verhoudingen 21-3

verhoudingen 21-3
1 / 14
volgende
Slide 1: Tekstslide
RekenenMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 14 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

verhoudingen 21-3

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Een kleine friet (200 g) kost € 2,10.
Een middel grote friet (500 g) kost € 5,20.
Een grote friet (600 g) kost € 6,20. Welke maat friet is naar verhouding het goedkoopst?


A
Klein
B
Middel
C
Groot

Slide 3 - Quizvraag

Een Italiaans restaurant heeft 31 kg pasta nodig.
De pasta kost € 1,37 per 0,5 kg.
Hoeveel euro betaalt het restaurant voor de pasta?

Slide 4 - Open vraag

Voor het maken van 200 milliliter slagroom is 30 gram suiker nodig. Fatima wil 100 milliliter slagroom maken.
Hoeveel gram suiker heeft Fatima nodig?
A
60
B
100
C
15
D
10

Slide 5 - Quizvraag

Bij supermarkt Emus kosten 3 pakken koekjes € 2,10.
Bij supermarkt A6 kosten 2 pakken koekjes € 1,30.

Bij welke supermarkt zijn de pakken koekjes naar verhouding het goedkoopst?
A
A6
B
Emus
C
geen idee
D
help!

Slide 6 - Quizvraag

De verhouding koekjes dat je kunt bakken en het aantal gram bloem dat je nodig hebt is 2 staat tot 35. Wat betekent dat?
A
met 2 gram kan je 25 koeken bakken
B
2/35 dus 0,057
C
dus 1 koek is gelijk aan 17,5 gram bloem

Slide 7 - Quizvraag

De verhouding koekjes dat je kunt bakken en het aantal gram bloem dat je nodig hebt is 2 staat tot 35. Hoeveel gram bloem heb je nodig voor 10 koekjes?
A
175 gram
B
55 gram
C
geen idee
D
17,5 gram

Slide 8 - Quizvraag

Slide 9 - Tekstslide

2
240
5
600
x120
x120
600:5=120

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide

5
2
12
1
8
48
totaal
rode
x6
x6

Slide 12 - Tekstslide

afmaken nulmeting


Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide