13.4 Hart- en vaatziekten max

1 / 19
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvmbo g, t, mavoLeerjaar 4

In deze les zitten 19 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

Hoe noem je de vettige stof die een bloedvat nauwer kan maken?
A
Cholesterol
B
Trombose

Slide 10 - Quizvraag

Wat is gevaarlijker? te hoge of te lage bloeddruk?
A
Hoge bloeddruk
B
Lage bloeddruk

Slide 11 - Quizvraag

Heeft iemand die regelmatig eventjes duizelig wordt als hij uit bed stapt last van lage of hoge bloeddruk?
A
Lage bloeddruk
B
Hoge bloeddruk

Slide 12 - Quizvraag


Hoge bloeddruk
Lage bloeddruk
nauwelijks klachten
schade aan bloedvaten en organen
duizeligheid
flauwvallen
vermoeidheid

Slide 13 - Sleepvraag

Hoe noemen we het als een deel van de hartspier geen zuurstof krijgt?
A
Hartinfarct
B
Beroerte
C
Hartritmestoornis
D
Aneurysma

Slide 14 - Quizvraag

Welke ziekte heeft het volgende gevolg:

Het hart werk minder goed waardoor de bloedstroom minder kan worden.
A
Hartinfarct
B
Hartritmestoornis
C
Hoge bloeddruk
D
Slagaderverkalking

Slide 15 - Quizvraag

Wat is een ander woord voor hartaanval?
A
Hartinfarct
B
Hartritmestoornis
C
Hoge bloeddruk
D
Slagaderverkalking

Slide 16 - Quizvraag

Mensen die te zwaar zijn, hebben een grotere kans op hart- en vaatziekten.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 17 - Quizvraag

Wat moet je doen voor de goede werking van je hart?
A
Weinig bewegen
B
Weinig vet eten
C
Roken
D
Veel bewegen en weinig vet eten

Slide 18 - Quizvraag

Zelf aan de slag!
  • Nu mag je zelf aan de slag.
  • Maak de opdrachten  van 13.4, blz 128 
  • 1, 2 en 4 t/m 7
timer
5:00

Slide 19 - Tekstslide