a3e 7-3-25


Aujourd'hui on va...
Rappeler la différence entre l'imparfait et le passé composé
Lire des faits divers.

Aan het eind van deze les kun je een nieuwsberichtje lezen en beantwoorden: Wie? Wat? Waar? Wanneer? Hoe? Waarom?
Est-ce que j'ai ...
Mon ordinateur?
Mon livre A?
Un cahier?
Un stylo?
1 / 14
volgende
Slide 1: Tekstslide
FransMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

In deze les zitten 14 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les


Aujourd'hui on va...
Rappeler la différence entre l'imparfait et le passé composé
Lire des faits divers.

Aan het eind van deze les kun je een nieuwsberichtje lezen en beantwoorden: Wie? Wat? Waar? Wanneer? Hoe? Waarom?
Est-ce que j'ai ...
Mon ordinateur?
Mon livre A?
Un cahier?
Un stylo?

Slide 1 - Tekstslide

Werkwoordstijden
Je krijgt een tekst in het Frans en de Nederlandse vertaling.
Beantwoord:
In welke tijden staan de werkwoorden in beide teksten? Markeer ze.
Bij welke werkwoorden gebruiken het Nederlands en het Frans een andere tijd? Waarom?

Slide 2 - Tekstslide

Il y avait plein d’étoiles, c’était le soir et j’arrosais mes plantes. Le silence était total. Soudain,
une boule brillante, orange et rouge, est apparue dans le ciel. Elle l’a traversé du nord au sud, sans aucun
bruit. Le matin, tous les journaux en ont parlé : que s’est-il passé ? Qu’est-ce que nous avons vu la nuit
dernière ? 
Er waren veel sterren, het was avond en ik gaf mijn planten water. Het was helemaal stil. Plotseling verscheen er een schitterende bol, oranje en rood, aan de hemel. Hij ging van noord naar zuid, zonder geluid te maken. 'S ochtends hadden alle kranten het erover: Wat is er gebeurd? Wat hebben we afgelopen nacht gezien?

Slide 3 - Tekstslide

Imparfait:
Verleden tijd

Gewoontes
Toestanden
Iets dat gedurende een bepaalde tijd gebeurde
Eigenschappen die iets/iemand toen had.
Passé composé:
Ook verleden tijd

Handelingen
Plotselinge gebeurtenissen

Voltooide feiten (net als in het Nederlands)

Slide 4 - Tekstslide

Uitdrukkingen met de imparfait die je gaat tegenkomen. Welk hele werkwoord?
-

Il y avait
Er was/Er waren
C'était/C'étaient
Het was/Het waren
Apparaissait/Apparaissaient
Verscheen/verschenen
voulait/voulaient
wilde/wilden
avait/avaient
had/hadden

Slide 5 - Tekstslide

Imparfait en conditionnel
De uitgangen zijn hetzelfde, maar de imparfait gebruikt de nous-vorm zonder ons. De conditionnel gebruikt de futur-stam
imparfait
conditionnel
Elle avait = zij had
Elle aurait = zij zou hebben
Vous vouliez = U wilde
Vous voudriez = U zou willen

Slide 6 - Tekstslide

Faits divers
Korte feitelijke nieuwsberichten. Meestal kun je daarover de volgende vragen beantwoorden:
Wie? Wat? Waar? Wanneer? Waarom? Hoe?
Qui? Quoi? Où? Quand? Pourquoi? Comment?

Slide 7 - Tekstslide

Page 124
Neem je boek erbij op pagina 124.
Kies 1 van de nieuwsberichten, lees het door en onderstreep waar je het antwoord op deze vragen kan vinden:
Qui? Quoi? Où? Quand? Pourquoi? Comment?
Als je tijd overhebt, kijk alvast naar ex. 29
timer
5:00

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

À vous
Werk zelfstandig (fluisterend overleggen mag) aan:
Ex. 26-29 (vanaf pagina 124).
Daarna kun je een begin maken aan ex. 30, óf verder oefenen met grammaire extra als je de voornaamwoorden lastig vindt.

Slide 10 - Tekstslide

Les devoirs
Voor volgende week donderdag:
Leren: Apprendre 8 en 9
(Af)maken: Ex. 26-29
Herhalen & afmaken: Persoonlijke voornaamwoorden ex. 16B-E
Kijk voor een andere uitleg het filmpje van mevr. van der Heiden, het staat op Google Classroom.

Slide 11 - Tekstslide

Classroom
opdrachten bookwidget maken
prendre en voir
woorden tijdsbepaling
timer
10:00

Slide 12 - Tekstslide

 29B - beantwoord de vragen in hele zinnen

1. Qu’est-ce qui s’est passé dans le Jura ?
  
 2. Qui a découvert les coupables ?

 3. Où est-ce que le vol a eu lieu ?

 4. Quand est-ce que le cambriolage a eu lieu ?

 5. Pourquoi est-ce que les élèves du collège Saint-Exupéry ont manifesté
 

Rode tekst kun je gebruiken in je antwoord

Slide 13 - Tekstslide

Exercice 29
Qu’est-ce qui s’est passé dans le Jura ?
  Les habitants d’une petite ville du Jura ont découvert des guirlandes de slips et de culottes. 
 2 Qui a découvert les coupables ?
  Les policiers ont découvert les coupables.
 3 Où est-ce que le vol a eu lieu ?
  Le vol a eu lieu dans l’appartement de Benjamin.
 4 Quand est-ce que le cambriolage a eu lieu ?
  Le cambriolage a eu lieu dans l’après-midi.
 5 Pourquoi est-ce que les élèves du collège Saint-Exupéry ont manifesté ?
  Les élèves du collège Saint Exupéry ont manifesté pour protester contre l’interdiction du
portable au collège.

Slide 14 - Tekstslide