T3OV1: Waarom is SCM belangrijk?

T3OV1: Waarom is SCM belangrijk?
1 / 31
volgende
Slide 1: Tekstslide
Internationale handel en logistiekSecundair onderwijs

In deze les zitten 31 slides, met interactieve quizzen en tekstslide.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

T3OV1: Waarom is SCM belangrijk?

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Logistiek houdt zich bezig met het
A
plannen van de goederenstromen
B
het controleren van de goederenstromen
C
uitvoeren van de goederenstromen
D
A, B en C zijn juist.

Slide 2 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Binnen de logistiek kun je drie belangrijke stromen onderscheiden
A
documenten-, geld- en informatiestroom
B
goederen-, documenten- en geldstroom
C
goederen-, geld- en informatiestroom
D
geen enkel antwoord is juist

Slide 3 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke kenmerken horen bij supply management?
A
Zoveel mogelijk producten produceren en pull-model
B
Zoveel mogelijk producten produceren en push-model
C
Produceren op basis van bestellingen van klanten en pull-model
D
Produceren op basis van bestellingen van klanten en push-model

Slide 4 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke kenmerken horen bij demand management?
A
Zoveel mogelijk producten produceren en pull-model
B
Zoveel mogelijk producten produceren en push-model
C
Produceren op basis van bestellingen van klanten en pull-model
D
Produceren op basis van bestellingen van klanten en push-model

Slide 5 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is ketenomkering
A
De evolutie van supply management naar demand management
B
De evolutie van demand management naar supply management
C
De evolutie van pull- naar push-model.
D
geen van deze antwoorden is correct

Slide 6 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

PUSH-model
A
H&M en een smoothie banaan/sinaasappel/ framboos met gember
B
H&M en een brik fruitsap van Everyday
C
Zara en een smoothie banaan/sinaasappel/ framboos met gember
D
Zara en een brik fruitsap van Everyday

Slide 7 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

PULL-model
A
H&M en een smoothie banaan/sinaasappel/ framboos met gember
B
H&M en een brik fruitsap van Everyday
C
Zara en een smoothie banaan/sinaasappel/ framboos met gember
D
Zara en een brik fruitsap van Everyday

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Waar is Brucargo actief?
A
Antwerpen
B
Vlaams-Brabant
C
Henegouwen
D
Luik

Slide 9 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Het grootste deel van de bedrijven in de logistieke sector zijn
A
microbedrijven
B
kleine bedrijven
C
middelgrote bedrijven
D
grote bedrijven

Slide 10 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een activiteit van een expeditiekantoor?
A
Het adviseert importeurs en exporteurs bij de in- en uitvoer van goederen.
B
onderzoeken via welke route de producten efficiënt op hun bestemming raken
C
zoekt laadruimte voor goederen op een schip
D
zorgen voor een veilige lading en lossing

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een activiteit van een douaneagentschap?
A
Het maakt de noodzakelijke documenten klaar voor expediteur, scheepsagent of transporteur
B
onderzoeken via welke route de producten efficiënt op hun bestemming raken
C
zoekt laadruimte voor goederen op een schip
D
zorgen voor een veilige lading en lossing

Slide 12 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een activiteit van een scheepsagent?
A
Het maakt de noodzakelijke documenten klaar voor expediteur, of transporteur
B
onderzoeken via welke route de producten efficiënt op hun bestemming raken
C
zoekt laadruimte voor goederen op een schip
D
zorgen voor een veilige lading en lossing

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een activiteit van een goederenbehandelaar?
A
Het maakt de noodzakelijke documenten klaar voor expediteur, scheepsagent of transporteur
B
onderzoeken via welke route de producten efficiënt op hun bestemming raken
C
zoekt laadruimte voor goederen op een schip
D
zorgen voor een veilige lading en lossing

Slide 14 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is het belangrijkste doel van de ABC-analyse?
A
Het verminderen van het aantal producten in voorraad
B
Het identificeren van de meest waardevolle producten voor voorraadbeheer
C
Het bepalen van de beste leveranciers
D
Het optimaliseren van transportkosten

