Quiz littérature

Quiz littérature
Bonne chance!
1 / 24
volgende
Slide 1: Tekstslide
FransMiddelbare schoolvwoLeerjaar 6

In deze les zitten 24 slides, met interactieve quizzen en tekstslide.

time-iconLesduur is: 50 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Quiz littérature
Bonne chance!

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Zet deze stromingen in de juiste volgorde:
La Renaissance & l'humanisme
Le Classicisme
Les Lumières
Le romantisme

Slide 2 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Bijeenkomsten van dichters en filosofen waar de kunsten en politiek besproken worden.
Bestorming van de Bastille
72 jaar koning geweest
Bijnaam = Le Bien-Aimé
Louis XV
Les Salons Littéraires
14 juli 1789
Louis XIV

Slide 3 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Van wanneer tot wanneer duurde de Franse Revolutie? 
A
1789-1793
B
1804-1830
C
1715-1789 
D
1793-1804

Slide 4 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Quel est le siècle des Lumières?

A
Le XVIe siècle
B
Le XVIIe siècle
C
Le XVIIIe siècle

Slide 5 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Tijdens de verlichting ontstond het rationalisme. Wat is dit?
A
De rede staat centraal en alles moet aan het eigen kritische verstand worden onderworpen.
B
De wetenschap staat centraal en het vertrouwen hierin is leidend.
C
De macht van de koning en zijn invloed worden versterkt.

Slide 6 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Waar staat de term 'Lumières' symbool voor?
A
het verstand
B
gelijkheid
C
de onwetendheid
D
vrijheid

Slide 7 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Het volgende evenement draagt niet bij aan het ontstaan van het tijdperk van de Verlichting:
A
Het Engelse model waar al geregeerd werd met een grondwet.
B
De dood van Louis XIV in 1715
C
De ontwikkeling van het boek en de wetenschap
D
Het afschaffen van godsdienst in Frankrijk

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

"Les différentes fonctions du gouvernement - exécutif ou monarchique, législatif et judiciaire - doivent être exercées par des personnes et des départements différents."
A
Voltaire
B
Rousseau
C
Montesquieu
D
Diderot

Slide 9 - Quizvraag

https://fr.alphahistory.com/frenchrevolution/philosophes/
L'encyclopédie
is zeer kenmerkend voor:
A
Renaissance
B
Romantiek
C
Naturalisme
D
Verlichting

Slide 10 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Quel était le but de L'Encyclopédie?
1. Alle kennis samenvoegen in één werk om dit ook door te geven aan volgende generaties.
2. De basis leggen voor de Franse Revolutie.
3. De mens wijzer en deugdzamer maken.
A
Antwoord 1 en 2 zijn correct
B
Antwoord 2 en 3 zijn correct
C
Antwoord 1 en 3 zijn correct
D
Alle antwoorden zijn correct.

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Van welke Franse filosoof komt het citaat: "cogito ergo sum" ("je pense, donc je suis")
A
Voltaire
B
Descartes
C
Rousseau
D
Montesquieu

Slide 12 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke roman is geschreven door Voltaire?
A
Candide
B
Le Père Goriot
C
Jacques le fataliste
D
Les Confessions

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke zaken bekritiseerd Voltaire in Candide ou l’Optimisme?
Noem er drie.

Slide 14 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Wie heeft dit gezegd?
"De mens was ooit goed, maar is verpest door de maatschappij"
timer
0:15
A
Voltaire
B
Diderot
C
Montesquieu
D
Rousseau

Slide 15 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Romantiek
Verlichting
Ratio
Gevoel
Wetenschap
Techologische ontwikkelingen
Natuur

Slide 16 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Qu'est-ce qui ne caractérise PAS le romantisme?
A
la nature
B
l'émotion
C
la mélancholie
D
la science

Slide 17 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat zijn de bekendste werken van Victor Hugo? (meerdere antwoorden mogelijk)
A
Demain dès l'aube
B
Le dernier jour d'un condamné
C
Les misérables
D
Notre Dame de Paris

Slide 18 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat voor soort werk is Les Misérables?
A
Un conte philosophique
B
Un roman épistolaire​
C
Een roman social

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Op welke belangrijke persoon heeft Victor Hugo kritiek? 
A
Louis XV
B
Napoléon III
C
Louis XVI
D
Napoléon Bonaparte

Slide 20 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

4. Wie was Napoleon?
A
Hij was een Franse generaal die zichzelf tot keizer van Frankrijk kroonde.
B
Een snoepjesfabrikant die het Franse volk van eten voorzag.
C
Een officier in het Franse leger die de koning en koningin liet onthoofden.
D
Een uitvinder uit de tijd van de verlichting

Slide 21 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat wordt er bedoeld met le mal du siècle?
A
Een gevoel van onvrede door de mislukte idealen van de Franse Revolutie
B
de negatieve gevolgen van de industriële revolutie voor arbeiders
C
het harde bewind van Napoléon Bonaparte

Slide 22 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Quel poète a écrit Les Fleurs du mal?

A
Paul Verlaine
B
Charles Baudelaire
C
Arthur Rimbaud
D
Joachim du Bellay

Slide 23 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke van onderstaande thema's zijn kenmerkend voor het werk van Baudelaire? Kies er twee.
A
Beeldspraak
B
Moderne cultuur
C
beschrijvingen van de natuur
D
het escapisme

Slide 24 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies