Les 2: Wat valt er te kiezen?

Maatschappijkunde 2025-2026
Periode 3 Politiek - Les 2: Wat valt er te kiezen?
1 / 15
volgende
Slide 1: Tekstslide
MaatschappijkundeMiddelbare schoolvmbo b, tLeerjaar 3

In deze les zitten 15 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 70 min

Onderdelen in deze les

Maatschappijkunde 2025-2026
Periode 3 Politiek - Les 2: Wat valt er te kiezen?

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Startklaar
  • Op je plek zitten
  • Telefoon in het Zakkie
  • Jas over de stoel, oortjes in de tas, tas op de grond
  • Schoolspullen op tafel: Chromebook, JdW-map, etui 

Slide 2 - Tekstslide

Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan het welbevinden van leerlingen. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zitten startklaar en zijn bijvoorbeeld ingelogd in LessonUp en hebben hun JdW-map op tafel.
Leerdoelen
  • Je kunt uitleggen wat een politieke stroming is (R)
  • Je kunt de kenmerken benoemen van de drie bekendste politieke stromingen (R, T)
  • Je kunt het verschil beschrijven tussen linkse, rechtse en middenpartijen (R)

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

4.1 Wat valt er te kiezen? 
Politieke stromingen
De meeste partijen horen bij een politieke stroming. Binnen zo'n stroming zijn mensen het eens over wat belangrijk is in de maatschappij en hoe mensen het best met elkaar kunnen samenleven. De drie bekendste politieke stromingen in Nederland zijn: liberalisme, sociaal-democratie en christen-democratie. 

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Liberalisme
Het liberalisme is een stroming waarin vrijheid de belangrijkste waarde is. Liberalen maken onderscheid tussen economische en persoonlijke vrijheid.

Economische vrijheid betekent: met zo min mogelijk regels je eigen geld kunnen verdienen. De overheid moet zich niet te veel bemoeien met bedrijven en lonen van werknemers. Iedereen is zelf verantwoordelijk voor het eigen inkomen. 

Persoonlijke vrijheid betekent: de vrijheid om te leven zoals jij wilt. Daarom zijn liberalen voor het homohuwelijk en abortus. Ook willen ze criminelen streng aanpakken, want die bedreigen de vrijheid van anderen. In Nederland zijn bijvoorbeeld D66 en VVD liberale partijen.

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Liberalisme
Liberalisme
Komt vooral op voor:
  • Werkende burgers en ondernemers
  • Bedrijven

Rol van de overheid:
Passief: alleen zorgen voor veiligheid
Waarden:
  • Economische vrijheid
  • Persoonlijke vrijheid

Doel:
Vrijheid voor mensen om te doen en laten wat ze willen

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Sociaal-democratie
De sociaal-democratie is een stroming waarin solidariteit en gelijkwaardigheid de belangrijkste waarden zijn. Solidariteit betekent dat je klaarstaat voor mensen met wie het niet zo goed gaat, bijvoorbeeld omdat ze niet genoeg geld hebben om alle zorgkosten te betalen. 

Bij gelijkwaardigheid gaat het er bijvoorbeeld om dat alle kinderen dezelfde kansen moeten krijgen op school. En iedereen moet dezelfde goede gezondheidszorg krijgen. Sociaal-democraten willen ongelijkheid verminderen. Door te grote verschillen voelen mensen zich minder verbonden met elkaar en neemt de onderlinge solidariteit af. In Nederland zijn bijvoorbeeld GroenLinks-PvdA, SP en DENK sociaal-democratisch. 

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Sociaal-Democratie
Waarden:
Gelijkwaardigheid
Solidariteit
Doel:
Eerlijke verdeling van inkomens, kennis, macht
Bescherming kwetsbare groepen

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Liberalisme
Sociaal-Democratie
Komt vooral op voor:
  • Mensen met weinig geld
  • Mensen met minder kansen
     
Rol van de overheid:
  • Actief; ongelijkheid tegengaan
Waarden:
  • Gelijkwaardigheid
  • Solidariteit
     
Doel:
  • Eerlijke verdeling van inkomens, kennis, macht
  • Bescherming kwetsbare groepen

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Christen-democratie
De christen-democratie is een stroming met het christelijke geloof en de Bijbel als uitgangspunten. Vooral de waarde naastenliefde is voor christen-democraten belangrijk. Burgers moeten voor elkaar zorgen en elkaar helpen, onder andere door organisaties op te richten voor bijvoorbeeld ouderenzorg. De overheid moet alleen doen wat die organisaties niet kunnen doen, zoals zorgen voor veiligheid. 

Omdat God de aarde heeft geschapen, moet de mens daar netjes mee omgaan, dat noemen we rentmeesterschap. 

Christen-democratische partijen zijn CDA en ChristenUnie. 

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Populisme
Sommige partijen horen niet bij een stroming. Deze worden ingedeeld bij het populisme, zoals PVV en Forum voor Democratie. Populistische politici zeggen dat ze opkomen voor de belangen van 'gewone' burgers en ze zeggen nadrukkelijk 'de stem van het volk' te laten horen. Ze zetten zich af tegen de 'politieke elite': politici die het tot nu toe voor het zeggen hebben en die in hun ogen alleen maar aan zichzelf denken.

 De opvattingen van populisten zijn niet per se links of rechts. Wel gaat het vaak om sterk nationalistische standpunten. Ze zijn bijvoorbeeld tegen immigratie en tegen bemoeienis van Europa met Nederland. Ook vinden populistische partijen culturele tradities, zoals Zwarte Piet en Kerstmis, belangrijk. 

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Links, midden en rechts
Een andere manier van partijen indelen is links, midden en rechts. Hierbij kijk je naar de rol van de overheid in de maatschappij. Moet de overheid zich actief met alle maatschappelijke problemen bemoeien of is het beter als mensen het zelf oplossen? 

  • Linkse partijen zijn voor een actieve overheid. Om de verschillen tussen arm en rijk te verkleinen moet de overheid ingrijpen. Bijvoorbeeld door zorgkosten te verminderen voor mensen met een laag komen. Dat kost geld en daarom willen linkse partijen dat rijke mensen en bedrijven meer belasting betalen. Ook vindt links bescherming van het milieu belangrijk. 

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Links, midden en rechts
  • Rechtse partijen zijn voor een passieve overheid . Burgers moeten zoveel mogelijk voor zichzelf zorgen en niet verwachten dat de overheid alles voor hen regelt. De een heeft hiervoor meer mogelijkheden dan de ander en dus vinden rechtste partijen het logisch dat er verschillen bestaan tussen arm en rijk. De belangrijkste taak van de overheid is veiligheid. Omdat de overheid burgers zelf veel laat regelen, kunnen de belastingen laag zijn. 

  • Middenpartijen zijn partijen die vinden dat de overheid alleen moet helpen als het mensen niet zelf lukt. Zij zitten dus tussen een actieve en passieve overheid in. Ze hebben zowel linkse als rechtse standpuntne. Zo zijn er partijen die strengere straffen willen voor misdrijven (rechts), maar niet willen bezuinigen op ouderenzorg (links). 

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Begrippen uit deze les
  • Politiek
  • Overheid
  • Algemeen belang
  • Democratie
  • Referendum
  • Volksvertegenwoordigers
  • Actief kiesrecht
  • Passief kiesrecht

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies