Herkansing 2

Welkom
2 MAVO/ HAVO

Economie

1 / 25
volgende
Slide 1: Tekstslide
EconomieMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 2

In deze les zitten 25 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Welkom
2 MAVO/ HAVO

Economie

Slide 1 - Tekstslide

Programma
  • Herhaling
  • Lesdoelen
  • Theorie
  • Aan de slag

Slide 2 - Tekstslide

Economie
houdt zich bezig met de keuzes die mensen 
(maar ook bedrijven) maken

Slide 3 - Tekstslide

Thomas koopt een super deluxe broodje bij de bakker. Dit is een
A
basisbehoefte
B
overige behoefte

Slide 4 - Quizvraag

Je krijgt €10 van je buurman voor het wassen van zijn auto. Geld is hier een
A
rekenmiddel
B
ruilmiddel
C
spaarmiddel

Slide 5 - Quizvraag

Je vergelijk de prijzen van een nieuwe telefoon bij verschillende winkels. Geld is hier een
A
rekenmiddel
B
ruilmiddel
C
spaarmiddel

Slide 6 - Quizvraag

Je krijgt €5 van je oma voor je rapport. Je bewaart dit omdat je in de zomervakantie er iets leuks voor gaat doen. Geld is hier een
A
ruilmiddel
B
rekenmiddel
C
spaarmiddel

Slide 7 - Quizvraag

Als geld wordt gebruikt om de waarde van goederen en diensten aan te geven dan is het?
A
een betaalmiddel
B
een rekenmiddel
C
een ruilmiddel
D
een spaarmiddel

Slide 8 - Quizvraag

Peter verdient €300 per week. Hoeveel verdient hij per maand?

Slide 9 - Open vraag

Lesdoelen
Aan het einde van de les kan je:
- uitleggen wat sparen en rente is
- uitleggen wat spaarmotieven zijn
- diverse berekeningen maken met rente 
- twee redenen bedenken waarom je geld leent.
- uitleggen hoe een lening werkt.
- de kosten van een lening berekenen.

Slide 10 - Tekstslide

Sparen

Slide 11 - Woordweb

Sparen
is het niet uitgeven van een deel van je inkomen.

Waarom zou je dat doen?

Slide 12 - Tekstslide

Spaarmotieven
Sparen voor een doel
  • Ik wil over een jaar een scooter kopen
Sparen uit voorzorg
  • Als de wasmachine stuk gaat wil ik een nieuwe kopen
Sparen voor de rente
  • Geld verdienen met geld

Slide 13 - Tekstslide

Rente

Wat is rente?

Waarom krijg je rente?


Slide 14 - Tekstslide

Sparen & lenen
Sparen




Lenen

Slide 15 - Tekstslide

Rekenen met rente
Rente bedrag = percentage / 100 x spaar bedrag

Slide 16 - Tekstslide

Rente bedrag = percentage / 100 x spaar bedrag.

Peter heeft €200 op zijn spaarrekening staan en krijgt 1,5% rente. Hoeveel euro rente krijg hij?

Slide 17 - Open vraag

Rente bedrag = percentage / 100 x spaar bedrag.

Peter heeft €200 op zijn spaarrekening staan en krijgt 1,5% rente. Hoeveel euro heeft hij na een jaar op zijn rekening?

Slide 18 - Open vraag

Lenen
Lenen betekent geld gebruiken van een ander

  • Je wilt iets duurs kopen en het nu al gebruiken
  • Je hebt onverwacht dringend geld nodig omdat je een tegenvaller hebt. 

Kan je het wel op tijd terug betalen?

Slide 19 - Tekstslide

Terugbetalen
Maandtermijn = aflossing + rente

Aflossing: deel van de lening die je terugbetaald
rente: vergoeding voor het lenen van het geld

Slide 20 - Tekstslide

Een kennis van je leent geld voor de aanschaf van een tweedehands auto. Naar verwachting gaat die auto ongeveer 5 jaar mee. Wat is verstandig en waarom?
A
De lening aflossen in precies 5 jaar
B
De lening aflossen in minder dan 5 jaar
C
De lening aflossen in meer dan vijf jaar

Slide 21 - Quizvraag

Alfie leent € 150 tegen 3% rente.

Hoeveel euro aan rente betaalt Alfie

Slide 22 - Open vraag

Alfie leent € 150 tegen 3% rente.

Hoeveel euro betaalt Alfie in totaal aan de bank?

Slide 23 - Open vraag

Volgende week
Toets over deze twee lessen.

Kijk naar de LessonUps

Kijk naar de werkbladen

Slide 24 - Tekstslide

Huiswerk

Werkblad 10 Sparen

Werkblad 11 Lenen

Slide 25 - Tekstslide