H4 - 4.2 Karel de Grote en de Franken (2)

2. De koning en zijn leenmannen
Paragraaf 4.2 
1 / 30
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisMiddelbare schoolvmbo t, mavo, havo, vwoLeerjaar 1

In deze les zitten 30 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

2. De koning en zijn leenmannen
Paragraaf 4.2 

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen
Je kunt beschrijven hoe het Frankische Rijk ontstond.
Je kunt uitleggen hoe het leenstelsel werkte.
Je kunt uitleggen welk gevolg het leenstelsel had voor het bestuur in Europa.

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat gaat we doen?
Herhaling
Uitleg 4.2
Zelf werken

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 4 - Link

Deze slide heeft geen instructies

De boeren woonden/werkten op een domein, wat is een domein
A
Gebied van een edelman of klooster
B
Stuk grond van de leenheer
C
Hun eigen grondgebied waar ze dingen op verbouwden
D
Stuk grond van de gemeente

Slide 5 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Maak de invulopdracht
In tweetallen
timer
5:00

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe heet het gedeelte van het domein dat eigendom is van de heer?
A
Hoevenland
B
Vroonland

Slide 7 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Domeinen waren zelfvoorzienend
(= alles wat nodig was, werd op het domein gemaakt)
A
WAAR
B
NIET WAAR

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Horigen
A
Boeren met een eigen stukje land
B
Boeren die wonen en werken op land heer

Slide 9 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Op het domein leefden horigen.

Wat was een nadeel voor de horige om op het hof van de heer te leven?

Slide 10 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Op het domein leefden horigen.

Wat was een voordeel voor de horige om in het hofstelsel te leven?

Slide 11 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Clovis 565-511
  • Koning Clovis
  • Frankische Rijk
  • Bekeerde zich tot het Christendom
  • Kerk steunde hem 
  • Bekeerde andere stammen en verspreide Christendom door Europa

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Het Frankische rijk stond onder leiding van Clovis uit de familie van de merovingen.

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Samenwerking koning en paus
1) Frankische koningen bekeren zich tot het christendom ( Clovis in 496 ).  

Verbond tussen koning en de kerk voor beide partijen gunstig: 
  • Frankische koning kan gebruik maken van  goede organisatie katholieke kerk
  • Kerk krijgt militaire bescherming van Frankische machthebbers
  • Frankische volk wordt  gekerstend -> grotere aanhang christendom
Clovis
https://nl.wikipedia.org/wiki/Clovis_I

https://isgeschiedenis.nl/nieuws/geschiedenis-van-de-merovingen

De doop van Clovis
http://geschiedenisonline.weebly.com/het-doopsel-van-clovis.html
https://historiek.net/koning-clovis-koning-franken/69866/

Slide 14 - Tekstslide

Na de val van he Romeinse Rijk is Clovis de eerste sterke barbaar die een groot rijk in Noord-Europa in handen weet e krijgen. In 496 laat hij zich dopen en bekeert zich zo tot het christendom. Hoewel hij het geloof ongetwijfeld zeer serieus neemt, is dit niet de belangrijkste reden waarom Clovis zich bekeert. Hij wil vooral eensgezindheid binnen de grenzen van zijn rijk .
Clovis bekeerde zich niet alleen uit religieuze overwegingen. Voor de Frankische machthebbers was samenwerking met de kerk gunstig, omdat zij bij het bestuur gebruik konden maken van ervaren bestuurders als bisschoppen. Bovendien konden ze via de paus aanspraak maken op de zegen van God. 
Omgekeerd was ook voor de kerk samenwerking met de Franken gunstig, want de Frankische machthebbers gaven militaire bescherming aan de kerk in haar eigen gebied Italië. 
Karel de Grote 768-814 na Christus

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 16 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 17 - Link

Deze slide heeft geen instructies

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De leenman
De leenheer:
Karel de Grote
Het leen (de grond) dat de leenman 'in leen' krijgt.
De vier plichten van een leenman:
  • Hij moest trouw zweren aan de koning; 
  • Hij moest zijn gebied besturen en er recht-spreken;
  • Hij moest jaarlijks belasting aan de koning betalen; 
  • Als er oorlog was in het Rijk, moest hij met zijn eigen soldaten meevechten in het leger van de koning.
De leenman zweert trouw aan zijn leenheer, Karel de Grote.

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht Karel de Grote
timer
6:00

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opdrachten Memo online
4, 7, 8, 11, 12
timer
15:00

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een goed voorbeeld
van het leenstelsel?
A
De koning bestuurt zijn land helemaal in zijn eentje.
B
De koning heeft ministers die hem advies geven over het bestuur van zijn land.
C
De koning heeft niets te zeggen over het bestuur van zijn land.
D
De koning heeft zijn land in stukken verdeeld. Ieder stuk wordt bestuurd door een adellijke vriend van hem.

Slide 23 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Het leenstel is een:
A
Politiek-bestuurlijk systeem
B
Economisch systeem
C
Sociaal systeem
D
Cultureel systeem

Slide 24 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Op deze afbeelding uit de dertiende eeuw
belooft een leenman trouw aan Karel de Grote.

Is deze uitspraak goed of fout?
Karel de Grote wordt nu de leenman van de leenheer
A
Goed
B
Fout

Slide 25 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke plicht heeft een leenman?
A
Hij moet in zijn gebied doen waar hij zin in heeft.
B
Hij moet elke ochtend bijtijds opstaan.
C
Hij moet trouw beloven aan zijn leenheer.
D
Hij moet delen van zijn gebied doorlenen aan onderleenmannen.

Slide 26 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Opbloei!
  • Karel had veel interesse in cultuur en wetenschap. 
  • Hij liet kloosterscholen stichten en zorgde dat er een duidelijk schoolprogramma kwam
  • Hij liet het schrift verbeteren zodat het makkelijker werd om te schrijven.
  • Geloof vindt Karel erg belangrijk: als in zijn rijk iedereen christen is, is er meer eenheid. 
  • Het was een tijd van grote bloei
Karels handtekening. Omdat hij niet kon schrijven, tekende hij alleen twee streepjes.

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 28 - Link

Deze slide heeft geen instructies

Het Frankische Rijk valt uiteen

  • Karel de Grote had maar 1 zoon die het hele rijk erfde, maar deze zoon had weer meer zonen die allemaal een stuk kregen....
  • Leenmannen gedroegen zich steeds meer als zelfstandige heren en leken vaak te vergeten dat er een leenheer was

  • Of leenden hun gebied weer verder uit aan achterleenmannen...

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leenstelsel
Hofstelsel
Horigen
Domein
Economie
Politiek 
Leenheer
Trouw / macht
Autarkie (zelfvoorzienend)
Herendiensten

Slide 30 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies