Fijn dat je er bent. Typ in de chat "aanwezig" om te laten weten dat je er bent. Meld je alvast aan bij LessonUp met de code linksonder in beeld en zet je webcam alvast aan.
1 / 11
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2
In deze les zitten 11 slides, met tekstslides.
Lesduur is: 30 min
Onderdelen in deze les
Welkom!
Fijn dat je er bent. Typ in de chat "aanwezig" om te laten weten dat je er bent. Meld je alvast aan bij LessonUp met de code linksonder in beeld en zet je webcam alvast aan.
Slide 1 - Tekstslide
Aan het einde van deze les...
kan je onderscheid maken tussen standpunten en argumenten.
kan je tekstverbanden herkennen aan de hand van signaalwoorden.
Slide 2 - Tekstslide
Wat gaan we doen vandaag?
Herhalen
Aan de slag!
Slide 3 - Tekstslide
FEIT
- Uitspraak over iets wat waar of niet waar is
- Een feit kan je controleren
Voorbeeld van een feit:
De helft van de veertienjarigen in Nederland krijgt €50,00 kleedgeld per maand.
Je kunt controleren of dit waar is door in de krant te kijken of het op internet op te zoeken.
Slide 4 - Tekstslide
MENING (STANDPUNT)
- Wat iemand ergens van vindt
- Het is niet controleerbaar
-Je kunt het eens of oneens zijn
Voorbeeld van een mening:
Ik vind het goed dat jongeren kleedgeld krijgen.
Slide 5 - Tekstslide
ARGUMENT
- Een argument is een uitleg waarmee je een mening verdedigt.
- Je herkent een agument aan signaalwoorden als:
want, namelijk, omdat en immers
Voorbeeld van een argument:
Ik vind het goed dat jongeren kleedgeld krijgen (mening), want dan leren zij met geld omgaan (argument).
Slide 6 - Tekstslide
Signaalwoorden
Je herkent een mening aan:
- Ik vind dat...
- Zij vindt dat...
- Ik ben van mening...
-Volgens mij...
-Lijkt mij...
-Naar mijn mening...
Slide 7 - Tekstslide
Signaalwoorden
Je herkent een argument aan:
- Ik vind dit, omdat...
- Zij vindt dat, want...
-Namelijk...
-Immers...
Slide 8 - Tekstslide
Aan de slag!
We starten samen met opdracht 4 op pagina 103.
Schrijf de antwoorden op in je schrift. Na tien minuten gaan we de antwoorden bespreken. Klaar? Lees even in je leesboek.