GB 2.3 Rouw cultureel

Palliatieve zorg: Culturele verschillen.
1 / 55
volgende
Slide 1: Tekstslide

In deze les zitten 55 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Palliatieve zorg: Culturele verschillen.

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lesdoelen 
- Je hebt wat verschillende rituelen bij dood en rouw bij verschillende  culturen/godsdiensten gezien

 - Je kunt uitleggen hoe de rituelen rondom dood en rouw bij één cultuur/godsdienst eruit ziet.

Eerste vragen ophalen vorige lessen 

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de eerste fase van rouw volgens Kúbler-Ross?
A
Boosheid
B
Aanvaarding
C
Ontkenning
D
Onderhandelen

Slide 3 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de laatste fase van rouw, bij Kübler - Ross?
A
Woede
B
Marchanderen / onderhandeling
C
Aanvaarding
D
Verdriet en depressie

Slide 4 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Elisabeth Kübler-Ross onderscheidt de volgende fase van rouw:
A
Onwetendheid , boosheid, onderhandelen, verdriet en acceptatie
B
Ontkenning, boosheid, onderhandelen, verdriet en acceptatie
C
Ontkenning, boosheid, onderhandelen, verdriet en vechten
D
Ontkenning, woede, onderhandelen, verdriet en weer verder

Slide 5 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wanneer is er sprake van verstoorde rouw bij een zorgvrager?
A
Als een rouwproces heel moeizaam verloopt of vastloopt
B
Als iemand diep verdrietig is als gevolg van verlies
C
Als een zorgvrager heel boos is door een verliessituatie

Slide 6 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Uitgestelde rouw is een vorm van gecompliceerde rouw.

A
juist
B
onjuist

Slide 7 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een belangrijke overweging bij het verzorgen van een terminale patiënt met een islamitische achtergrond?
A
Het vermijden van gesprekken over de dood
B
Het toestaan van uitgebreide familiebezoeken
C
Het beperken van familiebezoeken tot alleen directe familie
D
Het vermijden van elke vorm van religieuze ondersteuning

Slide 8 - Quizvraag

In de islamitische cultuur is familie zeer belangrijk, vooral tijdens ziekte en in de terminale fase. Het toestaan van uitgebreide familiebezoeken kan bijdragen aan het emotionele en spirituele welzijn van de patiënt en biedt de familie de kans om samen te bidden en hun geliefde bij te staan.
Rituelen zijn belangrijk bij rouwen
A
juist
B
onjuist

Slide 9 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Interculturele verschillen
Grote verschillen in en rondom de stervensfase zijn:
- Verschillende rituelen per geloof
-  Gewoontes in omgang met mannen en vrouwen
- Tonen van emoties
- Opvattingen over het leven, de dood en het hiernamaals

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Christendom
katholieken:
- ziekenzalving
- gebed en bijbel lezing
- uitvaart gebeden
- begaven/ crematie
- rouwmaaltijd
Protestanten:
- geestelijke zorg
- gebed en bijbel lezing
- uitvaartgebeden
- begraven/ crematie
- rouwmaaltijd

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Jodendom
- Dood is niet het einde
- elk moment van het leven oneindig waardevol
- euthanasie verboden
- lichaam wordt ritueel gewassen 

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Islam
- 3 keer gewassen
- Wit kleed
- Bidden 
- Richting mekka
- 40 dagen herdenking

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hindoeïsme
- belangrijk aspect in het leven.
- karma en reïncarnatie.
- volgend leven.
- ziel onsterfelijk.

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hebben jullie al culturele verschillen ervaren in palliatieve zorg op stage? En wat dan?

Slide 21 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat vinden jullie mooie gewoontes in de verschillende culturen?

Slide 22 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat denken jullie dat culturele verschillen zijn in palliatieve zorg?

Slide 23 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies


Wat wordt vaak als symbool voor de dood gebruikt in westerse cultuur?
A
Een bloem
B
Een zon
C
Een kruis
D
Een ster

Slide 24 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Het meegeven van geschenken aan hun doden is een voorbeeld van cultuur
A
juist
B
onjuist

Slide 25 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

De dood en verschillende culturen

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Zwart is de kleur van de rouw. Tenminste, dat is zo in Westerse landen: in Egypte is het geel en in Indonesië is het wit. Dit is een klein voorbeeld waaruit blijkt dat wat je associeert met de dood per land en cultuur heel snel verschilt.  De cultuur waarin je opgegroeid bent heeft een grote invloed op je visie op rituelen en de dood.

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Doelen behaald?
- Jullie kunnen onderzoeken wat verschillende rituelen bij dood en rouw bij culturen/godsdiensten zijn.

 

- Jullie kunnen uitleggen hoe de rituelen rondom dood en rouw bij één cultuur/godsdienst eruit ziet.

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Tekst
Belangrijke TIP voor verslagen : 
gebruik op je voorblad de titel van de opdracht
bijvoorbeeld: Gezondheidsbevorderaar 
GB 2.3 Rouw en verlies 

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

GB 2.4 Expressie

Opdracht: bereid in groepjes een expressieve activiteit voor, die je uitvoert met je klas. 
Maken: 5 groepjes 

Inleverdatum : 25 mei
Presentaties: 20 mei en 27 mei 

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

EXPRESSIE is
A
Theater make-up
B
Je gevoel laten zien in houding, beweging, mimiek, stem.
C
Iets expres doen op toneel

Slide 32 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat betekent de expressie ?
A
iets waar veel publiek op afkomt
B
iets aan de kaak stellen
C
uitdrukken van emoties
D
tijdens de uitvoering bedenken hoe je het doet

Slide 33 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Een educatieve activiteit is een activiteit, waarbij de lichamelijke ontwikkeling centraal staat
A
Juist
B
Onjuist

Slide 34 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat voor activiteit is puzzelen?
A
Sportieve
B
Educatieve
C
Sociale
D
Recreatieve

Slide 35 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat kan een doel zijn voor een activiteit?
A
De cliënt leert andere mensen kennen
B
De cliënt beleeft plezier
C
De cliënt leert iets nieuws
D
De groepswerker heeft even tijd om op kantoor te werken

Slide 36 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Het doel van deze activiteit is:
A
beweging
B
ontwikkeling stimuleren
C
bevorderen sociale contacten
D
educatie

Slide 37 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat betekent belevingsgerichte activiteiten?
A
Activiteiten die aansluiten bij de belevingswereld en gevoelens van iemand.
B
De beleving en de behoefte van een cliënt staan centraal.
C
Om bepaalde zintuigen te prikkelen (snoezelruimte)

Slide 38 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Het doel van sociale activiteiten is:
A
sociale contacten bevorderen
B
activiteiten uitvoeren die mensen graag doen
C
activiteiten uitvoeren om mensen in beweging te krijgen
D
activiteiten uitvoeren waarbij je mensen iets leert

Slide 39 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Ieder groepje krijgen een expressievorm:

Dans
Muziek
Taal
Kunst/handvaardigheid
Sport en spel 

Slide 40 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 41 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 42 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 43 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 44 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 45 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 46 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 47 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 48 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 49 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 50 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 51 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 52 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 53 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 54 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 55 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies