baby specialist




Quiz baby specialist
1 / 14
volgende
Slide 1: Tekstslide
Baby specialistMBOStudiejaar 3

In deze les zitten 14 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les




Quiz baby specialist

Slide 1 - Tekstslide

Waarom was je de binnenkant van een oor niet?
A
dat zie je toch niet
B
kun je niet goed bij
C
reinigt zichzelf
D
dat kriebelt

Slide 2 - Quizvraag

Om besmetting met bacteriën te voorkomen :
A
was je van voor naar achter
B
was je van achter naar voren
C
was je liever niet bij intieme delen
D
gebruik je speciale lotion

Slide 3 - Quizvraag

na +- hoeveel maanden kan een baby uit zichzelf zitten?
A
8 maanden
B
1 jaar
C
na 1 jaar
D
9 maanden

Slide 4 - Quizvraag

Tussen 6 en 9 maanden krijgen de meeste baby's hun eerste tandje
A
klopt
B
klopt niet

Slide 5 - Quizvraag

Als het kind 4 jaar is, gaan ze wisselen van tanden
A
Ja, klopt
B
Nee, klopt niet

Slide 6 - Quizvraag

Slide 7 - Tekstslide

Op welke leeftijd wordt een kind zindelijk?
A
Jongens 2, meisjes 2, 5
B
Staat geen gemiddelde voor
C
Meisjes en jongens 2
D
Meisjes 2, jongens 2, 5

Slide 8 - Quizvraag

De volgende signalen kunnen erop wijzen dat ze zindelijk worden:
A
kind begint aan de luier te trekken
B
kind toont interesse wat uit hem komt
C
vaker droge luier
D
alle antwoorden zijn goed

Slide 9 - Quizvraag

zindelijkheidstraining, hoe doe je dat?

Slide 10 - Woordweb

Wat stimuleert een activiteit waarbij een baby een rammelaar schudt?





A
Het sociaal-emotionele contact met anderen
B
De taalontwikkeling en het geheugen
C
Het gezichtsvermogen en de grove motoriek
D
Het gehoor en de fijne motoriek

Slide 11 - Quizvraag

Noem twee voorbeelden van sensomotorisch speelgoed dat geschikt is voor baby's.

Slide 12 - Open vraag

Hoe kan het dat een kind soms toch weer in de broek plast?




A
vervelende gebeurtenis
B
alle antwoorden zijn goed
C
stressvolle periode
D
afgeleid door bijv. spelen

Slide 13 - Quizvraag

wat wordt bedoeld met de vicieuze cirkel bij obstipatie ?



A
Poepen in de vorm van een cirkel
B
Kind blijft in een cirkel rondrennen
C
Ze poepen onder de tafel
D
Kind wordt bang voor poepen en houdt het op

Slide 14 - Quizvraag