Parkinson

De ziekte van Parkinson
1 / 39
volgende
Slide 1: Tekstslide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 2

In deze les zitten 39 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

De ziekte van Parkinson

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Parkinson
  • Ontdekker James Parkinson (1817)
  • Londen, Engeland
  • Afgelopen 30 jaar is de diagnose Parkinson meer dan verdubbeld 
  • Schatting in 2040: 13 miljoen mensen op de wereld met Parkinson

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

wat weet je al van de ziekte Parkinson?

Slide 3 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Substantia Nigra
  • Substantia nigra / zwarte kern :
Soepel laten verlopen van bewegingen
  • Contact tussen zenuwcellen vindt plaats met behulp van : Neurotransmitters
neuro = zenuw / transmitter = overbrengen 
  • De cellen van substantia nigra produceren, dopamine.
Parkinson = steeds minder dopamine in de hersenen aangemaakt.  
  • Dopamine is een neurotransmitter (boodschapperstof), om de elektrische prikkel over te brengen van de ene naar de andere zenuwcel. 
  • Dopamine zorgt er ook voor dat we ons tevreden en beloond voelen.





Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 9 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht: voorlichten en afstemmen
  1. Kun je mbv dit plaatje uitleggen aan je medestudent wat de fysiologische oorzaak is van Parkinson? Doe dit alsof het een patiënt in je behandelkamer is, samen met haar/ zijn partner.
  2. Kun je de klachten verklaren vanuit de fysiologische oorzaak?

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Bradykinesie
Substantia-nigra
Dopamine
Maskergelaat
Rigiditeit
Tremor


Neuro
transmitter

Dopamine 
producerende 
cellen
traagheid 
van
bewegingen
sombere 
gezichts-
uitdrukking
Stijfheid
van'
spieren
Beven

Slide 11 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Parkinson is een
A
Ziekte van de bloedvaten
B
Ziekte van het hart
C
Ziekte van de hersenen
D
Ziekte van de zenuwen

Slide 12 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

oorzaak en prevalentie
Oorzaak is onbekend:
  • Genetisch met verhoogde kans?
  • Omgevingsfactoren; Platteland / pesticiden?
  • Achteruitgang van hersenen?
  • Stoornis in eiwitstofwisseling?

Prevalentie:
  • Gem. leeftijd 45 - 60 jaar
  • 1 op 14 diagnoses is jonger dan 40 jaar
  • 1 op de 300 mensen boven de 60 jaar krijgt ziekte van Parkinson
  • +/- 53.000 personen in Nederland in 2020


Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke motorische symptomen komen voor bij Parkinson?

Slide 14 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Motorische symptomen
  • Brady- en hypokinesie: traag en verminderd bewegen​
  • Traagheid is spreken
  • Rigiditeit: spierstijfheid​
  • Valneiging​
  • Tremoren​
  • Unilateraal en bilateraal​




Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke niet-motorische symptomen komen voor bij Parkinson?

Slide 16 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

akinesie
rigiditeit
tremor
stijfheid
masker
gelaat
schudbeweging door onwillekeurige samentrekking van spieren
bewegingsarmoede

Slide 17 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 19 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Feitjes
  • Snelst groeiende neurologische aandoening
  • Emoties hebben effect op bewegingen bij Parkinson
  • Niet iedereen trilt die Parkinson heeft
  • Parkinsonpatiënten worden regelmatig aangesproken met de vraag of ze dronken zijn
  • Het gelaat is emotieloos

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Oorzaken van de ziekte van Parkinson
  • Parkinson ontstaat door een combinatie van verschillende oorzaken. De echte oorzaak is nog niet bekend

  • Te weinig boodschapperstoffen
Door te weinig dopamine kun je de spieren niet meer goed sturen
  • Omgeving
Er is een verband tussen het ontstaan van parkinson en werken in omgevig met zware metalen, oplosmiddelen en/of pesticiden
  • Erfelijkheid
In een paar gevallen kan de ziekte van Parkinson erfelijk zijn, vooral als je de ziekte op jonge leeftijd krijgt

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Misverstanden:
- Alle mensen met Parkinson hebben last van trillingen
- Mensen met Parkinson zijn altijd dement
- De ziekte van Parkinson is een spierziekte
- De ziekte komt vaker voor bij mannen
- Mensen met Parkinson zijn vaker humeurig
- Parkinson en Parkinsonisme is hetzelfde
- Mensen met Parkinson drinken meer alcohol

