Examentraining - Fantaseren is overleven (2022 Eerste tijdvak)

Examentekst: Fantaseren is overleven
Lees de tekst 'Fantaseren is overleven' (op ItsLearning) en beantwoord de vragen.
1 / 10
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 5

In deze les zitten 10 slides, met interactieve quizzen en tekstslide.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Examentekst: Fantaseren is overleven
Lees de tekst 'Fantaseren is overleven' (op ItsLearning) en beantwoord de vragen.

Slide 1 - Tekstslide

“Dat zette haar [Marjan Slob] aan tot het schrijven van het boek Foute
fantasieën” (regels 14-16)
Welke tegenstelling vormde de aanleiding voor Marjan Slob om haar boek
Foute fantasieën te schrijven?

Slide 2 - Open vraag

Leg uit wat er volgens Slob problematisch is aan de ‘foute fantasieën’.
Geef antwoord in een of meer volledige zinnen en gebruik voor je
antwoord niet meer dan 20 woorden.

Slide 3 - Open vraag

Wat is uiteindelijk het doel van fantasie volgens Marjan Slob, gelet op alinea 3 tot en met 5?
A
het creëren van een parallelle wereld
B
het herbeleven van fijne situaties
C
het voorstellen hoe iets in het echt zal gaan
D
het zorgen dat fouten voorkomen worden

Slide 4 - Quizvraag

Damiaan Denys stelt: “Door fantasie zijn wij in staat tot anticipatie,
zoals dit verschijnsel in de neurowetenschappen genoemd wordt.”
(regels 79-82)
Welk woord of welke woordgroep gebruikt Marjan Slob voor dit
verschijnsel?

Slide 5 - Open vraag

Welke van onderstaande zinnen vat alinea 8 het best samen?
A
Fantasieën zijn een manier om onze beschaving te begrijpen en op een zinvolle wijze vorm te geven.
B
Onze fantasie wordt mede gevoed door begrippen uit onze beschaving, waardoor bestaande rolpatronen voorkomen in fantasieën.
C
Romantische beelden in onze fantasie zijn een protest tegen rolpatronen in onze samenleving.
D
Veelvoorkomende fantasieën zijn geïnspireerd door romantische idealen van onze samenleving.

Slide 6 - Quizvraag

In alinea 9 concludeert Slob “Volg je deze wetmatigheid, dan moet
fantaseren wel zinnig zijn.” (regels 137-139)
Leg uit wat deze wetmatigheid inhoudt en op welke manier die volgens
Slob leidt tot de conclusie dat fantaseren zinnig is.
Geef antwoord in een of meer volledige zinnen en gebruik voor je
antwoord niet meer dan 35 woorden.

Slide 7 - Open vraag

In zowel alinea 6 als alinea 10 komen uitspraken van Denys over fantasie
aan bod. Enkele uitspraken van Denys lijken tegenstrijdig met elkaar.
Wat houdt deze tegenstrijdigheid in?
Geef antwoord in een of meer volledige zinnen.

Slide 8 - Open vraag

Denys noemt twee ongezonde situaties met betrekking tot fantasie.
Leg per situatie uit wat er ongezond aan is.
Schrijf hiertoe steeds op om welke situatie het gaat en zet daarachter wat
er ongezond aan is.
Geef antwoord in een of meer volledige zinnen en gebruik per situatie niet
meer dan 20 woorden.

Slide 9 - Open vraag

Welk van de onderstaande omschrijvingen typeert tekst 1 het best?
Tekst 1 is vooral een:
A
bevestiging van bestaande opvattingen over fantasie.
B
nuancering van een belangrijke opvatting over fantaseren. fantasieën.
C
verkenning van theorieën over het begrip fantasie.
D
weergave van twee tegengestelde theorieën over fantaseren.

Slide 10 - Quizvraag