Herhaling examen 2de trimester

1 / 55
volgende
Slide 1: Tekstslide
AardrijkskundeSecundair onderwijs

In deze les zitten 55 slides, met interactieve quizzen en tekstslide.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Hoe noemt de menselijke landschapsvormende laag?

Slide 2 - Open vraag

Geef de 6 natuurlijke landschapsvormende lagen (alfabetisch, 1 woord en met komma)

Slide 3 - Open vraag

Geef 7 soorten landgebruik
(alfabetisch en met komma)

Slide 4 - Open vraag

Geef de 5 soorten landbouw
(alfabetisch, 1 woord en met komma)

Slide 5 - Open vraag

Geef de 2 soorten infrastructuur
(alfabetisch en met komma)

Slide 6 - Open vraag

Welke type bebouwing
(om te wonen)?

Slide 7 - Open vraag

Welke type bebouwing
(om te wonen)?

Slide 8 - Open vraag

Welke type bebouwing
(om te wonen)?

Slide 9 - Open vraag

Hoe noemen we dit
specifiek type ook?

Slide 10 - Open vraag

Hoe noemen we dit
soort bebouwing van
boven af bekeken?

Slide 11 - Open vraag

Hoe noemen we dit
soort bebouwing van
boven af bekeken?

Slide 12 - Open vraag

Welk type van bebouwing verwacht je bij verspreide bebouwing?

Slide 13 - Open vraag

In een stedelijke omgeving bestaan gemengde functies vaak binnen één gebouw. Wat betekent dit concreet?
A
Elk gebouw heeft één unieke functie.
B
Woningen en bedrijven bevinden zich vaak in hetzelfde gebouw.
C
Diensten zijn altijd afgescheiden van woningen.
D
Handel vindt enkel buiten de stad plaats.

Slide 14 - Quizvraag

Waarom kiezen bedrijven vaak voor hoge kantoorgebouwen in stedelijke gebieden?
A
Om dichter bij landbouwgebieden te zijn
B
Om te profiteren van goedkopere bouwgrond
C
Vanwege beperkte ruimte en efficiënter grondgebruik
D
Om beter bereikbaar te zijn voor zware industrie

Slide 15 - Quizvraag

Wat is een gevolg van het concentreren van handel en diensten in een bebouwde kern?
A
Minder verkeer naar het stadscentrum
B
Lagere grondprijzen in het centrum
C
Hogere toegankelijkheid van voorzieningen voor bewoners
D
Minder behoefte aan openbaar vervoer

Slide 16 - Quizvraag

Wanneer we op schoolreis gaan en 3 nachten in Parijs doorbrengen, dan spreken we over ....

Slide 17 - Open vraag

Wanneer we naar plopsaland gaan met de hele familie, dan spreken we over ...

Slide 18 - Open vraag

Wanneer een bepaalde toeristische trekpleister heel veel volk trekt, dan spreken we ook wel eens over...

Slide 19 - Open vraag

Wat is géén gevolg van massatoerisme?
A
Overbelasting van de infrastructuur
B
Toename van luchtvervuiling
C
Behoud van lokale culturen en tradities
D
Stijging van de lokale prijzen

Slide 20 - Quizvraag

Wat kan helpen om massatoerisme duurzamer te maken?
A
Meer goedkope vluchten aanbieden
B
Verbieden van lokaal geproduceerde voeding
C
Minder mensen op hetzelfde moment toelaten in drukke gebieden
D
Meer grote hotels bouwen

Slide 21 - Quizvraag

Hoe noemen we dit?