Slide 22 - Tekstslide

Niet alle mensen met parkinson trillen. Sterker nog, ongeveer één op de drie mensen met parkinson heeft niet of
 nauwelijks last van trillen.
Niet iedereen met parkinson is of wordt dement. Bovendien is de vorm van dementie die optreedt bij parkinson niet hetzelfde als bijvoorbeeld de dementie bij de ziekte van Alzheimer, waarbij je vaak gedesorienteerd bent in?
tijd, plaats persoon. het gaat vooral op gebied van organiseren/plannen en multitasking.
Geen spierziekte maar door de uitval van aansturing van de zenuwen zijn er motorische symptomen. met de spieren zelf is niks mis.
niet meer bij mannen ongeveer evenveel net iets meer mannen
Door de verminderde mimiek (minder uitdrukking in het gezicht, soms ook wel ‘pokergelaat’ genoemd’) lijken mensen met parkinson minder vrolijk te zijn, maar dat is in de meeste gevallen puur de ‘buitenkant’!
nee parkinsonisme is een verzamelnaam voor als iemand de symptomen van parkinson vertoond maar er geen parkinson diagnose is. deze mensen reageren dan ook heel anders op behandelingen en hun prognose is anders.
Niet motorische – of autonome verschijnselen​
  • Depressie​
  • Cognitieve problemen​
  • Dementie​
  • Mictie- en defecatieproblemen​
  • Seksuele disfunctie​
  • Orthostatische hypotensie​
  • Transpireren​
  • Pijn​
  • Psychose​
  • Omdraaien in bed​
  • Armzwaai bij lopen​
  • Gestoorde houdingreflexen​











Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Geestelijke problemen
  • Problemen met organiseren en plannen
  • Traagheid in denken
  • Dwangmatigheid
  • Depressief
  • Hallucinaties
  • Achterdocht
  • Geheugen-/concentratieproblemen
  • Parkinsondementie syndroom

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Emoties hebben geen invloed op het bewegen bij parkinson
Eens
Oneens

Slide 25 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Problemen in sociale omgang
  • Gesprekken (tijdens verjaardagen) of in grote groepen kosten heel veel energie.
  • Traagheid in denken vormt een probleem bij deelname aan sociale activiteiten.
  • Bij stress voor deelname aan sociale activiteiten is er kans op toename klachten (tremoren)
  • Verminderd initiatief wekt de indruk van desinteresse van de patiënt.
  • Wisseling in klachtenpatroon is inherent aan het ziektebeeld, dit wordt door de omgeving vaak niet begrepen.

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Diagnose
  • Klinisch beeld (Red flags)​
  • Aanvullend onderzoek​ (MRI)
  • Reactie op medicijnen​ (levodopa)


Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Parkinsonisme?

Het verschil ligt in de dopamine: bij Parkinson is de aanmaak van dopamine verstoord, bij parkinsonisme verloopt de opvang van dopamine niet goed, waardoor Parkinson medicijnen niet werken bij parkinsonisme.
Verschillende vormen
  • Parkinsonisme als gevolg van medicatie​
  • MSA (multi systeem atrofie)​ ernstige moeite met bewegen, praten, slikken, ademhalen en je evenwicht.
  • PSP(progressieve supranuclaire paralyse)​ Problemen met bewegen, spreken en slikken, evenwicht en beperkte oogbewegingen. 
  • CBD (corticobasale degeneratie)​ een kant van het lichaam moeite met bewegen
  • DLB (Dementie met Lewy lichaam)​
  • Vasculair parkinsonisme​






Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De ziekte van Parkinson ontstaat bij de meeste patiënten na het 60e jaar.
A
Ja
B
Nee

Slide 30 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Parkinson is geen erfelijke aandoening
A
Juist
B
Onjuist

Slide 31 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Parkinson is alleen met medicatie te behandelen
A
Waar
B
Niet waar

Slide 32 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat behoort tot de eerste 'vage' klachten van Parkinson?
A
Trillen, freezing, verminderd ruiken
B
Obstipatie, evenwichtsproblemen, stijve spieren
C
Obstipatie, verminderd ruiken, slaapstoornissen
D
Trillen, wanen/hallucinaties, slaapstoornissen

Slide 33 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Mensen die op jonge leeftijd parkinson krijgen hebben hetzelfde beloop als mensen die de ziekte op latere leeftijd krijgen
A
Waar
B
Niet waar

Slide 34 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies




Tijdens de ON-periode kan de patiënt zelfstandig lopen en aankleden, is verstaanbaar, vlot in zijn reacties en vrolijk.




Tijdens de OFF-periode kan de patiënt niet lopen, is ADL afhankelijk, reageert traag, praat onverstaanbaar en is vaak somber.

On/off fenomeen

Slide 36 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

BEHANDELING
  • Medicatie
  • Therapie
  • Acceptatie
  • Voedingstoestand
  • Operatie

Slide 37 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Medicatie
Bestrijden van symptomen;
  1. levodopa (stof die omgezet wordt naar dopamine) is een samenstelling van madopar en sinemet. 
  2. dopamine-agonisten (bootsen werking dopamine na) zoals; sifrol en apomorfine.

  • Therapietrouw is belangrijk.
  • Afwijkende inname tijd kan gevolgen hebben voor de hele dag
  • Tijden aanpassen aan situatie patiënt
  • Opname sinemet en madopar afhankelijk van maaglediging en voedselopname

Slide 38 - Tekstslide

stimuleren de dopaminereceptoren in de hersenen. De symptomen van de ziekte van Parkinson kunnen goed worden behandeld met dopamine agonisten. In vergelijking met levodopa zijn deze medicijnen wel iets minder effectief maar geven daarentegen minder responsfluctuaties na langdurig gebruik.
Parkinsonmedicatie

Slide 39 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies