Duits Klas 2 Periode 3 2025

Duits Klas 2 Periode 3 2025
1 / 41
volgende
Slide 1: Tekstslide
DuitsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 1,2

In deze les zitten 41 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Duits Klas 2 Periode 3 2025

Slide 1 - Tekstslide

(fe)-E-ST-T-EN-T-EN regel
stap 1: Eerst de stam van het werkwoord bepalen (-en)
wohnen --> -en = wohn
stap 2: kijk naar het persoonlijk voornaamwoord in de zin:
ich, du, er, sie, es, wir, ihr, sie, Sie
stap 3: bepaal welke letters er nog achter de stam van het werkwoord moeten. 
ich- e   du- st   er/sie/es-t   wir- en   ihr-t   sie/Sie- en

Slide 2 - Tekstslide

Ich (wohnen) in Oldenzaal.
A
wohnen
B
wohne
C
wohnst
D
wohnt

Slide 3 - Quizvraag

Wir (spielen) gerne im Garten.
A
spiele
B
spielst
C
spielt
D
spielen

Slide 4 - Quizvraag

Ihr (kaufen) am liebsten Schokolade, oder?
A
kaufe
B
kaufst
C
kauft
D
kaufen

Slide 5 - Quizvraag

Er (zahlen) die Rechnung.
A
zahle
B
zahlst
C
zahlt
D
zahlen

Slide 6 - Quizvraag

Welke vorm van het werkwoord hoort bij het persoonlijk voornaamwoord?
ich
du
er / sie / es
wir
ihr
sie / Sie
wohne
wohnen
wohnen
wohnst
wohnt
wohnt

Slide 7 - Sleepvraag

Er (lieben) die Frau.
A
liebe
B
liebst
C
liebt
D
lieben

Slide 8 - Quizvraag

Wir (machen) die Hausaufgaben.
A
mache
B
machen
C
macht
D
machenen

Slide 9 - Quizvraag

Du (kaufen) einen Fisch.

Slide 10 - Open vraag

Wir (lieben) Pizza.

Slide 11 - Open vraag

Wann (besuchen) ihr den Zoo?

Slide 12 - Open vraag

Eva (sitzen) in der Klasse neben Frank.

Slide 13 - Open vraag

Jakob und Johannes (melden) sich bei der Polizei.

Slide 14 - Open vraag

Tim und Elke (fahren) nach Holland.

Slide 15 - Open vraag

Vertaal de volgende woorden...

Vergeet het lidwoord en de juiste hoofdletter niet!
(Het lidwoord schrijf je met een kleine letter!)

Slide 16 - Tekstslide

de koffie

Slide 17 - Open vraag

de pasta

Slide 18 - Open vraag

alstublieft

Slide 19 - Open vraag

het fruit

Slide 20 - Open vraag

de borden

Slide 21 - Open vraag

smaken

Slide 22 - Open vraag

de menukaart

Slide 23 - Open vraag

de lepel

Slide 24 - Open vraag

Pardon!

Slide 25 - Open vraag

gedronken

Slide 26 - Open vraag

de vork

Slide 27 - Open vraag

genoeg

Slide 28 - Open vraag

het toetje

Slide 29 - Open vraag

die Zutat

Slide 30 - Open vraag

die Geschwindigkeit

Slide 31 - Open vraag

brauchen

Slide 32 - Open vraag

die Ausbildung

Slide 33 - Open vraag

Bezittelijke voornaamwoorden
(jullie) ......... Haus
A
euer
B
eure
C
euere
D
ihre

Slide 34 - Quizvraag

Bezittelijke voornaamwoorden
(mijn) ......... Hausaufgaben
A
mein
B
meine
C
miene
D
mien

Slide 35 - Quizvraag

Wanneer krijg je achter het bezittelijk voornaamwoord een extra E ?
A
mannelijk / vrouwelijk
B
vrouwelijk / meervoud
C
onzijdig / meervoud
D
meervoud / onzijdig

Slide 36 - Quizvraag

LINKS:
sleep het  bezittelijk voornaam-
woord
naar de 
juiste vertaling

RECHTS:
Sleep de juiste uitgang naar het zelfstandig- naamwoord
mijn
haar
onze
jouw
Suppe
Nachtisch

ihr

mein

dein

unser

eine

ein


Keine

Slide 37 - Sleepvraag

Das sind (onze) Eltern (mv).
A
meine
B
dein
C
ihr
D
unsere

Slide 38 - Quizvraag

Maaike ist (haar) Freundin (v).
A
meine
B
ihr
C
ihre
D
euere

Slide 39 - Quizvraag

Vertaal: Wat eet je graag?
A
Was esst du gern?
B
Was ist du gern?
C
Wass esst du gern?

Slide 40 - Quizvraag

Vertaal: Pardon, heeft u de menukaart, alstublieft?

Slide 41 - Open vraag