ein-Gruppe?
  3. Zit er een voorzetsels 3e of 4e naamval in de zin?
  4. Zit er een werkwoord 3e naamval in de zin?
  5. Nee, dan zinnen ontleden:
  • onderwerp
  • lijdend vw
  • meewerkend vw: Zet aan wie of voor wie voor het onderwerp, het gezegde en het eventuele lijdend voorwerp.
Eventueel vertalen van lidwoorden, een, geen, bezittelijk vnw.

Slide 5 - Tekstslide

Voorzetsels 4e naamval
bis              tot
durch        door
für               voor
gegen        tegen
ohne           zonder
um               om
entlang      langs (evenwijdig)
Voorzetsels 3e naamval
mit           met
nach        naar
bei            bij
seit           sinds
von           van
zu              naar (bij personen)
aus            uit

Slide 6 - Tekstslide

Volgorde zinsontleding:
1. Zoek de persoonsvorm (pv).
2. Zoek het onderwerp (o).
3. Zoek het gezegde (gez.)
4. Zoek het lijdend voorwerp (lv).
5. Zoek het meewerkend voorwerp:
Zet Aan wie / Voor wie voor het onderwerp, gezegde en eventuele lijdend voorwerp.

Slide 7 - Tekstslide

Hoe vind je het onderwerp in een zin? Welke vraag stel je?
- Wie (wat) + persoonsvorm?

Hoe vind je de persoonsvorm (pv)?
1. Maak de zin vragend; de persoonsvorm komt vooraan.
2. Zet de zin in een andere tijd; het woord dat verandert is de persoonsvorm.


Slide 8 - Tekstslide

Hoe vind je het lijdend voorwerp (lv)?
1. Zoek het onderwerp
2. Stel de vraag: wie/wat + gezegde + onderwerp
3. Antwoord op deze vraag → het lijdend voorwerp

Slide 9 - Tekstslide

Hoe vind ik het meewerkend voorwerp (mv)?
1. Zoek eerst de persoonsvorm, het onderwerp, het gezegde en het eventuele lijdend voorwerp in de zin.
2. Zet aan wie of voor wie voor het onderwerp, het gezegde en het eventuele lijdend voorwerp.
3. Staat het woord -aan of het woord -voor in een zin, dan weet je al dat er een meewerkend voorwerp in de zin zit.
4. In een zin kan altijd maar één meewerkend voorwerp zitten. 

Slide 10 - Tekstslide

Selbständig machen Aufgaben 3 bis 9 Seite 133-135

Slide 11 - Tekstslide

An die Arbeit!
Was?
 Aufgaben 3 bis 9 Seite 133-135
Wie?
Selbständig machen oder mit Nachbar(in)
Wie lange?
15 Minuten
Hilfe?
Digitaal woordenboek (mijnwoordenboek.nl) + Grammatikübersicht 
Fertig(klaar) ?
slim stampen op de pc 
timer
15:00

Slide 12 - Tekstslide

Hören        Seiten 60-61
Aufgabe 13: Berufsberatungscamp
Hören: 13 B  richtig oder falsch?
timer
1:00

Slide 13 - Tekstslide

Hausaufgaben
Hausaufgaben:
Aufgabe 15 t/m 18
Seite 62 t/m 66

Slide 14 - Tekstslide

Lesen  Seiten 62-65
Aufgabe 15 Die Zukunft von damals
  • Zusammen besprechen + Tipps leseverstehen!
  • Machen Aufgabe
  • Fertig (klaar): Machen Aufgabe 16. Lernen Lernliste (Slimstampen laptop)

Aufgabe 16 Wörter übersetzen
  • Errate (raad) die Bedeutung (betekenis).
  • Selbständig machen
  • Fertig (klaar): Lernen Lernliste (Slim stampen)
timer
15:00

Slide 15 - Tekstslide

                Evaluatie van de les


Slide 16 - Tekstslide