Hoofdzin: persoonsvorm en onderwerp naast elkaar. Je kunt er niets tussen plaatsen.
Bijzin: persoonsvorm en onderwerp uit elkaar. Je kunt er wel iets tussen plaatsen
Ze gaat met me mee, als ik haar ticket betaal.
Ik vind hem heel slim, hoewel hij af en toe wel slordig is.
Slide 6 - Tekstslide
Beknopte bijzin
In een beknopte bijzin staat geen onderwerp. Als je er een gewone bijzin van maakt, moet het onderwerp verwijzen naar dezelfde persoon/zaak als het onderwerp uit de hoofdzin.
Luid lachendschonk hij een borrel in. > Terwijl hij luid lachte, schonk hij een borrel in.
Slide 7 - Tekstslide
Foutief beknopte bijzin
Als het onderwerp uit de hoofdzin niet het onderwerp is dat je in de bijzin zou kunnen zetten, dan is er sprake van een foutief beknopte bijzin .
Wachtend op het perron, bleek de trein al vertrokken.
Kijkend uit het raam, viel plotseling en dakpan naar beneden.
Waarom fout?
Slide 8 - Tekstslide
www.cambiumned.nl
Slide 9 - Link
Aan de slag!
Maak Formuleren H4 - Beknopte bijzin: opdr. 1 t/m 4
Je mag dit samen doen, maar overleg zachtjes.
Werk uit het boek!
Klaar?
Maak de extra opdracht (5) of ga lezen uit je leesboek.
timer
20:00
Slide 10 - Tekstslide
Ik kan foutief beknopte bijzinnen herkennen en gebruiken.
Wij gebruiken cookies om jouw gebruikerservaring te verbeteren en persoonlijke content aan te bieden. Door gebruik te maken van LessonUp ga je akkoord met ons cookiebeleid.