8.2 D Kleine getallen in de wetenschappelijke notatie

Startopdracht
Maak alleen deze opdracht.
klaar? 
  • Leg het blaadje op de hoek van de tafel
  • pak je spullen en lees blz. 125
timer
7:00
1 / 25
volgende
Slide 1: Tekstslide
WiskundeMiddelbare schoolmavoLeerjaar 3

In deze les zitten 25 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Startopdracht
Maak alleen deze opdracht.
klaar? 
  • Leg het blaadje op de hoek van de tafel
  • pak je spullen en lees blz. 125
timer
7:00

Slide 1 - Tekstslide

Leerdoelen
  • Je kunt kleine getallen in de wetenschappelijke notatie schrijven. 
  • Je kunt rekenen met eenheden van tijd.

Slide 2 - Tekstslide

De wetenschappelijke notatie bij kleine getallen.

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

Leerdoelen
  • Je kunt kleine getallen in de wetenschappelijke notatie schrijven. 
  • Je kunt rekenen met eenheden van tijd.

Slide 7 - Tekstslide

Aan het werk...
vierkant: 30, 31, 32, 33, 34 + nakijken
cirkel: 30, 31, 32, 33, 34, 35 + nakijken
ster: 32, 33, 34, 35, 36 + nakijken

timer
10:00

Slide 8 - Tekstslide

Leerdoelen
  • Je kunt kleine getallen in de wetenschappelijke notatie schrijven. 
  • Je kunt rekenen met eenheden van tijd.

Slide 9 - Tekstslide

Eenheden van tijd
  • 1 millennium = 1000 jaar
  • 1 eeuw = 100 jaar
  • 1 jaar = 4 kwartalen = 12 maanden = 365 dagen 
  • 1 jaar = 52 weken en 1 dag
  • 1 schrikkeljaar = 366
  • 1 kwartaal = 3 maanden = 13 weken
  • 1 week = 7 dagen

Slide 10 - Tekstslide

Eenheden van tijd
  • 1 dag = 24 uur
  • 1 uur = 60 minuten
  • 1 minuut = 60 seconden

Slide 11 - Tekstslide

Voorbeeld
Benthe loopt 10 km in 52 minuten.
Hoeveel minuten en seconden doet Benthe over 1 km?

Slide 12 - Tekstslide

Voorbeeld
Wessel woont 9 km van school. Hij fietst gemiddeld 15 km/uur.
Wessel vertrekt om 8:15 uur van huis.
Hoe laat is Wessel op school? 

Slide 13 - Tekstslide

Voorbeeld
Hoeveel uren, minuten en seconden is 12,73 uur?

Slide 14 - Tekstslide

Vragen over het huiswerk?

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Tekstslide

Aan het werk...
rechthoek: 38, 39, 40, 41, 42, 43, 44, 45 + nakijken
cirkel: 39, 40, 41, 42, 43, 44, 45, 46 + nakijken
ster: 41, 42, 43, 44, 45, 46, 47 + nakijken
afsluiten om 10:35

Slide 18 - Tekstslide

Ruim je spullen op en laat alleen een laptop op tafel.

Slide 19 - Tekstslide

Leerdoelen
  • Je kunt kleine getallen in de wetenschappelijke notatie schrijven. 
  • Je kunt rekenen met eenheden van tijd.

Slide 20 - Tekstslide

Schrijf 0,0000813 in de wetenschappelijke notatie

Slide 21 - Open vraag

Schrijf 3,8 x 10^-6 voluit.

Slide 22 - Open vraag

Janneke gaat op de fiets naar haar vriendin. Ze moet daarvoor 12 km fietsen. Janneke heeft om 11:00 uur met haar vriendin afgesproken. Ze vertrekt om 10:18 uur. Janneke fietst gemiddeld 16 km/uur. Bereken of Janneke op tijd is.

Slide 23 - Open vraag

Hoeveel dagen, uren en minuten is 9,3 dagen?

Slide 24 - Open vraag

Huiswerk
Maak 32, 33, 34, 41, 42, 43, 44 + nakijken


Slide 25 - Tekstslide