Slide 22 - Open vraag

Hoe noemen de dagelijkse woon-werkverplaatsingen ook wel?
(13 letters)

Slide 23 - Open vraag




(naam, hoog/laag)

Slide 24 - Open vraag




(naam, hoog/laag)

Slide 25 - Open vraag


A
Bevolkingstoename
B
Bevolkingsafname

Slide 26 - Quizvraag


A
Bevolkingstoename
B
Bevolkingsafname

Slide 27 - Quizvraag

Moderne landbouw draagt bij tot de ontbossing van het tropisch regenwoud
A
Juist
B
Fout

Slide 28 - Quizvraag

De modernisering van de landbouw zorgt voor meer honger in de wereld
A
Juist
B
Fout

Slide 29 - Quizvraag

Hoe groter de wereldbevolking, hoe meer voedsel er nodig is, dus hoe meer de landbouwers moeten produceren.
A
Juist
B
Fout

Slide 30 - Quizvraag

Welke duurzame oplossing
is hier gekozen?

Slide 31 - Open vraag

Welke duurzame oplossing
is hier gekozen?

Slide 32 - Open vraag

Welke duurzame oplossing
is hier gekozen?

Slide 33 - Open vraag

Wat is de
bevolkings-
dichtheid?

Slide 34 - Open vraag

Wat is de
bevolkings-
dichtheid?

Slide 35 - Open vraag

Wat is de
bevolkings-
dichtheid?

Slide 36 - Open vraag

Wat is de
bevolkings-
dichtheid?

Slide 37 - Open vraag

Wat is de
bevolkings-
dichtheid?

Slide 38 - Open vraag

Welke van beide is het dichtstbevolkt?
A
Vlaanderen
B
Wallonië

Slide 39 - Quizvraag

Welke natuurlijke landschapselementen kunnen dit verklaren? (Alfabetisch, met komma)

Slide 40 - Open vraag

In welke gemeente is de natuurlijke aangroei het grootst?
Gent, Lommel, Oostende, Poperinge

Slide 41 - Open vraag

In welke gemeente is de natuurlijke aangroei negatief?
Gent, Lommel, Oostende, Poperinge

Slide 42 - Open vraag

Geef de 5 P's ivm duurzame bevolkingsgroei? (engelse termen, met komma's gescheiden)

Slide 43 - Open vraag

Welke P herken je hier:
Internationale samenwerking bij de verdeling van vaccins tijdens pandemieën.

Slide 44 - Open vraag

Welke P herken je hier (in goede of slechte zin):
Ontbossing in tropische regio's zoals het Amazonegebied om landbouwgrond vrij te maken voor een groeiende bevolking.

Slide 45 - Open vraag

Welke P herken je hier (in goede of slechte zin):
Landen die zorgen voor goede sociale zekerheid waardoor bevolkingsgroei niet leidt tot meer armoede.

Slide 46 - Open vraag

Welke P herken je hier (in goede of slechte zin):
Veiligheid garanderen voor bevolkingsgroepen die sterk groeien door goede infrastructuur en stabiele regering (bijvoorbeeld Costa Rica).

Slide 47 - Open vraag

Welke P herken je hier (in goede of slechte zin):
Goede voedselzekerheid in landen waar landbouwproductiviteit mee evolueert met bevolkingsgroei.

Slide 48 - Open vraag

Welke P herken je hier (in goede of slechte zin):
Sterke bevolkingsgroei in regio's zoals Afrika ten zuiden van de Sahara waar onvoldoende onderwijs, gezondheidszorg en huisvesting beschikbaar zijn, wat leidt tot armoede en ondervoeding.

Slide 49 - Open vraag

Welke P herken je hier (in goede of slechte zin):
Regio’s die natuurbescherming combineren met stadsuitbreiding door bijvoorbeeld stadsbossen en groene infrastructuur (Singapore).

Slide 50 - Open vraag

Wat is de Nederlandstalige term voor Prosperity?

Slide 51 - Open vraag

Wanneer de infrastructuur niet meegroeit met de bevolking, wat krijg je dan?

Slide 52 - Open vraag

Wat is een mogelijke oplossing voor fileproblemen?
(behalve openbaar vervoer, fiets,..)

Slide 53 - Open vraag

Om welke reden wordt het tropisch regenwoud vooral ontbost?

Slide 54 - Open vraag

Wat wordt hier dan specifiek vooral geteeld? Voor welke "sector"?

Slide 55 - Open vraag