Slide 15 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke methode past het best bij een supermarkt met bederfelijke producten?
A
LIFO
B
Just-in-Time
C
FIFO
D
Dropshipping

Slide 16 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke bevoorradingsmethode zorgt ervoor dat een bedrijf alleen bestellingen plaatst op vaste tijdsintervallen?
A
Just-in-Time
B
Kalenderaanvulling
C
FIFO
D
Dropshipping

Slide 17 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een nadeel van Just-in-Time bevoorrading?
A
Het leidt tot hoge opslagkosten
B
Het verhoogt het risico op tekorten bij leveringsproblemen
C
Het vereist een grote voorraad op locatie
D
Het verlaagt de flexibiliteit van de productie

Slide 18 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke methode past het beste bij een e-commercebedrijf zonder eigen magazijn?
A
FIFO
B
Dropshipping
C
Just-in-Time
D
ABC-analyse

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke voorraadbeheerstrategie werkt met een drempelwaarde waarbij automatisch nieuwe bestellingen worden geplaatst?
A
FIFO
B
ABC-analyse
C
Reorder point
D
Kalenderaanvulling

Slide 20 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een belangrijk voordeel van dropshipping?
A
Kortere levertijden
B
Lagere voorraadkosten
C
Betere controle over de voorraad
D
Lagere afhankelijkheid van leveranciers

Slide 21 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke van de volgende opties past bij een systeem waarbij voorraad wordt aangevuld zodra een bestelling wordt geplaatst?
A
Bevoorrading op bestelling
B
Kalenderaanvulling
C
FIFO
D
ABC-analyse

Slide 22 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welk systeem zorgt ervoor dat de oudste voorraad eerst wordt verkocht?
A
LIFO
B
FIFO
C
Just-in-Time
D
Dropshipping

Slide 23 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een risico van de kalenderaanvulling methode?
A
Onverwachte voorraadtekorten als de vraag hoger is dan normaal
B
Overproductie van goederen
C
Moeilijke implementatie in kleine bedrijven
D
Hoge transportkosten

Slide 24 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Bij een ABC-analyse worden producten ingedeeld in categorieën op basis van hun fysieke grootte.
A
Juist
B
Fout

Slide 25 - Quizvraag

Correctie: De ABC-analyse deelt producten in op basis van hun waarde voor het bedrijf, meestal volgens de 80/20-regel (A-producten zijn het meest waardevol, C-producten het minst).
De Just-in-Time (JIT) methode zorgt ervoor dat bedrijven minimale voorraad aanhouden om kosten te besparen.
A
Juist
B
Fout

Slide 26 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Dropshipping betekent dat de verkoper zelf een grote voorraad aanhoudt om snelle levering te garanderen.
A
Juist
B
Fout

Slide 27 - Quizvraag

➝ Correctie: Bij dropshipping houdt de verkoper geen voorraad aan, maar laat hij de leverancier direct aan de klant leveren.
FIFO (First In, First Out) wordt vooral gebruikt bij bederfelijke goederen zoals voedsel en medicijnen.
A
Juist
B
Fout

Slide 28 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Bij een kalenderaanvulling wordt de voorraad aangevuld op vaste tijdstippen, ongeacht de werkelijke vraag.
A
Juist
B
Fout

Slide 29 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Een reorder point-systeem bestelt nieuwe voorraad zodra een vooraf bepaalde drempel wordt bereikt.
A
Juist
B
Fout

Slide 30 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Bevoorrading op bestelling is hetzelfde als just-in-time bevoorrading.
A
Juist
B
Fout

Slide 31 - Quizvraag

➝ Correctie: Bevoorrading op bestelling betekent dat een product pas wordt besteld wanneer een klant een bestelling plaatst, terwijl Just-in-Time werkt met minimale voorraad en levering net voor gebruik.